Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Pover resultaat commissie-De Wit

De parlementaire commissie-De Wit die onderzoek doet naar de kredietcrisis heeft donderdag de reeks openbare verhoren afgesloten. Na in totaal vijftig uur horen van 42 betrokkenen zegt de commissie tevreden te zijn. Ze weet wat ze weten wil en heeft geen behoefte aan een vervolgonderzoek.
Natuurlijk moet het eindverslag van de commissie nog worden gemaakt. Maar het verloop van de gesprekken met uitgenodigde bewindslieden, bankiers, commissarissen en experts geeft weinig hoop dat het eindrapport antwoorden zal geven die tevreden stellen.

Nu is dat ook bijna onmogelijk. De crisis heeft een mondiaal karakter, is het gevolg van een complex aantal factoren en lijkt nog steeds niet helemaal uitgewoed. Er is een ongekende hoeveelheid informatie over de crisis en haar slachtoffers. Daarom alleen al is het een illusie te denken dat de commissie-De Wit het complete verhaal zou kunnen brengen. Er blijven op zijn minst allerlei nuances aan te brengen.

Toch heeft het werk van deze commissie wel op een aantal punten manco’s vertoond die de waarde van het eindresultaat beperken. En dat is jammer, want met het instellen van de commissie wilde het parlement een belangrijke bijdrage leveren aan de verwerking van het drama in de financiële wereld. Te vrezen valt dat straks na de presentatie van het eindrapport naast het reeds bestaande trauma vooral vragen en frustraties overblijven.

Allereerst heeft de commissie zelf op belangrijke punten steken laten vallen. Dat was voorspelbaar omdat –afgezien van Jolande Sap van GroenLinks– geen van de commissieleden echt financieel-economische deskundigheid heeft. Het gevolg was dat de uitgenodigde deskundigen de commissieleden gemakkelijk van zich af konden schudden. Algemeen is de klacht dat er alleen maar vragenlijstjes werden afgewerkt. Er werd niet doorgevraagd. Daardoor bleven de gesprekken tamelijk oppervlakkig.

Nu is dat niet alleen de commissie zelf, maar ook de Tweede Kamer aan te rekenen. Die heeft ervoor gekozen niet een parlementaire enquêtecommissie in te stellen maar een onderzoekscommissie. Het verschil is dat in de achterliggende weken geen verhoren onder ede konden worden afgenomen. Weliswaar weet iedereen dat getuigen bij een parlementaire enquête opvallend vaak last hebben van geheugenverlies, maar de kans dat er –bij deskundige aanpak– meer uitkomt als men onder ede wordt gehoord, is duidelijk groter. Dat is het tweede.

Derde punt is dat de achterliggende weken de uitgenodigde gesprekspartners onvoldoende zijn geconfronteerd met de uitspraken die andere deskundigen eerder tijdens hun bezoek aan de onderzoekscommissie hadden gedaan. „U zegt nu dit, maar twee dagen geleden zei uw oud-collega dat. Hoe zit dat?” Dat vraagt van de commissieleden alertheid.

Dat het daar vaak aan ontbrak, bleek ook uit het geringe aantal keren dat commissieleden gebruikmaakten van voorzetjes die hun gasten gaven.

De commissie-De Wit heeft hard gewerkt, maar nu is al duidelijk dat het resultaat pover is.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek