Jongeren willen, generaliserend gesproken, niet uit de toon vallen en weten zelfs met een uitpuilende kledingkast nog wel een reden te verzinnen om nóg een spijkerbroek aan te schaffen.
Ook ouders staan voor dilemma’s. Zaken als smaak en kwaliteit spelen een grote rol bij kledingbestedingen. En niet te vergeten de –expliciete dan wel minder zichtbare– groepsdwang. Zoonlief zal maar met de nek worden aangekeken op school omdat hij geen merkkleding draagt. Over uitwassen gesproken.
Maar zelfs met een minder modebewuste opstelling én een koopjesmentaliteit blijft het voor gezinnen een hele toer om per seizoen binnen de grenzen van het te behappen budget te blijven. Wie dan ook nog rekening wil houden met ethische normen rond kinderarbeid en extreem lage lonen in landen waar de levensstandaard toch al beneden menselijk peil ligt, staat voor een niet geringe opgave als de kledingkast moet worden gevuld.
In christelijke kring zijn kleren bepaald een veelbesproken en -bekeken onderwerp als het om de zogenoemde principes gaat. Met het vaststellen van de Bijbelse notie dat kleren er zijn vanwege onze zonde, en dat ze bedoeld zijn om bescherming te bieden en om de eerbaarheid te waarborgen, is het verhaal niet verteld. En wie aan de combinatie kleding en soberheid met drie Bijbels gefundeerde argumenten invulling kan geven, is gezegend met een helder verstand.
Om maar man en paard te noemen: als onze principes ertoe leiden dat ons kind het buurmeisje er fijntjes op wijst dat ze niet in een lange broek mag lopen, slaan we als opvoeders de plank mis. Ook ouderen weten elkaar soms feilloos de geestelijke maat te nemen, met een schuin oog op de kleding die iemand draagt. En –nog zomaar een voorbeeld– een verbod op leggings is niet iets om trots op te zijn.
Het Woord van God dient in alle gevallen het kompas te zijn. Dat voorkomt geen hoofdbrekens, maar wel is snel duidelijk dat een oprecht christen met zijn kledingkeuze niet wil uitdagen en geen aanstoot wenst te geven.
Het bewaart ook voor uitersten. Dat geldt niet het minst de achterliggende motieven, zoals het doorschieten in een weinig zegenrijke vormendienst of juist de verloedering die ontstaat door doelbewust te schoppen tegen waardevolle tradities. Het eerste uiterste gaat faliekant voorbij aan de kern van de christelijke levensovertuiging, maar ook het tweede is vaak het gevolg van innerlijke leegte.