Het effect daarvan bleef niet uit. In de media werd Ida bejubeld. Haar portret verscheen pontificaal op de voorpagina’s van kranten. Ida zou de paleontologie veranderen als een meteoriet die op de aarde valt, haar plaatje zou minstens een eeuw in alle handboeken staan en het fossiel kreeg namen toegedicht als de Mona Lisa van de fossielen en de Uitverkorene. En de officiële naam van het aapje werd Darwinius masillae, als eerbetoon aan de grote denker achter de evolutietheorie, Darwin.
Intussen krabden serieuze onderzoekers zich achter de oren. Terecht, zo blijkt nu, want vandaag publiceerde het tijdschrift Nature een vernietigende studie naar Ida. Zeker, Ida is een gaaf fossiel, maar allerminst een missing link. Ida hoort bij de lemuren, en als er een evolutionaire stamboom zou bestaan, zou Ida hooguit een doodlopende tak zijn geweest.
Het verhaal rond Ida is dus slechts een broodje aap. Te mooi om waar te zijn. Als wetenschappers zo hun best doen om veel publiciteit te krijgen, horen media een gezonde dosis argwaan te koesteren. Helaas neemt de prestatiedruk onder wetenschappers toe, wat leidt tot dit soort effectbejag. Een serieus onderzoeker toetst zijn resultaten eerst in vakkringen en houdt de nodige slagen om de arm.
Er is ook een les voor christenen die om andere redenen vraagtekens zetten bij die stamboom. Laten ze nuchter blijven, zich niet uit het veld laten slaan door tromgeroffel in de pers. Maar laten ze er ook voor oppassen om niet zelf in die valkuil te stappen en bij een nieuwsbericht dat in hun eigen straatje past dezelfde nuchterheid bewaren.