Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Deltacommissie op de goede weg

 „Het afsluiten van zeegaten om de kustlijn te verkorten is een beproefd onderdeel van de Nederlandse waterbouw. Zo’n kustverkorting verhoogt de veiligheid, beperkt de te onderhouden dijklengte en schept rustig water voor de scheepvaart. De Afsluitdijk en de Zeeuwse deltadammen zijn daarvan voorbeelden.” Foto: de Afsluitdijk. Foto ANP

„Het afsluiten van zeegaten om de kustlijn te verkorten is een beproefd onderdeel van de Nederlandse waterbouw. Zo’n kustverkorting verhoogt de veiligheid, beperkt de te onderhouden dijklengte en schept rustig water voor de scheepvaart. De Afsluitdijk en de Zeeuwse deltadammen zijn daarvan voorbeelden.” Foto: de Afsluitdijk. Foto ANP

De adviezen die de Nieuwe Deltacommissie vorige week uitbracht, bouwen voort op de aanpak die in de afgelopen eeuwen zijn waarde bewezen heeft, vindt prof. drs. ir. J. K. Vrijling. De extreme schatting van de zeespiegelstijging die de commissie hanteert, is echter niet voor alle maatregelen nodig als uitgangspunt.
Kort na de instelling van de Deltacommissie gaf voorzitter Veerman in een interview met de PZC een duidelijke visie: „Wij kunnen niet langer eenvoudigweg dijken versterken.” Tezelfdertijd werd in Den Haag nagedacht over de lessen die Nederland zou kunnen leren uit de overstroming van New Orleans.

Het werk van drie taskforces die daarvoor ingesteld werden, richtte zich echter niet op het perfect onderhouden van de Nederlandse waterkeringen (24 procent voldoet niet en van 32 procent is niet bekend hoe het zit), hoewel slecht gebouwde waterkeringen de voor iedereen zichtbare oorzaak was van de ramp in Louisiana. Nee, de taskforces bestudeerden het verplicht verzekeren tegen een overstroming, het evacueren tijdens een stormvloed en het compartimenteren van de polders. Allemaal maatregelen die gericht zijn op het beperken van de schade, niet op het voorkomen ervan.

In het afgelopen jaar berichtten de kranten vaak over ’uitvindingen’, die zouden kunnen helpen in de strijd tegen het water: terpen, brede dijken, eilanden voor de kust of riffen. Ik keek daarom in angstige spanning uit naar het verschijnen van het rapport van de Deltacommissie.

Gelukkig gaat de commissie voort op de weg die ons land gedurende vele eeuwen naar een relatief veilig en rijk bestaan heeft geleid: het voorkomen van overstromingen in plaats van het bestrijden van de gevolgen na de ramp. Op de televisie is bijna dagelijks te zien hoe onveilig en onrustig het bestaan is van mensen die wonen in streken die onvoldoende beschermd zijn tegen het water. Heel New Orleans moest vorige week evacueren omdat orkaan Gustav in aantocht was. De dijken daar zijn ontworpen op een storm die eens in de dertig jaar voorkomt.

Zeespiegelstijging
De eerste aanbeveling van de Deltacommissie is onze dijken een factor 10 veiliger te maken. De huidige Nederlandse waterkeringen moeten bestand zijn tegen een storm die eens per 10.000 jaar voorkomt. De norm moet nu dus eens in de 100.000 jaar worden.

Ik vind dat een stap in de goede richting. De gevolgen van een overstroming zijn toegenomen sinds 1960, toen het vorige Deltarapport verscheen. De Nederlandse bevolking is verdubbeld en de waarde van onze bezittingen is sinds die tijd vervijfvoudigd. En misschien nog belangrijker: Nederland moet zijn internationale imago van het land dat het best is beschermd tegen overstromingen behouden.

Voor de beveiliging kiest de Deltacommissie de klassieke middelen: sterkere stormvloedkeringen, sterkere dijken en zwaardere duinen langs de Noordzeekust. Merkwaardig is dat de commissie dit voorstel urgentie wil geven door uit te gaan van een extreme zeespiegelstijging van 1,30 meter per eeuw. Daarbij wordt niet meegenomen dat metingen van Rijkswaterstaat aangeven dat de zeespiegel de laatste eeuw slechts 0,20 m is gestegen en dat er geen versnelling optreedt. De hoge schatting komt voort uit rekenmodellen van wetenschappers, maar wordt dus niet gestaafd door metingen.

Voor het nemen van goede beslissingen zijn beide getallen nodig. Bij kleine ingrepen aan waterkeringen met een levensduur van zeg twintig jaar is de lage waarde van 0,20 meter per eeuw het uitgangspunt. Na twintig jaar is bekend of de zeespiegelstijging sneller is gegaan. Daar kan dan voor de volgende periode van twintig jaar rekening mee worden gehouden. Het versterken van de duinkust met zandsuppleties is een goed voorbeeld van zo’n aanpassing met kleine stappen.

Veel moeilijker is het als er een stormvloedkering gebouwd wordt die honderd jaar moet meegaan. Dan moeten we rekening houden met een hoge schatting van de zeespiegelstijging, om te voorkomen dat de dure constructie na twintig jaar al niet meer voldoet.

Het is dus oneconomisch om nu al de kust grootscheeps te versterken met zandsuppleties. De suppleties hebben echter ook tot doel een 1000 meter brede strook voor de kust te creëren voor nieuw natuur of nieuwe bouwplannen. De grote vraag is echter of dat uit het waterkeringsbudget betaald mag worden. Louter voor de veiligheid is een strook van 100 meter breed genoeg.

Rijnmond
Het afsluiten van zeegaten om de kustlijn te verkorten is een beproefd onderdeel van de Nederlandse waterbouw. Zo’n kustverkorting verhoogt de veiligheid, beperkt de te onderhouden dijklengte en schept rustig water voor de scheepvaart. De Afsluitdijk en de Zeeuwse deltadammen zijn voorbeelden. Een bijkomend voordeel is dat de oude havenstadjes met een open havenfront aan het getemde zeegat kunnen blijven liggen. Ook zijn getemde zeearmen als Haringvliet, Grevelingen en IJsselmeer zeer geschikt voor waterrecreatie.

De Deltacommissie past het concept van getemd water toe op de Rijnmond. Door de rivierwatertoevoer te beperken kunnen steden als Dordrecht en Rotterdam openblijven naar de rivier. De grote afvoeren van de Rijn worden via het Haringvliet in zee geloosd.

De Deltacommissie wijst deze opzet echter af voor de Ooster- en de Westerschelde. Dit betekent echter dat alle dijken moeten worden verhoogd en dat havens als Zierikzee van een stormvloedkering moeten worden voorzien. De Ooster- en de Westerschelde moeten behouden blijven als natuurlijke estuaria. Daartoe moeten zelfs op korte termijn de zandplaten in de Oosterschelde worden opgeknapt met een flinke zandsuppletie (uit het waterkeringsbudget?).

Voor de Waddenzee schetst de commissie een somberder beeld. Hier zal de aanwas van de platen de zeespiegelstijging niet bij kunnen houden, zodat er een gerede kans is dat de Waddenzee verdrinkt. Het lijkt mij dan onvermijdelijk dat de Ooster- en de Westerschelde ondanks alle moeite ook verdrinken.

Merkwaardig is dat de Haringvlietdam, de oudste van de stormvloedkeringen, die nu al een rol speelt bij het herstel van het getij en die in de toekomst alle Rijnwater af moet voeren, helemaal niet vermeld wordt. Nog merkwaardiger is dat het pijlsnel uitvoeren van het achterstallig onderhoud aan onze waterkeringen geen aanbeveling waard is in dit Deltarapport.

voetnoot (u17(De auteur is hoogleraar waterbouwkunde aan de TU Delft.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek