De vraag is terecht: hoe gaan we met elkaar om als (min of meer) orthodoxe christenen? Er moet toch ruimte zijn voor verschil van mening terwijl erkenning en waardering van de onderlinge verbondenheid blijven? Dat geldt binnen de EO, het geldt ook binnen het RD! Inderdaad. Toch maak ik daarbij drie kanttekeningen.
Ten eerste: het maakt veel uit of je uitgaande van en op basis van de Bijbel met elkaar verschilt, of dat het gezag van de Bijbel zelf in het geding is. Om dat laatste gaat het nu! Er zijn vooraanstaande christenen die de (evolutionistische) wetenschap laten heersen over de Bijbel en daarom komen tot een exegese die de Bijbel geen recht doet. Fundamentele en exegetische bezwaren blijven onderbelicht.
Twee: de ”revisionisten” à la Knevel, Dekker en Ouweneel maskeren de gevolgen van deze benadering. Mogen we alleen nog als historisch betrouwbaar aannemen wat past in het kader van de gangbare archeologie, biologie, geologie en astronomie? Dan wordt het tijd om ook Genesis 2 en 3 over de zondeval, Genesis 6-8 over de zondvloed, eventueel de geschiedenis van de verwoesting van Sodom en Gomorra enzovoort te schrappen.
Knevel kan nog even doorgaan met „mozaïeksteentjes omkeren” zoals hij het aanduidde. Dat blijft naar mijn overtuiging bewust buiten beeld.
Hoeveel er op het spel staat wordt duidelijk uit de opmerking van een door mij zeer gerespecteerd theoloog (prof. dr. G. van den Brink), dat „het christelijk geloof een door en door historische religie is. Dat wil zeggen: het staat of valt met gebeurtenissen die zich in het verleden hebben afgespeeld. Dat is minstens al begonnen met de doortocht door de Schelfzee…” Minstens: wat daarvoor is gebeurd, staat dus op de tocht. Zie het boek ”Omhoog kijken in platland”, blz. 72.
Ten derde: bij het uitdragen van deze nieuwe Schriftkritische visie krijgen creationisten en orthodoxe theologen veel minder ruimte dan de theïstisch evolutionisten.
De ondeugdelijkheid van de exegese, het principieel onjuiste uitgangspunt ervan en de journalistieke aanpak zijn de achtergrond van mijn kwalificaties als „gerommel, journalistiek onzorgvuldig, manipulatie.” Knevel heeft inmiddels een tweede spijtbetuiging gepubliceerd. Ik heb daar met waardering kennis van genomen en ik zie het als een bevestiging van mijn beoordeling.
Luid en helder
Zouden we niet christelijker handelen als we de verschillen toedekten met benadrukken wat we gemeenschappelijk hebben? Nee. Er zijn twee redenen om luid en helder aan de bel te trekken en te waarschuwen: het fundamentele en principiële karakter van het verschil, maar zeker ook de verbondenheid in het geloof in de verlossing door Jezus Christus. De ander laat ons niet koud!
Dat waarschuwen was geen „woest excommuniceren”, zoals Van Klinken het aanduidt. En verder wil ik niet met hem gaan speculeren over de motieven van Knevel en diens veronderstelde „intense afweging.” Ik weet er niets van. Laten we ons beperken tot wat openbaar is.
Laat de geschiedenis van christelijke organisaties ons een les zijn en laten we het begin weerstaan van het loslaten van het gezag en de historiciteit van Gods Woord.
De auteur is voormalig directeur van de Evangelische Hogeschool en maakte in het verleden voor de EO programma’s over het ontstaan van de aarde.