Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Christelijk geloof is geen nieuwe godsdienst

 Dr. Bouter

Dr. Bouter

Is het christelijke geloof een nieuwe godsdienst?

In onze postmoderne tijd is het geen kritiek als iets (te) nieuw wordt genoemd. Integendeel. Het is eerder een verwijt wanneer iets als oud wordt omschreven. Oud is ouderwets. Terwijl nieuw betekent: beter, frisser, ontwikkelder. Dit was de eerste eeuwen na Pinksteren wel anders. Toen bezag men iets dat oud was als vol gezag, rijp, wijs. Dat gold helemaal op het gebied van de godsdienst. Hoe ouder een godsdienst, des te dichter bij het begin van de wereld, des te betrouwbaarder. Een nieuwe godsdienst was verdacht, die wekte de indruk een bedenksel van mensen te zijn.

Het is precies dit verwijt dat zowel van heidense kant als van joodse kant werd ingebracht tegen de christenen: ze hebben van Jezus een nieuwe godsdienst geleerd! Die is daarom weinig waard, omdat die nieuw is. Een dergelijk verwijt had in die tijd grote impact. In onze tijd is dat anders. Tegenwoordig is voor menig mens meer het punt wat je van Jezus hier en nu kan ervaren. En wat je nu aan Hem hebt. Dat is veel belangrijker dan of Hij toen wel of geen nieuwe godsdienst heeft gebracht.

Inderdaad is de vraag wat Christus hier en nu voor je kan betekenen een van de grootste vragen. Het is juist de kracht van het christelijk geloof dat het niet alleen bindt aan feiten van vroeger, maar vooral gemeenschap geeft met een levende Verlosser in het heden. Toch stuiten ook mensen in onze tijd die naar God op zoek gaan op de vraag of Jezus een nieuwe godsdienst heeft gebracht of niet. Als dat wel zo is, dan zou God Zich immers alle eeuwen ver hebben gehouden van de mensen. Maar dat zou nauwelijks te rijmen zijn met de mensenliefde van God. Het is daarom een gewichtig punt voor christenen om duidelijk te maken dat ons geloof een voortzetting is van het geloof van Abraham, Mozes, David, Jesaja en velen meer uit de eeuwen tussen schepping en geboorte van Christus. Dat er een doorgaande lijn ligt van de schepping tot op Christus, en zo tot de christenen nu.

Celsus

Maar dit is juist een punt van discussie omdat de Heere Jezus is verworpen door de meeste joodse wetgeleerden in die tijd. Celsus, een heiden uit de tweede eeuw, geeft aan dat de joden die de Messias verwachtten, Jezus niet hebben erkend. Celsus acht dat terecht, omdat Jezus een andere visie heeft dan Mozes. Ook wijst Celsus erop dat de christenen heel anders leven dan Mozes voorschrijft. Hij ziet het deel van de joden dat Jezus heeft verworpen veel meer in lijn met Mozes. Zijn conclusie is dan ook: de christenen hebben een nieuwe godsdienst. Van joodse zijde klinkt dit verwijt evenzeer. Trypho, een jood uit de tweede eeuw, vindt dat christenen zich moeten laten besnijden, de sabbat houden en de andere wetten van Mozes volgen. Dan pas kunnen ze zeggen dat ze de voortzetting zijn van het volk van God uit de tijd van het Oude Testament.

Zowel voor Celsus als voor Trypho was met hun argumentatie de zaak beklonken: de christelijke kerk is geen voortzetting van de godsdienst van Abraham, Mozes en David. Ze hebben een nieuwe religie en zijn daarom zonder belang en gezag. Ondertussen is de christelijke kerk al twintig eeuwen op aarde, verspreid onder alle volken. Wat haar een eigen gezag heeft gegeven. Toch blijft het een gewichtige vraag: is in de christelijke kerk het geloof, het leven met God, te vinden zoals dat gevonden werd bij Abraham, Mozes en David? Daarvoor zijn belangrijke argumenten te noemen.

Tweespalt in het volk van God

Allereerst het belangrijkste punt: de verwerping van Jezus. Voor Celsus en Trypho is dat een aanwijzing dat Jezus niet de lijn van Gods volk voorstond. We zien echter in het Oude Testament dat het volk Israël dikwijls God verlaat, tegenwerkt, op Hem moppert. Ook zien we hoe juist degene die door God op bijzondere wijze is uitverkoren, vervolgd wordt door Gods volk. Te denken is aan koning David, van wie de Messias zou afstammen. Hij werd vervolgd door Saul en diens leger, allemaal Israëlieten. Het Oude Testament laat telkens een tweespalt zien binnen het volk van God. Waarbij een deel trouw blijft aan God en een ander deel afwijkt en dan soms het trouwe deel vervolgt.

Is het niet in die lijn dat als de Heere Jezus op aarde is, een deel van het volk, vooral de leiders, Hem afwijst en vervolgt? Terwijl een ander deel Hem erkent en liefheeft? Zijn verwerping door een deel van Israël mag dan ook niet als teken gezien worden dat Hij niet de beloofde Verlosser was. Het was juist kenmerkend voor het volk van God dat het de gezanten van God geregeld afwees.

Wet van Mozes

Een ander punt betreft het argument dat de christenen niet leven naar de wet van Mozes en de joden wel. Dat is een argument dat op het eerste gezicht onweerlegbaar is. Tot op deze dag zijn joodse wetgeleerden intensief bezig met de bestudering van de Thora, in een poging het leven nauwkeurig naar de wetten van Mozes te reguleren. Het leven van de christelijke kerk lijkt daarbij een geheel andere godsdienst te zijn.

Toch moeten we hier oppassen. Denk aan de bouw van een prachtig huis. Tijdens de bouw worden er steigers gebruikt. Die steigers staan in het zicht, ze zijn heel belangrijk om het huis te bouwen. Maar als het huis klaar is, gaan de steigers weg. Iemand die, als het huis klaar is, toch de steigers het belangrijkst blijft vinden, die vergist zich zeer. Zo vormt Mozes het steigerwerk. Eeuwenlang is er aan Gods huis gebouwd. Toen Christus kwam, werd Gods huis opengesteld. In Hem. De steigers zijn niet meer nodig. Wel blijven ze van belang als aanwijzingen voor het geloof. Maar ze moeten toch wijken voor het huis Gods, dat in Christus is. En al lijkt het leven in Christus zo anders dan het leven onder de wet van Mozes, toch heeft het alles met elkaar te maken.

Alles bij elkaar is duidelijk dat het te ver gaat om het christendom een nieuwe godsdienst te noemen. Het is een voortzetting van het geloof van de aartsvaders, van Mozes en David, maar dan door de verschijning van Christus tot zijn vervulling en tot grotere rijkdom gebracht: door Christus wordt immers de kennis van God als Vader geschonken. Maar het blijft een voortzetting, waardoor de artsvaders, Mozes en David onze geestelijke voorouders zijn, met wie we wezenlijk en innig gemeenschap hebben. Zo ligt er een doorgaande lijn van het begin in Adam tot de christelijke kerk nu.

Dr. P. F. Bouter, hervormd predikant te Bodegraven. Heeft u een vraag voor deze rubriek of wilt u reageren? weerwoord@refdag.nl


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek