Dat dit diepe sporen trok in hofkringen was al een halve eeuw bekend. Het vertrek van de gebedsgenezeres in 1956 was immers niet onopgemerkt voorbijgegaan. De winst van Fasseurs boek is dan ook niet dat het drama nog eens haarfijn is beschreven, maar wel dat alle ruis en mythes die rond de affaire zweefden, zijn weggevaagd. Als eerste en tot nog toe als enige mocht de schrijver zonder enig voorbehoud de relevante archiefstukken van het vorstelijk paar en het rapport van de commissie-Beel raadplegen. Met deze publicatie is nu eindelijk een einde gekomen aan een reeks reconstructies van de affaire die vooral op geruchten, verbrokkelde informatie van derden en veronderstellingen van journalisten waren gebaseerd.
Tegelijk zijn er details in de openbaarheid gekomen die bepaald onthutsend zijn. Citaten uit brieven die de koningin en de prins elkaar stuurden, brengen aan het licht hoe diep de kloof tussen beiden was. Daarbij kan men zich afvragen of alles weten wel gelukkig maakt. Ieder die hiervan smult, zal zich moeten afvragen in hoeverre hij of zij zelf op prijs zou stellen wanneer eventuele woordenwisselingen en meningsverschillen tussen eigen gezinsleden openbaar werden gemaakt.
Het is waar dat koningin Juliana zich veel te veel gelegen heeft laten liggen aan de raad van Hofmans. De vorstin begaf zich daarmee niet op glad ijs, maar stapte regelrecht in een wak waarin ze dreigde te verdrinken. Fasseur komt in zijn boek tot de conclusie dat uiteindelijk prins Bernhard ervoor heeft gezorgd dat de crisis rond Greet Hofmans nog goed is afgelopen.
Die credits mag de prins hebben. Maar daarmee dreigt te worden vergeten dat de prins-gemaal zelf ook heeft bijgedragen aan de huwelijksverwikkelingen. Dan gaat het niet alleen om het feit dat hij zelf zijn vrouw in contact heeft gebracht met de gebedsgenezeres. Binnen vijf jaar na hun trouwen, tijdens zijn verblijf in Londen, heeft de prins zijn eigen huwelijk onder druk gezet door er naast zijn vrouw andere liefjes op na te houden. Dat aspect wordt vandaag de dag min of meer glimlachend als een spannende bijkomstigheid beoordeeld. Het is echter ongetwijfeld voor prinses Juliana (die dat wist) zeer ingrijpend geweest. Zeker als men daarbij ook in ogenschouw neemt dat de moraal halverwege de vorige eeuw nog meer rekening hield met Bijbelse normen dan nu het geval is. Men kan inderdaad zeggen dat koningin Juliana in de jaren vijftig het spoor bijster was, haar man was dat al in de jaren veertig.
Vorsten zijn net mensen. Inderdaad. Ook zij berokkenen elkaar leed. Vorsten zijn ook gewone mensen als het gaat om de verwerking van verdriet. De publicatie van de huwelijksbiografie moet voor koningin Beatrix en haar zussen bepaald pijnlijk en verdrietig zijn. Het getuigt dan ook van grote moed van de koningin om -wetend wat er heeft gespeeld- Fasseur onvoorwaardelijke toestemming te geven voor het raadplegen van alle archiefstukken. Daarmee heeft ze in ieder geval bereikt dat de kroonprins straks de troon kan aanvaarden zonder het beladen verleden van oma en opa te moeten meetorsen.