Is de leer van de Drie eenheid wel logisch?
Kritiek op de leer van de Drie-eenheid is van alle eeuwen. De theologie van Arius (3e eeuw) hing nauw samen met de verwerping van de Triniteitsleer. We hebben ongetwijfeld de naam van Servet wel eens gehoord. In de tijd van Calvijn bestreed hij op Bijbelse en logische gronden de leer van de Drie-eenheid.
Nog ernstiger is dat er ook binnen de hoofdstroom van het christendom verlegenheid bestaat met de leer van de Triniteit. Zo uitte de grote verlichtingsfilosoof Immanuël Kant (1724-1804) bedenkingen tegen de Triniteitsleer. Volgens hem had deze leer geen enkele praktische relevantie. Hij bedoelde dat het geloof betekenis moet hebben voor de praktijk van het leven. Kant zag de leer van de Triniteit als een theoretisch leerstuk. Friedrich Schleiermacher (1768-1834) –een belangrijke grondlegger van de moderne liberale theologie– plaatste de leer van de Drie-eenheid dan ook letterlijk in een aanhangsel van zijn geloofsleer. En de Nederlandse dogmaticus H. Berkhof (1914-1995) stelt dat deze „leer ons met vraagstellingen heeft opgescheept die aan de Schrift vreemd en voor het gelovig denken onverteerbaar zijn.” Hier is volgens hem sprake van een „indrukwekkende, maar ook gekunstelde en in haar abstractheid voor het geloof gevaarlijke traditie.”
We kunnen nog dichter bij huis blijven. Ook in de gereformeerde prediking en praktijk van het geloof hangt de Drie-eenheid er vaak een beetje bij. En als we dan doorspreken over de Triniteit komen vaak de vreemdste opvattingen naar boven. Volgens de één is de Triniteit te zien als een optelsom van drie stukjes van God. Een ander meent dat de godheid te vergelijken is met een bestuur dat uit drie personen bestaat. Weer een ander opteert voor de gedachte dat Vader, Zoon en Heilige Geest drie woorden zijn voor één God. Veelvoorkomend is de gedachte dat de Vader meer is dan de Zoon en dat de Heilige Geest een soort knecht van de Vader en de Zoon is.
In de christelijke traditie zijn deze benaderingen afgewezen. Als is Jezus vanaf het eerste begin van de christelijke kerk als God geëerd, het was een hele worsteling om dit als kerk te belijden. Vervolgens kwam daar de belijdenis van het God-zijn van de Heilige Geest bij. Zo is men tot de uitspraak gekomen dat God bestaat in één Wezen en drie Personen. De Vader is helemaal God, de Zoon is God en de Geest eveneens. En toch zijn er niet drie Goden. Het kan evenmin worden omgedraaid door te zeggen dat God de Heilige Geest is bijvoorbeeld.
Rekensommetje
Hoe kan het bestaan dat drie goddelijke Personen één God zijn? Het klinkt niet logisch dat God één is en tegelijk drie. Jehova’s getuigen drijven er nogal eens de spot mee dat bij klassieke christenen driemaal één nog steeds één is. Door een simpel rekensommetje kan het christelijk geloof ter discussie worden gesteld. Het betreft hier geen detail van het christelijk geloof, aangezien de leer van de Triniteit het christelijk geloof in het diepste van zijn wezen treft.
Als het alleen vragen vanuit de sekte van de Jehova’s Getuigen waren, dan zouden we de kritiek gemakkelijk kunnen weerstaan. Maar de vragen daarachter reiken veel dieper. In de mensenwereld zijn drie personen ook drie wezens. Het klinkt niet aannemelijk dat dit in God niet zo is. Een ”Ik” in God is blijkbaar iets anders dan een ”ik” bij mensen.
Wat is hier logisch? Gelukkig geldt in de wereld van de schepselen de logica. Logica heeft alles te maken met de samenhang die wij in de schepping ontdekken. Juist dat moet ons voorzichtig maken om dat op God toe te passen. God behoort niet tot de orde van de schepselen, maar tot de orde van de Schepper. De afstand tussen mier en mens is kleiner dan de afstand tussen God en mens. Mens en mier bevinden zich in het vlak van de schepselen, maar God is van een totaal andere orde.
Vaak is hiervoor het beeld gebruikt van de meerdere dimensies. Wezens die zich alleen maar in twee dimensies kunnen bewegen, begrijpen totaal niets van een wezen dat in drie dimensies beweegt. Wie vanuit de derde dimensie in de tweedimensionale (platte) wereld binnentreedt, wordt gezien als een buitenwerelds wezen.
Als we dit beeld gebruiken om na te denken over Gods orde, wordt het ons duidelijk dat ons besef van logica om Gods persoonlijkheid te begrijpen meer zegt over ons dan over God. God is in Zijn orde wel logisch. Wij zijn van een lagere orde dan God. In die zin is het heel logisch dat wij God niet kunnen begrijpen.
Stel je voor dat wij God zouden kunnen begrijpen. Dan zou God van onze orde moeten zijn. Dat zou het zekerste bewijs zijn dat Hij geen God is. Als er werkelijk een God en Schepper bestaat, moet Hij niet in het verlengde van onze menselijke mogelijkheden liggen.
Dat is het probleem met de afgoden. Die zijn wel begrijpelijk, omdat ze uiteindelijk terug te voeren zijn op menselijke verhoudingen. Dat is logisch, want zij zijn door mensen bedacht. Mensen kunnen niets bedenken dat buiten hun orde valt, hoe fantastisch het ook moge zijn. Op een bepaalde manier ligt het altijd in het verlengde van ons begrip.
Machtige troost
God gaat ons begrip werkelijk te boven. We begrijpen Zijn almacht niet, Zijn genade niet, Zijn liefde niet, Zijn trouw en Zijn wijsheid evenmin. We begrijpen niet waarom Hij ons leven en de geschiedenis zo leidt als Hij dat doet. We begrijpen ook niet hoe God ”in elkaar zit”. We begrijpen het van onszelf al nauwelijks, laat staan van God.
God begrijpt ons wel. Dat is een machtige troost. Door de verlichting van de Heilige Geest gaan we God wel werkelijk kennen. We kennen Hem niet zoals wij natuurwetten kennen, zodat we over de natuur heersen. Zo zullen we God nooit leren kennen. Het kennen van God betekent nimmer dat we over Hem kunnen beschikken en Hem naar onze hand kunnen zetten.
Het kennen van God betekent wel dat we volstrekt zeker zijn van de drie Personen. We kunnen geen gebed bidden zonder relatie met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. In de kleinste binnenkamer bidden we tot de Vader boven ons, in de Naam van de Zoon als God met ons, in de kracht van de Heilige Geest Die God in ons is. Drie-enig God, U zij al de eer!
Verder lezen over dit onderwerp:
Aurelius Augustinus, De Trinitate, diverse uitgaven.
A. Baars, Om Gods verhevenheid en Zijn nabijheid. De Drie-eenheid bij Calvijn, Kampen: Kok, 2004.
G. van den Brink, “De hedendaagse renaissance van de triniteitsleer. Een oriënterend overzicht”, in Theologia Reformata, september 2003, 210-240.
C.E. Gunton, The Promise of Trinitarian Theology, Edinburgh 1991/1997.
C.E. Gunton, Father, Son & Holy Spirit. Toward a fully Trinitarian theology, London 2003
J.A. Heyns, Die grondstruktuur van die modalistiese triniteitsbeskouing, Kampen 1953.
R. Letham, The Holy Trinity. In Scripture, History, Theology, and Worship, Phillipsburg: P&R Publishing, 2004.
E. Meijering, God, Christus, Heilige Geest. Achtergrond en bedoeling van de drieëenheid, Amsterdam 2002.
J. Owen, Communion with God, deel 2 van The Works of John Owen, (uitgave Edinburgh, Banner of Truth), of als Communion with the Triune God, heruitgave door Justin Taylor en Kelly M. Kapic, Wheaton IL, Crossway 2007.
Dr. W. van Vlastuin, docent apologetiek aan het Hersteld Hervormd Seminarium in Amsterdam. Heeft u een vraag voor deze rubriek of wilt u reageren? weerwoord@refdag.nl.