Uitleggen is moeilijk. Dat blijkt wel uit het feit dat het hoofdbestuur de toelichtende brief over het besluit nog niet gereed heeft. Dat kiesverenigingen desondanks al reageren, is begrijpelijk, omdat de politieke partijen hun aanduidingen voor de verkiezingen van volgend jaar uiterlijk aanstaande zondag moeten laten registreren.
Uitleggen is ook moeilijk omdat in het verleden verwachtingen zijn gewekt. Eind maart verklaarde de SGP-leiding dat de regels voor de samenwerking versoepeld zouden worden: als door opvolging of door voorkeursstemmen een vrouwelijk gemeenteraadslid voor de ChristenUnie zou aantreden, hoefde de bestaande samenwerking met de SGP daarvoor niet in alle gevallen verbroken te worden.
Ook hier is weer begrijpelijk dat sommige lokale SGP-kiesverenigingen de ontstane ruimte maximaal wilden benutten. Mogelijk speelde het zelfs een rol bij de kandidaatstelling van de ChristenUnie in plaatsen waar men omwille van de samenwerking rekening hield met de SGP en vrouwen alleen op onverkiesbare plaatsen stelde.
Het recente besluit is daarom als een forse domper ervaren, zeker daar waar met pijn en moeite een gecombineerde zetel te bemachtigen is. Dat zijn doorgaans de gebieden waar het SGP-geluid weinig gehoord wordt en de samenwerking dus van groot belang is.
Uitleggen is misschien ook extra lastig in een periode waarin het SGP-standpunt over de positie van de vrouw voortdurend kritiek ontmoet of tot processen leidt. Of zit hier juist de sleutel tot het begrijpen van het besluit? Valt het een beginselpartij te verwijten dat zij bij haar eerder ingenomen standpunt blijft? Het zou toch vreemd zijn als de SGP op een zo principieel punt onder druk van de naderende verkiezingen water bij de wijn doet? De SGP moet zich in haar interne discussie niet laten sturen door de Clara’s of de medestanders van Grabijn, maar ook niet door lokale samenwerkingsverbanden - hoe waardevol die ook zijn. Anders dan bij bijvoorbeeld mediabeleid gaat het hier om een kwestie, het passieve kiesrecht, waar de Bijbel duidelijke lijnen in trekt: de vrouw uit Spreuken 31 zit niet in de poort.
Daar komt bij dat de gedupeerde kiesverenigingen het hoofdbestuur geen inconsistentie kunnen verwijten. Ook in de Tweede Kamer voert het vrouwelijke lid Huizinga niet namens de SGP het woord. Geredeneerd vanuit de SGP is dat ook logisch: wie niet wil dat vrouwen actief participeren in de Kamer, laat zijn standpunt in het politieke debat ook niet door een vrouw vertolken.
Participeren in de politiek betekent per definitie compromissen sluiten. Dat geldt zeker bij lijstverbindingen met andere partijen. Aan een compromis zitten echter altijd grenzen. Wanneer zijn die bereikt? Bij een Eurofractie die opereert in een grotere partij met enkele vrouwelijke leden? Bij collegevorming met vrouwelijke wethouders?
Voor een van die grenzen is nu het antwoord gegeven, hoe arbitrair ook. De vraag die overblijft is: Moest dit nu op laatste nippertje, in zo’n snelkookpan, tegen de achtergrond van de brede discussie die nu in de SGP speelt?