Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Ongelijke behandeling

„De staat heeft niet tot taak in het privéleven van de burgers te intefereren, ten einde bepaalde levensvormen onaantrekkelijk te maken en andere juist aantrekkelijk.”
Een citaat waarvan je zou verwachten dat eenieder het zal kunnen onderschrijven. Zéker in de huidige tijd, waarin gelijke behandeling en de bestrijding van discriminatie tot hoogste goed zijn verheven.

Toch staat het huidige overheidsbeleid hier haaks op. De belastingwetgever bevoordeelt gezinnen waarin beide partners betaalde arbeid verrichten namelijk structureel boven kostwinnershuishoudens.

En dat niet zo’n beetje. Deze krant publiceerde zaterdag berekeningen waaruit blijkt dat de verschillen in belastingdruk inmiddels oplopen tot maar liefst 84 procent.

Die weinig neutrale fiscale behandeling van gezinnen is uiteraard niet vanzelf ontstaan, maar doelbewust tot stand gebracht vanuit arbeidsmarkt- en emancipatieoverwegingen. Daarom is in het Nederlandse belastingsysteem niet het huishouden, maar het individu tot eenheid van belastingheffing verheven. Dat is merkwaardig, vooral omdat binnen een gezin de draagkracht natuurlijk nooit ofte nimmer individueel wordt ervaren.

Op dit moment werkt van alle Nederlandse moeders ongeveer twee derde. Blijkbaar is dat de staat nog altijd niet genoeg.

En nu blijkt dat bijna gratis kinderopvang de deelname van vrouwen aan het arbeidsproces op vrijwillige basis niet verder lijkt te vergroten, wordt meer en meer getracht dit dan maar via fiscale afstraffing zo ongeveer dwingend op te leggen.

De belastingwetgever stelt inmiddels als impliciete norm dat beide partners evenveel inkomen inbrengen en zodoende zorg- en arbeidstaken gelijkelijk verdelen.

Goed voor de emancipatie van de vrouw en goed voor de economie, is daarbij dus de achterliggende gedachte. Voor het gemak lijkt hierbij te worden vergeten dat wanneer beide partners een deeltijdbaan hebben, de verbreding van het economisch draagvlak heel wat geringer is dan je op het eerste gezicht zou denken.

Dat dit beleid bovendien voorbijgaat aan het belang van de opvoeding van de komende generatie en eveneens ten koste gaat van maatschappelijk zeer relevante taken zoals vrijwilligerswerk en mantelzorg, lijkt anno 2009 in Nederland bijna niemand nog te interesseren.

Sterker nog, het huidige verschil in belastingdruk tussen kostwinners en tweeverdienersgezinnen loopt de komende jaren alleen maar verder op. Dat is niet alleen een pijnlijke constatering, maar evenzeer een onbegrijpelijke.

Van wie is nu eigenlijk bovenstaand citaat? Opvallend genoeg van de huidige minister van Justitie, Hirsch Ballin. Opgetekend in september 1983.

Toch saillant, want juist zijn partij, het CDA, is deze kabinetsperiode de drijvende kracht achter de afbouw van de overdraagbare algemene heffingskorting voor de niet-verdienende partner, door GroenLinksleider Halsema ten onrechte omgedoopt tot de uiterst smalende en denigrerende ‘aanrechtsubsidie’.

Het is een maatregel die vooral armere kostwinnersgezinnen raakt voor een bedrag van in totaal ruim 2000 euro per jaar. Een maatregel die bovendien de keuzevrijheid binnen gezinnen alleen nog maar verder afknijpt.

Als Hirsch Ballin een man is van zijn woord, roept hij zijn partij alsnog tot de orde. En biedt hij namens het CDA direct zijn excuses aan, aan al die gezinnen die om principiële redenen dan wel uit noodzaak voor een invulling van hun leven kiezen die door het huidige beleid impliciet als ouderwets, onverstandig, achterhaald en soms zelfs als onfris wordt bestempeld.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek