Dat de keuze voor jeugd en gezin geen loze kreet is, benadrukken de coalitiepartners door er een aparte minister voor aan te stellen. Alles wijst erop dat deze post bezet gaat worden door ChristenUnieleider Rouvoet.
De keuze van de ChristenUnie om Rouvoet op deze vooruitgeschoven post te positioneren, valt te begrijpen. Dat de huidige CU-leider grote kwaliteiten heeft, is de achterliggende jaren genoegzaam gebleken. Als zijn partij wil voorkomen dat de ChristenUnie als verreweg de kleinste coalitiepartner wordt platgedrukt tussen twee grote broers, is het niet onverstandig een of twee man naar het kabinet te sturen met een, in politiek opzicht, hoog soortelijk gewicht.
Daarmee is niet gezegd dat het voor Rouvoet gemakkelijk zal zijn zich te handhaven in de wereld van de grote politiek, waarin het niet zelden draait om machinaties en hard gespeelde machtsspelletjes. Twee factoren zullen het voor hem in het bijzonder moeilijk maken.
De eerste is dat hij minister wordt ”voor” Jeugd- en Gezinszaken. In Den Haag bestaan twee soort bewindslieden: ministers ”van” en ministers ”voor” iets. De ministers ”van” zijn de traditionele bewindslieden, van Onderwijs bijvoorbeeld. Zij hebben een eigen departement en eigen financiële middelen. Ministers ”voor” iets (voor Bestuurlijke Vernieuwing, voor Ontwikkelingssamenwerking) ontberen een eigen ambtenarenapparaat en wonen bij andere ministeries in. Dat geeft hun vanouds een zekere achterstand. Niet voor niets werd de D66’er Van Boxtel (minister voor Grotestedenbeleid) destijds wel spottend ”minister voor spek en bonen” genoemd.
De tweede belemmering die Rouvoet kan gaan ervaren, is dat hij zich moet gaan profileren op een thema waartegen in de samenleving, bij bepaalde delen van het volk, nog altijd grote weerstand bestaat. Gezinspolitiek? Houd toch op. Spruitjeslucht, betutteling, jarenvijftigsfeer. Wie nu in de media zijn oor te luisteren legt, komt deze kortzichtige kritiek her en der tegen.
De nieuwe minister voor Jeugd- en Gezinszaken zal er een zware dobber aan krijgen dit negatieve beeld te doorbreken. Wacht op onze daden, zei hij gisteren met een citaat van Thorbecke. Een van zijn eerste daden zou kunnen zijn een heldere definitie te geven van wat een gezin is. Waren het niet onder meer de ChristenUnie en zijn voorgangers die CDA-bewindslieden regelmatig verweten een veel te ruime definitie van het gezin te hanteren, alsof bijvoorbeeld homoseksuele relaties daar ook onder zouden vallen?