Wat dat laatste betreft, kan niet ontkend worden dat de belasting van mannen die een baan en een gezin combineren vaak hoog of te hoog is. In het gezin eisen opgroeiende kinderen de volle aandacht, terwijl op het werk naar een hogere versnelling geschakeld moet worden om carrière te kunnen maken.
Wie met het bevestigingsformulier voor ambtsdragers belijdt dat een roeping door de gemeente een roeping van Godswege betekent, kan, hoe druk het ook is op allerlei terreinen, met de roeping tot het ambt onmogelijk lichtvaardig omgaan. Daarbij moet echter direct aangetekend worden dat er hier juist ook een zware verantwoordelijkheid ligt bij de kerkenraad, die de dubbeltallen stelt. Wordt door de kerkenraden in alle gevallen voldoende gekeken naar de persoonlijke (gezins)situatie van de kandidaten? Waar we –terecht– zwaar tillen aan het begrip ”roeping”, moet even zwaar getild worden aan de verantwoordelijkheid die een kerkenraad in deze kwestie heeft.
Waar zo verschillend over de oorzaken wordt gedacht, is het niet verwonderlijk dat er nog meer verschil is als het om mogelijke oplossingsrichtingen gaat. Op het enquêteformulier maken nogal wat respondenten uit de PKN de opmerking dat de maximale termijn van ambtsdragers in deze kerk verlengd zou moeten worden van acht naar twaalf jaar. Een aanpassing van de kerkorde zou voor sommige gemeenten een oplossing kunnen zijn.
Tegelijk melden respondenten uit sommige kerken die de Dordtse Kerkorde als regel voor het kerkelijk leven hanteren dat er bezinning op gang moet komen over de vraag of de zittingstermijn van ambtsdragers niet gemaximeerd moet worden. Gemeenteleden durven nu soms de roeping tot het ambt niet te aanvaarden omdat ze de consequenties op de lange termijn niet overzien.
In een lawine van cijfers blijft het boven alles waar wat diverse respondenten ook op het formulier schreven: de kerk, in al haar nood, is van Christus. Hij zal haar bewaren én onderhouden tot het einde der tijden.