Mensen zonder eigen spaargeld of vermogen en met weinig opleiding werd aangepraat dat ze dief van hun eigen portemonnee waren als ze geen huis kochten met geleend geld. Tegen lage instaprentes (eerste twee jaar bijvoorbeeld 2 procent) sloten ze hypotheekcontracten af met een lange looptijd (bijvoorbeeld 20 jaar) met een rentepercentage van 8 procent voor de volgende 18 jaar.
Het huis (het onderpand) dat ze kochten zou volgens het verkooppraatje van de hypotheekverkoper in de loop van de tijd in waarde stijgen. De overwaarde kon dan weer beleend worden en de hypotheekschulden en rente zouden gemakkelijk af te lossen zijn. Er waren zelfs regelingen waarbij je, als je onverhoopt niet aan je verplichtingen kon voldoen, de nieuwe schuld bij de reeds bestaande kon optellen.
De hypotheekverstrekkers dekten zich in via kredietverzekeringen of verkochten deze zogenaamde subprime-hypotheken samen met andere bankproducten in één pakket (na groen licht van een gerenommeerde kredietbeoordelaar) door aan andere banken die daar brood in zagen. Achteraf bezien kregen ze inferieure hypotheken in handen, omdat de inhoud van deze goedgekeurde pakketten veel rommel bevatte. Omdat in het bankenwereldje nu iedereen van schuld beticht kan worden, of al failliet of overgenomen is, vertrouwen de banken elkaar niet meer.
Vadertje Staat
Wie verzint nu deze constructies en wie gelooft daarin, is de vraag die kan rijzen. De ”verzinners” zijn handige, uitgekookte en op geld beluste figuren met een zwak ontwikkeld geweten. De ”gelovers” zijn meestal mensen die niet gewend zijn om na te denken en die doen wat anderen ook doen. Een kenmerk van hen is dat ze direct willen consumeren en vaak worden gedreven door hebzucht en pronkzucht.
Hypotheekverkopers, die vaak met hetzelfde sopje overgoten zijn, spelen op deze eigenschappen in. Ze proberen -omdat hun bonus daarvan afhankelijk is- zo veel mogelijk leningen te slijten aan hun klanten, die de oude stelregel ”eerst sparen en dan kopen” hebben ingeruild voor ”eerst kopen en dan (misschien nog eens) sparen”.
De banken ondervinden nu dat deze manier van werken een poosje goed gaat, maar uiteindelijk verkeerd uitpakt. Financiële specialisten worden nu bij bosjes, en overladen met pek en veren, aan de kant gezet.
De klanten die niet aan hun aflossings- en renteverplichtingen kunnen voldoen, worden uit hun huizen gezet omdat het onderpand (het huis) door de hypotheekbank wordt verkocht. Nu velen in deze situatie verzeild zijn geraakt komen er veel huizen te koop met als gevolg dat de huizenprijzen dalen en de banken met grote schulden blijven zitten die moeten worden afgeboekt.
Kredietverzekeraars die de risico’s van de banken zouden afdekken, kunnen ook niet aan hun verplichtingen voldoen, gaan failliet en geven niet thuis. Kortom, de financiële chaos is compleet.
Als laatste komt Vadertje Staat in actie. Hij probeert met miljardeninjecties het vertrouwen tussen banken onderling en tussen de banken en het publiek te herstellen. Velen vertrouwen dat echter niet en worden voorzichtig. Ze nemen hun spaargeld op of brengen het onder bij bonafide banken.
Het gevolg van deze voorzichtigheid, dit wantrouwen, is dat hun uitgaven minder worden. Hierdoor verkopen bedrijven minder omdat er minder wordt besteed. De bedrijven gaan op hun beurt minder investeren en werknemers ontslaan, waardoor de werkloosheid oploopt.
Eindpunt is een recessie. Vervolgens begint het allemaal weer van voren af aan. Op naar de volgende crisis.
Christenen
Van christenen, die weten dat ze hun hoop niet op de ongestadigheid van de rijkdom moeten stellen maar op de levende God, zou je verwachten dat ze daar niet aan meedoen. Maar helaas, dat is een misrekening. De theoretische Bijbelkennis heeft kennelijk bij velen geen wortels; is niet verbonden met een levend geloof en functioneert daarom ook niet.
Het is te hopen dat deze christenen met hun materiële en geestelijke faillissement de schuld eerst bij zichzelf zullen zoeken en niet in de handen van de een of andere schuldsaneerder of van Vadertje Staat zullen vallen, maar in de handen van de Heiland der wereld. Hij zegt immers: „Wie tot Mij komt werp Ik niet uit.” Bij Hem zijn milde handen en vriendelijke ogen voor schuldenaars die schuiling bij Hem zoeken.
Laat deze kredietcrisis een aansporing zijn om een materialistisch en werelds leven vaarwel te zeggen en onze welvaart te zoeken bij de God van zaligheden.
De auteur is econoom en historicus.