Het is niet voor het eerst dat er een parallel getrokken wordt tussen de handelwijze van de nazi’s en de Nederlandse euthanasiepraktijk. Toen in 2004 bekend werd dat artsen in Groningen een protocol hadden opgesteld voor levensbeëindiging van pasgeborenen, deed een woordvoerder van het Vaticaan iets dergelijks.
Toch zijn er bij de uitspraken van Giovanardi kanttekeningen te maken. Hij deed ze in het kader van de verkiezingsstrijd die thans in Italië gaande is. Enkele partijen bepleiten enige wettelijke ruimte voor levensbeëindiging. De christendemocratische partij waartoe Giovanardi behoort, is daar fel op tegen. Waar legalisering van euthanasie toe kan leiden, heeft de bewindsman met het voorbeeld van Nederland duidelijk willen maken. Het gevaar van zo’n aanpak is dat deze snel overgaat in retoriek.
Bovendien goochelt de minister nogal met getallen. Hij stelt dat in Nederland jaarlijks bij zo’n 600 pasgeborenen euthanasie wordt toegepast. Dat klopt niet. Ieder jaar sterven ruim duizend baby’s kort na de geboorte. Bij 60 procent daarvan gaat het om het staken van een behandeling vanwege een ernstige afwijking; bij tien tot dertig baby’s wordt actieve euthanasie toegepast. Door dat niet zuiver te onderscheiden, verzwakt de Italiaanse minister zijn betoog. Waarmee uiteraard niet is gezegd dat het afzien van behandeling zonder meer is goed te keuren. Integendeel.
En dan de vergelijking met het nazi-regiem. Zonder ook maar één goedkeurend woord over de Nederlandse praktijk te spreken, moet worden gesteld dat die parallel ongepast is. De gruwelpraktijken van Hitler en zijn trawanten zijn enig in hun soort. De massaliteit van de rassenzuivering en de vernietiging van menselijk leven kent haar weerga niet in de geschiedenis. De verheerlijking van het geweld en het genoegen dat de nazi’s hadden in het lijden van mensen, vertonen geen overeenkomst met de intenties van de pleitbezorgers van euthanasie. Zij willen uit humane overwegingen mensen uit hun lijden verlossen, hoe misplaatst die redenering ook is.
Dat neemt niet weg dat de opmerkingen van Giovanardi Nederland aan het denken moeten zetten. Ook door andere landen wordt de euthanasiepraktijk in ons land kritisch gevolgd. Velen begrijpen niet dat artsen en anderen zo onbarmhartig kunnen zijn dat ze pasgeboren leven doden of dat ze baby’s met een afwijking aan hun lot overlaten.
Belangrijker is nog dat artsen, ethici en beleidsmakers eens eerlijk onder ogen moeten zien uit welke bron de Nederlandse euthanasiepraktijk voortkomt. Onze moderne maatschappij is medisch-technisch tot veel in staat, maar weet niet om te gaan met leven waar iets aan mankeert. Het leven moet gaaf zijn en nut hebben voor de maatschappij.
Wanneer bij pasgeboren leven al duidelijk is dat geen nut en geluk valt te verwachten, vinden velen in Nederland dat verder behandelen geen zin heeft. Het levert op termijn immers alleen maar kosten en geen baten op. Dat is hardvochtig en draagt bij aan een maatschappelijk klimaat waar het nuttigheidsdenken en geluk zoeken de boventoon voeren.