Zonder meer positief is het dat ouders met kinderen die uit elkaar willen gaan, verplicht worden een ouderschapsplan op te stellen. Die verplichting dwingt echtgenoten tot concreet en gedetailleerd nadenken over de toekomst van hun kinderen.
Al te vaak zijn kinderen de voornaamste slachtoffers van een echtscheiding. Hun gevoel van basisveiligheid wordt in hoge mate aan het wankelen gebracht als de twee steunpilaren in hun leven, vader en moeder, uit elkaar gaan.
Als de schade die kinderen hierdoor oplopen enigszins beperkt kan worden door goede afspraken tussen de ouders over de omgang met hun kinderen, is dat winst. Iedereen is het er immers over eens dat het volstrekt onverantwoord is om kinderen na een echtscheiding voortdurend in loyaliteitsconflicten te brengen door hen te laten kiezen tussen of hun moeder of hun vader. Heldere afspraken over schoolkeuze, het doorbrengen van vakanties en feestdagen enzovoort kunnen eraan bijdragen zulke conflicten zo veel mogelijk te voorkomen.
Teleurstellend is het echter dat dit voor een meerderheid in de Kamer zo ongeveer het maximum is dat men aan de echtscheidingspraktijk in Nederland wil verbeteren. Van een preventief beleid om het onvoorstelbaar hoge aantal echtscheidingen waarbij kinderen zijn betrokken terug te dringen, willen de meeste fracties niets weten.
Sterker nog, elke suggestie in die richting, gisteren onder anderen door SGP-Kamerlid Van der Staaij gedaan, stuit op felle tegenstand van fracties als GroenLinks en D66. In zijn pleidooi voor preventief beleid wees Van der Staaij er terecht op dat uit sociaalwetenschappelijk onderzoek blijkt dat het in bepaalde gevallen meer in het belang van de kinderen is om een enigszins conflictueuze relatie toch maar voort te zetten dan om die -in de weg van de minste weerstand- te beëindigen. Maar libertair Nederland wil daar niets van weten. Echtscheiding kan in veel gevallen ook een „bevrijding” zijn, hield GL-leider Halsema stug vol.
Dat een belangrijk deel van de bevolking en van de politici nog steeds zo denkt, valt zeer te betreuren. Op die manier houden ook positieve tendensen als de verplichting tot een ouderschapsplan iets van dweilen met de kraan op. Sterker nog: wie het ouderschapsplan steunt maar tevens de mogelijkheid opent tot administratieve scheiding, is druk in de weer met een klein dweiltje en draait ondertussen de kraan nog verder open.