Aan het begin van het Calvijnjaar is al veel verrassends en goeds geschreven. Alleen al de Calvijntest van Trouw weet veel negatieve beeldvorming weg te nemen: genieten van lekker eten en seksualiteit (binnen het huwelijk!) mag best. Calvijn was een man die woord hield en niet de kantjes ervan af liep. Van zulke mensen mag je er meer hebben.
Het beeld dat veel mensen van Calvijn hebben, blijft echter wat oppervlakkig. De betekenis van zijn denken is van grote betekenis voor onze democratie en ons vrijheidsdenken. Calvijn kun je natuurlijk niet los zien van zijn tijd, maar veel thema’s die hij aansnijdt zijn verrassend actueel.
Allereerst denk ik aan Calvijns visie op de scheiding tussen kerk en staat, het onderscheid tussen de kerkelijke en burgerlijke macht. Iets wat we niet moeten verwarren met de opvatting dat er scheiding dient te zijn tussen geloof en politiek, of de opvatting dat het geloof naar het privédomein verbannen moet worden.
In de tweede plaats denk ik aan de bestrijding van willekeur en te grote machtsconcentraties.
Als derde noem ik wat het betekent God te erkennen als een soevereine God aan wie iedereen verantwoording schuldig is. Deze erkenning zorgt voor een gezonde vorm van dienstbaarheid en gelijkheidsdenken.
Als vierde punt noem ik Calvijns visie op de taak van de overheden: de overheden als beschermers en verdedigers „der openbare onschuld, zedigheid, eerbaarheid en rust, en dat ze zich hierop alleen moeten toeleggen, dat ze zorgen voor het algemene welzijn en de vrede van allen.”
Als laatste wil ik Calvijns visie op de economie noemen. Hij toont zich daarin een echte rentmeester. De belangrijkste normen die hij hanteerde, laten zich samenvatten in de regel van wederkerigheid en liefde. „Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen”, luidt de opdracht van Jezus . Dat is wat anders dan het gezegde ”Wat gij niet wilt dat u geschiedt…”
Voor Calvijn staan rechtvaardigheid en liefde met elkaar in relatie. Wederkerigheid is niet slechts iets van contracten, maar het gaat om onderling dienstbetoon. In een samenleving moet je je aan elkaar verbinden. Verrijking door de rijken terwijl er zoveel armoede was, was voor Calvijn onbestaanbaar.
Christelijk-sociaal
Als we dan zo nodig willen spreken over de intolerante Calvijn, dan moeten we het hebben over zijn intolerantie en grondige afkeer ten opzichte van despoten en het voortbestaan van sociaal onrecht. Dit type intolerantie mag ik wel. Ik noem het een christelijk-sociale houding.
Maar ook Calvijns denken over het algemeen welzijn, het zoeken van vrede en wederkerigheid lijken mij in discussies over bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting van groot belang. Het (bijna) verabsoluteren van de uitingsvrijheid zet de deur open voor discriminatie.
Een ander risico is dat uit-latingen zo diep grievend kunnen zijn voor een bepaal-de groep mensen, dat grievende uitlatingen de samenleving kapot kunnen maken. Over intolerantie gesproken…
Voor het algemene welzijn en het bewaren van de vrede heeft de overheid de plicht gevoelens van gelovigen, ongelovigen en bepaalde bevolkingsgroepen te beschermen, net zozeer als zij gehouden is voor de vrijheid van meningsuiting op te komen. Redenerend vanuit Calvijns visie kan ik tot geen andere conclusie komen.
De auteur is lid van de Tweede Kamer voor de ChristenUnie.