Commentaar: Van Agt en de Joden

Commentaar: Van Agt en de Joden -  Van Agt. Foto ANP

Van Agt. Foto ANP

Oud-premier Van Agt doet weer van zich spreken met betrekking tot de Joden. Uitgerekend aan de vooravond van de herdenking van de Kristallnacht op 9 november 1938 maakte hij de opmerking dat Joden na de Tweede Wereldoorlog een thuisland hadden moeten krijgen in Duitsland, zo meldden diverse media. De opmerkingen van het prominente CDA-lid werden door zijn publiek met applaus begroet.

Wie zich een beetje verdiept in de denkbeelden van Van Agt, weet dat hij een fel pleitbezorger is van de Palestijnse zaak. Daarmee is op zich niets mis. We leven gelukkig in een vrij land waar ieder zijn eigen mening mag hebben.

Toch lijkt hij de laatste jaren de Palestijnse zaak meer kwaad dan goed te doen door opmerkingen die hij meent te moeten maken. Met pleitbezorgers als Van Agt hebben de Palestijnen eigenlijk geen tegenstanders meer nodig. Met zijn domme opmerkingen speelt hij juist de meest rechtse Israëlische politici in de kaart.

Volgens de oud-premier hadden Joden dus na de Holocaust hun heil moeten zoeken in het land waar de as van de vernietigingskampen nog warm was. Hoe hij zich de vorming van zo’n Joods thuisland in Duitsland had voorgesteld, is niet helder. Een soort veilige getto’s wellicht, waar de nabestaanden van de Shoah in alle rust konden rouwen om wat hun familie en volk was aangedaan?

Van Agt laat met zijn opmerkingen zien dat hij volledig los is geraakt van de werkelijkheid, zeker ook van de historische werkelijkheid. Daarbij sluit hij met zijn opmerkingen, hopelijk onbewust, direct aan bij de dogma’s van Jodenhaters zoals Hamas en Hezbollah. Die willen immers een Palestina zonder Joden. Want waarom zouden de Palestijnen moeten lijden onder dat wat Europeanen de Joden hebben aangedaan?

Nog even iets over het moment van zijn uitlatingen. In de nacht van 9 november 1938 begon in Duitsland de vervolging van de Joden met de Kristallnacht. Er werden in die nacht 267 synagogen in brand gestoken, 
92 Joden vermoord en zo’n 7500 winkels verwoest.

Het nazisme toonde in die nacht zijn ware, duivelse gezicht. En eerlijk is eerlijk: er waren maar weinig mensen die goed zicht hadden op wat er eigenlijk gebeurde en waar dit toe zou kunnen leiden.

Het was de Duitse theoloog Die­trich Bonhoeffer die de datum van 
9 november 1938 in zijn Bijbel schreef naast Psalm 74:7: „Zij hebben Uw heiligdommen in het vuur gezet.” Hij zag het als een openbaring van God, Die hem door deze tekst duidelijk maakte dat de strijd van Hitler ook een strijd was tegen de Gód van de Joden. Hij schreef later in een brief dat hij nadrukkelijk bepaald was bij de Bijbelwoorden: „Wie Mijn volk aanraakt, raakt Mijn oogappel aan.” Hij bleek een roepende in een woestijn van Jodenhaat.

Inmiddels is de eerste aanklacht tegen de uitspraken van Van Agt al ingediend. Begrijpelijk, maar of het wijs is, is zeer de vraag. Soms is zwijgen veelzeggender dan spreken. Juist omdat de juridische discussie zich alleen maar zal toespitsen op de vrijheid van meningsuiting.


Lees ook:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek