Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Embryo’s als bloeddonor

Sommige baby’s zijn al wereldberoemd voor ze geboren zijn. Daarvoor is niet per se koninklijk bloed nodig. Een van de voorbeelden is Adam Nash uit het Amerikaanse Denver, nu ruim vijf jaar oud. Het bloed uit de navelstreng van Adam bevat bijzondere cellen, stamcellen, die het geneesmiddel bleken voor zijn zes jaar ouder zusje, Molly. Die lijdt aan een levensbedreigende ziekte, een erfelijke vorm van bloedarmoede.
De ziekte is alleen tegen te gaan met beenmerg van een geschikte donor. De zoektocht naar zo’n donor is in het geval van Molly op een heel bijzondere manier gegaan: met behulp van een reageerbuisbevruchting van moeder Nash. Na vier pogingen is een geschikt embryo gevonden dat de ziekte niet heeft en toch donor kan zijn. Dat is in de baarmoeder teruggeplaatst en later geboren als Adam. Drie maanden later is Molly vrijwel genezen.

Als het aan de Gezondheidsraad ligt, komen zulke ingrepen straks ook in Nederland voor. Tot nu toe is het selecteren van embryo’s, want daar gaat het hier om, aan zeer strenge regels gebonden. In de regel ontstaan bij een in-vitrofertilisatie (ivf) meer embryo’s dan nodig, maar ouders mogen dan niet zeggen: doe mij maar een blond meisje met blauwe ogen. Alleen als uit onderzoek blijkt dat de vrucht behept is met een ernstige ziekte, kiest de arts een ander, gezond embryo.

De Gezondheidsraad adviseerde woensdag staatssecretaris Hoogervorst de regels voor deze pre-implantatie genetische diagnostiek te versoepelen. Het is toch heel mooi dat je vooraf kunt kiezen dat een tweede kindje gezond zal zijn en bovendien het doodzieke zusje kan helpen genezen? Een bijzondere daad van naastenliefde?

Op het eerste gezicht is dat juist. Maar ook al gaat het om uitzonderlijke gevallen, toch is er reden om deze ontwikkeling kritisch onder de loep te nemen. Voor de keuze van het goede embryo zijn vaak meer ivf-behandelingen nodig. Adam was het vijftiende embryo van moeder Nash. Tegenover de genezing van Molly staat de dood van veertien ongebruikte embryo’s, broertjes en zusjes in een pril stadium van ontwikkeling. Vanuit Bijbels oogpunt is die prijs te hoog.

Er is nog een andere zorg. In de ethiek is een algemeen uitgangspunt dat een mens nooit mag verworden tot een middel. Op grond daarvan is handel in organen verboden, evenals medisch onderzoek met mensen die hun wil niet kunnen uiten. Dit gevaar ligt op de loer bij de selectie van embryo’s. Kort na de geboorte van Adam bestempelde een ethicus dit als uitbuiting, een nieuwe vorm van slavernij.

Gelukkig heeft de Gezondheidsraad daar ook over nagedacht. In het advies is een duidelijke beperking aangebracht: selectie van embryo’s voor het genezen van een broertje of zusje mag alleen als er geen alternatieve behandelingen zijn, als er goed gezocht is naar een andere donor en als zo’n volgend kindje welkom is bij de ouders.

Terecht geeft de raad aan dat deze behandeling dus alleen in het uiterste geval toegestaan moet zijn. Maar zelfs dan valt niet te voorkomen dat de geselecteerde donor bij het opgroeien zich af gaat vragen waarom hij of zij eigenlijk geboren is: uit naastenliefde of uit eigenbelang?

Nu de deur naar embryoselectie op een kier wordt gezet, dreigt ook een ander gevaar. De volgende stap is dat mensen een embryo willen kiezen dat een goed geheugen heeft of meer spierkracht. Die selectie is in theorie mogelijk, omdat er al genen bekend zijn die daar een rol bij spelen. De Gezondheidsraad onderkent die mogelijkheid en vindt dat ongewenst. Terecht, want in zo’n geval is het woord slavernij zeker op z’n plaats: gebruik of zelfs misbruik van mensen, voor het plezier van anderen.

De geschiedenis leert dat zulke stappen vaak de eerste zijn op een hellend vlak. Daarom had de raad de deur beter helemaal dicht kunnen houden.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek