Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Commentaar: Liever een meisje

Het is een van de eerste vragen die ouders en familie stellen bij de geboorte van een nieuwe telg: Is het een jongen of een meisje? En als het toch een jongen is terwijl er van dat geslacht al vier in het gezin zijn, dan is de reactie steevast: Ach, zo belangrijk is dat niet, als het maar gezond is.

Zo belangrijk is het wel, althans voor veel ouders. Halverwege de jaren negentig bleek uit onderzoek van het Rathenau Instituut dat als er in een gezin een eerste meisje geboren is, vier op de tien ouders bij de volgende zwangerschap een nadrukkelijke voorkeur hebben voor een zoon. Het onderzoek volgde destijds op een hevige discussie over de Genderkliniek, een Utrechtse instelling die ouders een kind van het geslacht naar keuze aanbood. De kliniek beweerde een techniek te hebben die onderscheid kan maken tussen zaadcellen. De kliniek is in 1998 gesloten, nadat de Tweede Kamer besloot dat medische ingrepen om de geslachtskeuze te beïnvloeden verboden moeten worden. Ook bij ivf mogen ouders niet kiezen tussen een jongen- of een meisjesembryo.

Uit een maandag verschenen wetenschappelijke studie blijkt echter dat er ook niet-medische mogelijkheden zijn om de kans op een jongen of een meisje te vergroten. De Universiteit Maastricht heeft een twintigtal ouderparen gevolgd die een aantal strikte richtlijnen in acht namen en daarbij bleek dat driekwart van hen de begeerde dochter kreeg, aanzienlijk meer dan verwacht. De studie is te kleinschalig om er harde conclusies aan te verbinden, maar het is wel in lijn met eerdere onderzoeken die aangaven dat dieet en het moment van geslachtsgemeenschap van invloed zijn op het geslacht van de nakomeling.

Uiteraard kan de wet die minister Borst destijds afkondigde niemand ervan weerhouden om deze adviezen te gebruiken. Maar betekent het ook dat aanstaande ouders zonder enig gewetensbezwaar deze natuurlijke methode voor geslachtsbepaling ter hand mogen nemen? Voorstanders wijzen op het belang van een evenwichtige gezinssamenstelling en het ideaal van de keuzemogelijkheid voor ouders. Maar daar staat tegenover dat ouders met zo’n ingreep, al of niet medisch, een voorschot nemen op de seksuele identiteit van hun kind. De keuzevrijheid van de ouders is een groot goed, maar het gaat hier niet over de kleur van de gordijnen maar om het geslacht van een kind. Dat is een nieuw individu met eigen rechten waar ouders niet zomaar een stempel op mogen drukken.

Ethici wijzen daarom terecht op het bezwaar dat hiermee een kind wordt herleid tot het product van de ouderwens. Dat was destijds een belangrijke reden voor het verbod op medische ingrepen, maar het geldt ook bij de natuurlijke methode. De kans op teleurstelling bij de ouders is dan nog groter, omdat er voorlopig geen 100 procent zekerheid te bieden valt.

Er kunnen goede redenen zijn, bij erfelijke ziekten die alleen bij mannen of vrouwen voorkomen, om het geslacht van het kind te willen beïnvloeden. Afgezien daarvan moet de kinderwens van ouders niet verworden tot een zelf ingekleurd ideaalbeeld, maar het verlangen zijn naar een nieuw, uniek, door God geschonken individu.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek