Al eerder liet commissievoorzitter en oud-minister Veerman in de Volkskrant weten: de nationale veiligheid is te belangrijk om aan discussie te onderwerpen. Veiligheid is het toverwoord om gangbare discussies en financiële afwegingen terzijde te schuiven: het gaat immers om leven of dood.
De commissie heeft hierbij de wind mee. Waterkeringen kunnen sinds dit jaar worden bekostigd met de aardgasbaten, die gezien de structureel hoge energieprijzen een rijke bron van inkomsten beloven. Onlangs pleitte De Nederlandsche Bank ervoor om deze baten in een staatsfonds te stoppen. De vraag is dan of aanwending van deze fondsen op transparante wijze onderhevig blijven aan normale politieke afwegingen - meer dijken, meer snelwegen of meer handen aan het bed?
Al die geheimzinnigheid rond de presentatie van het rapport betekent dat we er vooraf niets zinnigs over kunnen zeggen. Wel kunnen we aangeven wat we er minstens in hopen terug te zien. Laten we vooropstellen: met 1953 en klimaatverandering in het achterhoofd is het belangrijk dat waterveiligheid op de agenda blijft staan, dat de dijken op sterkte blijven, en dat we alert blijven op het onverwachte.
Gamma
Voorspellen hoe het in de toekomst zal gaan, is echter lastig. Veerman in zijn rol als weerman geeft ons een weeralarm: over een eeuw is het water tot 1 meter gestegen, over een paar eeuwen wel 3 of 5 meter. Deskundigen van het Rijksinstituut voor Kust en Zee verzekeren echter dat we een meter zeespiegelrijzing wel kunnen hebben. We hopen dus dat het rapport naast het worstcasescenario ook gunstiger scenario’s aandraagt.
De deskundigen in de commissie zijn gerenommeerde bètawetenschappers, gewend te denken in modellen en oplossingen. Maar risicobeleid gaat niet alleen over feiten, maar ook over -vaak contrasterende- visies en waarden. We hopen dat de commissie ruimte zal bieden aan verschillende inzichten die bij hoogwaterbeleid een rol (zouden moeten) spelen, zodat er voldoende ’gamma’ in de Delta komt.
In plaats van een politiek van voldongen feiten („Wij weten het, zó gaan we het doen”) moeten we naar een publieke dialoog over hoe om te gaan met wat we niet weten. Ook experts hebben te maken met complexiteit en onzekerheden. Er blijft immers altijd een restrisico, hoe klein ook.
Burgers, bedrijven en overheden moeten daarom weten hoe je je op een waterramp moet voorbereiden, wat te doen als een dijk toch doorbreekt of de software van de Maeslantkering op een cruciaal moment even niet meewerkt. Tot het hoogwater van de jaren 90 was er nauwelijks calamiteitenbeleid voor hoogwater in het rivierengebied.
Economisch gewin
Erkenning dat je altijd restrisico hebt heeft even geduurd, maar het calamiteitenbeleid (zoals waarschuwing per sms en grootscheepse evacuatie) komt nu op stoom en er worden rampenoefeningen gehouden. Maar weten burgers nu wat ze moeten doen bij hoogwater, waar ze heen moeten? Zolang ziekenhuizen in uiterwaarden worden gebouwd, geeft de overheid niet echt het goede voorbeeld.
De overheid heeft de burger wel degelijk nodig: om verstandige vestigingsbeslissingen te nemen, om woningen in overstromingsgebied aan te passen en om draagvlak te vinden. Grote infrastructurele ingrepen raken immers altijd iemands belang. Brede dijken, zoals nu op de agenda lijken te staan, zijn een recept voor verzet en protest. Communicatie met en risicobewustzijn van wakkere burgers zijn dus essentieel.
Nederland is goed in water, en sinds de orkaan Katrina is onze waterkennis weer een gewild exportproduct. Daar is niets mis mee. Maar economisch gewin voor specifieke sectoren (baggeraars, adviesbureaus) mag je niet zomaar legitimeren met absolute veiligheidsclaims, door in te spelen op fundamentele angsten. Laten we ervoor waken alertheid op klimaat en veiligheid niet te misbruiken voor grote infrastructurele investeringen. Bovendien: kunnen we grote projecten nog terugdraaien als blijkt dat de zee niet of nauwelijks harder blijkt te stijgen dan voorheen?
Rivieren
Ook hopen we dat de Deltacommissie zich niet blindstaart op de kust. In het rivierengebied kunnen economische verliezen eveneens aanzienlijk zijn. We kunnen ervoor kiezen de rivierdijken bij zo’n extreem klimaatscenario omhoog te trekken, maar ook kijken of er meer ruimte voor de rivier te maken is.
Omdat die ruimte in het Nederlandse rivierenland niet onbeperkt is, hopen we dat de commissie grensoverschrijdend heeft nagedacht over veiligheid in de delta. Juist de rivieren vergen een internationale aanpak, met bovenstroomse wateropslag in plaats van zo snel mogelijke afvoer in het achterland. We moeten ons ook in die zin niet achter de dijken verschuilen.
Daarbij komt: niet alle hoogwater is gevaarlijk. Water is ook leuk, het biedt kansen, ook daar zijn we goed in. Het is afwachten of de presentatie van het Nieuwe Deltaplan woensdag ons voorbereidt op een ”war on water” of op vrede met water.
De auteurs werken respectievelijk bij het Centrum Water en Samenleving binnen het Freude am Fluss-project van de Radbouduniversiteit Nijmegen en bij de leerstoelgroep recht en bestuur van de Wageningen Universiteit.