In de christelijk mensvisie wordt het mens-zijn onderscheiden naar verschillende aspecten, waarvan de drieslag ziel-geest-lichaam het bekendste is. De Bijbel zegt dat de mens wanneer hij sterft zich voor God moet verantwoorden (Hebr. 9:27). De ziel is onsterfelijk, en niets is ernstiger dan dat de ziel schade lijdt (Matt. 16:26). Bezield leven is dus leven dat zich voor God moet verantwoorden.
Wanneer we tegen deze achtergrond de vraag stellen of een embryo bezield is, doet zich een aantal problemen voor. Ik kijk eerst naar de biologie. Die stelt een aantal lastige vragen. Ik noem er een paar.
In het gewone leven leidt slechts 50 procent van alle bevruchtingen tot een zwangerschap. In de andere gevallen komt de menstruatie gewoon weer op gang en wordt het prille embryo met het menstruatiebloed afgescheiden. Zonder enig bezwaar gaat het maandverband, inclusief het onzichtbare embryo, in de afvalemmer. Er wordt dan geen rouwadvertentie geplaatst. Professor Leenen merkte in dit verband op dat de natuur „nogal kwistig” omspringt met nieuw menselijk leven.
Miskraam
Verder komen in de natuur spontane embryodelingen voor. Dat kan leiden tot een tweeling. Maar dat betekent, wanneer het embryo al bezield is, dat de ziel deelbaar is.
In de derde plaats ontwikkelt het embryo zich in twee delen: de ene helft groeit uit tot het kind, de andere helft wordt de moederkoek (placenta). Maar ook van de moederkoek geldt dat hij zonder enig moreel bezwaar wordt weggegooid.
Kortom, de biologie stelt een aantal vragen die we niet makkelijk kunnen beantwoorden.
In dit verband wil ik ook wijzen op onze manier van omgaan met een miskraam. Ik besef dat dit een teer onderwerp is, zeker voor hen die hier ervaring mee hebben. Intuïtief voelen we allemaal aan dat we het ongeboren leven steeds meer als ”mensje” gaan ervaren naarmate de zwangerschap vordert. Zeker wanneer we op een echo het hartje zien kloppen of de eerste bewegingen vanbuiten voelbaar zijn. Naarmate een miskraam later in de zwangerschap optreedt, wordt de vraag naar begraven concreter. Daar zijn zelfs wettelijke regels voor. We maken dus duidelijk onderscheid naar de duur van de zwangerschap.
Ik zeg niet dat de praktijk of onze intuïtie een goede norm is, maar de visie dat het prille leven bezield zou zijn, is mijns inziens niet houdbaar. Want wie haar verdedigt, moet op zijn minst kritische vragen stellen bij de huidige praktijk en bij persoonlijke ervaringen.
Eerste steen
De beschermwaardigheid van het leven ontlenen we uiteindelijk niet aan de biologie of aan de medische praktijk, maar aan het Woord van God. Dat geldt ook voor het prille leven. Vanaf de conceptie is het leven beschermwaardig. Dat berust niet op de notie dat het prille embryo al bezield is, maar op het feit dat de mens naar het beeld van de Schepper is geformeerd (Gen. 9).
Uit Psalm 139 weten we dat dit al van toepassing is op het ongeboren leven, de ongevormde klomp. De conceptie is daarom ook te beschouwen -zoals ethicus Boer het formuleerde- als „de eerste steen” van een nieuw bouwwerk. Op dat moment wordt het fundament gelegd van nieuw menselijk leven. In de ontwikkeling van dat nieuwe leven zijn verschillende biologische stadia te onderscheiden, maar geen daarvan doet de beschermwaardigheid toe- of afnemen.
Als vanzelf komt de vraag op wanneer het prille leven dan bezield raakt. Ik kan die vraag niet beantwoorden en, wat belangrijker is, die behoef ik ook niet te beantwoorden. Want terecht merkte ir. B. J. van der Vlies bij de bespreking van de embryowet (2001) op dat alle vragen betreffende het prilste begin van het embryo niet zijn te beantwoorden, maar dat dit niet in mindering komt op de beschermwaardigheid van het prille leven.
De auteur is arts en theoloog.