Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Blijvende kritiek op euthanasiewet

Het VN-Mensenrechtencomité schreef vrijdag dat het „bezorgd” blijft over de Nederlandse euthanasiewet. Men kan eenvoudig vaststellen dat dit orgaan van de Verenigde Naties niet overtuigd is door de Nederlandse toelichtingen na 2001, toen de eerste kritiek uit deze hoek klonk.
Niet dat het kabinet altijd serieus werk heeft gemaakt om de vragen van de internationale deskundigen goed te beantwoorden. Wie dit dossier nog eens doorbladert, krijgt de indruk dat de diverse regeringen het VN-comité met een kluitje in het riet probeerden te sturen. Pas in juni van dit jaar verscheen in een voorbereidend VN-rapport een serieuze beantwoording van Nederlandse zijde.

De reis van minister Hirsch Ballin van Justitie ruim twee weken geleden naar Genève wekte ook de indruk dat deze regering het comité op zijn waarde schat. Maar ondanks al zijn charme en deskundigheid heeft de minister het comité niet overtuigd.

Toen de Tweede Kamer de euthanasiewet rond de eeuwwisseling goedkeurde, klonk er veel internationale kritiek. De vragen van het Mensenrechtencomité waren echter wel de pijnlijkste. Nederland laat zich er immers graag op voorstaan dat het internationaal de mensenrechten verdedigt. Maar nu werd Den Haag zelf aangesproken op de normen die het –vaak terecht– andere hoofdsteden voorhoudt.

Dat het VN-comité –nu de meeste kritiek is geluwd– toch weer oproept de complete wet te „herzien”, versterkt de geloofwaardigheid van de vragen. In 2001 vroeg het comité niet meer dan „heroverweging.”

Nu is het Mensenrechtencomité geen prolifeorganisatie die vanuit een religieuze achtergrond tegen levensbeëindiging is. Nog geen jaar geleden riep het bijvoorbeeld Nicaragua op zijn verbod op abortus in te trekken. Het vond dat een „seculiere staat” niet zulke normen mocht opleggen.

Ook nu kiest het comité voor een strikte beoordeling vanuit moreel-juridische normen, namelijk de bescherming van het leven in zijn zwakste, laatste fase. Die is in gevaar. Wat ons betreft geldt die beschermwaardigheid van het leven evenzeer voor de eerste fase. In internationale verbanden blijkt abortus echter te zijn geaccepteerd, terwijl euthanasie omstreden blijft.

De grote vraag is nu hoe dit kabinet zal reageren. In 2001 reageerde CDA-Kamerlid Ross-van Dorp vanuit de oppositie dat het paarse kabinet de VN-kritiek ter harte moest nemen, anders zou ons land zich internationaal „volstrekt onmogelijk” maken. Men kan echter niet zeggen dat de opstelling van de kabinetten-Balkenende tegenover het Mensenrechtencomité sindsdien veel beter was. Ook als staatssecretaris van Volksgezondheid heeft Ross zich niet sterk gemaakt om het VN-comité tegemoet te komen, althans niet in het openbaar.

Interessant is nu de positie van de ChristenUnie. Het was Kamerlid Rouvoet die zich destijds in de debatten over euthanasie afvroeg of die wet niet in strijd was met het recht op leven in internationale verdragen.

Een serieuze behandeling van de kritiek uit het VN-comité raakt dus zowel de geloofwaardigheid van het CDA als die van de ChristenUnie.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek