Christelijke politiek kan best tegen een stootje

Christelijke politiek kan best tegen een stootje -  Foto RD, Anton Dommerholt

Foto RD, Anton Dommerholt

Christelijke politiek kan best tegen een stootje, maar dan zullen christelijke partijen zichzelf wel opnieuw moeten uitvinden en meer moeten samenwerken, stelt Jan Schinkelshoek.

„Zeg, die kleine krullenbol, is dat er een van jullie? Of is dat er eentje van ons?” Tot in de jaren 60 zaten er zo veel christen­democraten in de Tweede Kamer –in 1963 hadden de later tot het CDA gefuseerde partijen nog een Kamermeerderheid– dat zelfs fractievoorzitters het zicht op de kudde wel eens kwijtraakten.

Zo kon het voorkomen dat KVP-voorman Romme bij zijn anti­revolutionaire collega informeerde bij wie „die kleine krullenbol” –doelend op Kees van Nierop, een vakbewegingsman met een enorme haardos– nou eigenlijk hoorde. En die zat toen al bijna een jaar in de Kamer, zo heeft de latere CDA-fractievoorzitter Wim Aantjes eens bij wijze van anekdote verteld.

Dat zal Sybrand van Haersma Buma niet overkomen. De nieuwe fractie van het CDA in de Tweede Kamer is zo klein dat de nieuwbakken fractievoorzitter iedereen met naam en toenaam zal kennen. Nog nooit sinds mensenheugenis hebben er zo weinig christendemocraten in het parlement gezeten: dertien Kamerleden. In zes jaar is de partij twee derde van de aanhang kwijtgeraakt.

De crisis voor christelijke politiek is nog veel groter. Ook de ChristenUnie, de christelijk-sociale concurrent van het CDA, is bekaaid uit de verkiezingsstrijd gekomen. Met moeite behield de partij van Arie Slob de vijfde zetel. Alleen de SGP deed het, als derde christelijke partij, in de marge iets beter. Hoe lang nog?

De optelsom stemt droevig. Nog geen vijfde van de nieuwe Tweede Kamer bestaat uit vertegenwoordigers van een partij die zich linksom of rechtsom laat inspireren door het christendom, het christelijk geloof of de christelijke traditie. Je moet ver, heel ver terug in de parlementaire geschiedenis om er zo weinig in de Kamerbankjes aan te treffen.

Het lijkt wel een beetje op de tijden van Groen van Prinsterer, „een staatsman niet, een evangeliebelijder”, die zich halverwege de negentiende eeuw als eenzaam christendemocratisch parlementariër naar eigen zeggen vaak een „veldheer zonder leger” voelde.

Toekomst

De val voor met name het CDA is zo diep –opnieuw een derde van het aantal Kamerzetels kwijtgeraakt– dat Jan en alleman er als de kippen bij is om het einde van de christendemocratie te voorspellen. Allerlei statistieken worden aangesleept om aan te tonen dat de structurele neergang doorzet. De pieken worden steeds lager en de dalen steeds dieper. Het praktisch verdwijnen is, kortom, nog slechts een kwestie van tijd.

Werkelijk? Zijn die ondergangsprofeten zo kort van geheugen? Hoe vaak is het einde van christelijke partijen al niet voorspeld? En hoe vaak bleek het niet een misrekening?

Nee, je behoeft niet terug naar de periode vlak naar de Tweede Wereldoorlog, naar de tijd van de –mislukte– Doorbraak. De fusie van de inderdaad afkalvende partijen KVP, ARP en CHU in de jaren 70 heette een „sterven in elkaars armen.”

Dat was echter buiten Dries van Agt gerekend. Onder Ruud (‘karwei’) Lubbers bereikte het CDA grote hoogtepunten. En na de afstraffing van 1994 –voor het eerst sinds mensenheugenis kwam de christendemocratie in de oppositie– volgde de gerevitaliseerde terugkeer onder Jan Peter Balkenende.

In het verleden behaalde resultaten zijn inderdaad geen garantie voor de toekomst. Een automatisch herstel van het CDA binnen uiterlijk twee kabinetsperioden laat zich evenmin met zekerheid voorspellen als de onvermijdelijke ondergang.

Eén ding is wel zeker: de christendemocratie heeft bewezen over grote, onvermoede veerkracht te beschikken. Christelijke politiek –een term die ik liever niet gebruik: mij te pretentieus, te hoog gegrepen– kan tegen een stootje. Juist omdat ze teruggrijpt op waarden die de waan van de dag overstijgen.

Stippellijnen

Wat de Bijbel aanreikt, het Evangelie zuivert en de christelijke traditie gevormd heeft, levert een gedachtegoed op dat anno domini 2012 nog steeds heel actueel is voor het politieke handwerk aan het Binnenhof. Misschien wel meer dan ooit.

Als het ergens fout gegaan is, zit het daar. Het christelijke verhaal, laat ik het zo gemakshalve maar noemen, is verdonkerd. Het is aan buitenstaanders –die zijn er meer dan ooit– praktisch niet meer uit te leggen waar christelijke politiek voor staat. Waar onderscheidt ze zich van wat Abraham Kuyper „paganistische politiek” noemde?

In het bijzonder het CDA, mijn eigen partij, heeft zich dat aan te trekken. De verlegenheid met de C is soms verbijsterend groot. Een vaste, herkenbare lijn vervaagt tot stippellijnen. En dan heb ik het niet alleen over immigratie en asiel.

De ChristenUnie gaat evenmin vrijuit. Ook die partij is bij de overgang van Rouvoet naar Slob een tikkeltje verkleurd, ietsje minder evangelisch-progressief. En zelfs de SGP is, na de vrijages met Rutte I, niet meer wat ze geweest is. Wat een orthodox-gereformeerde bolwerk was, dreigt een conservatief-christelijke vluchtheuvel te worden.

Wat is er van die rooms-katholieke, antirevolutionaire, christelijk-historische, staatkundig en vrijgemaakt gereformeerde zelfverzekerdheid overgebleven? Het minste dat er van te zeggen valt, is dat het niet allemaal roestvrij staal gebleken is.

Herbronning

Het is meer dan hoog tijd voor een ”herbronning”, om een favoriete uitdrukking van oud-premier Lubbers te gebruiken. Maar dan een echte. Eentje die diep put in de bronnen van de traditie, eentje die centrale christelijke begrippen als verantwoordelijkheid, naastenliefde, gerechtigheid en rentmeesterschap doordenkt en ommunt tot een herkenbaar, eigentijds en authentiek politieke programma. Dat is lastiger dan ooit. Maar ook urgenter.

Wil die ”heruitvinding” geloofwaardig zijn, dan vergt zij nog iets anders: ietsje meer contact tussen partijen die uit dezelfde bron putten. Dat er uit Bijbel, Evangelie en christelijke traditie verschillende, uiteenlopende en elkaar tegensprekende politieke lijnen te destilleren zijn, is iets waar Nederland al ruim 150 jaar mee leeft. En iets wat zich ook niet laat veranderen. Maar dat is geen rechtvaardiging voor een zo gescheiden optrekken als CDA, CU en SGP in de Tweede Kamer sinds jaar en dag praktiseren.

Waarom niet een structureel contact tussen partijvoorzitters? Waarom niet een gezamenlijke werkgroep om na te denken over wat ”christelijke politiek” vereist? Waarom niet, naar het voorbeeld van links, gestructureerd overleg over de Kameragenda?

Dat is meer dan wat met z’n eenentwintigen te redden wat er te redden valt. Het is een poging om dieper te peilen, te peilen naar opdracht en opgave. En het is vooral een kwestie van geloofwaardigheid.

Authentiek

Die christelijke ”herbronning” zal het uiterste van christelijke partijen vergen. Steeds minder kunnen ze rekenen op een vaste aanhang. De vanzelfsprekende loyaliteit, overblijfsel van oude verzuilde tijden, vervluchtigt steeds meer, zoals verkiezingsuitslag na verkiezingsuitslag laat zien.

Die afkalving is het onvermijdelijke gevolg van ingewikkelde processen die bekendstaan als ontkerkelijking, secularisatie en modernisering. Eroverheen komen de lokroep van het populisme, de aantrekkingskracht van gemakkelijke, goed in het gehoor liggende ‘oplossingen’.

Willen CDA, CU en SGP er niet in meegezogen worden, willen christelijke partijen meer willen zijn dan een politieke beweging die meedeint met het zweven van kiezers, dan komt het veel meer dan voorheen aan op een herkenbaar, geloofwaardig, authentiek programma, op een koers die laat zien wat de christendom, christelijk geloof en christelijke traditie te bieden hebben. Laat christelijk politiek zich weer verstaan als een alternatief voor een vastlopende moderniteit? Of wordt het erdoor meegezogen?

Ja, oude christelijke partijen staan op het punt te verdwijnen. Maar de vernieuwde christelijke partijen hebben minstens zo veel kans – om eenzelfde centrale, richtinggevende rol aan het Binnenhof te spelen.

Die omslag gaat niet vanzelfsprekend. De veldheren moeten, net als Groen van Prinsterer in zijn tijd, het leger erbij zoeken.

De auteur is oud-lid van de Tweede Kamer voor het CDA en tegenwoordig directeur van een communicatiebureau in Den Haag.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek