Is God een man?
In eerdere bijdragen in deze rubriek is de vraag aan de orde gekomen of het christelijk geloof vrouwvijandige elementen bevat. Pal tegenover die suggestie heb ik de positie ingenomen dat het christelijk geloof bij uitstek vrouwvriendelijk is. Eén belangrijk argument van hen die de Bijbelse boodschap in verband brengen met discriminatie van de vrouw, is dat God in de Schrift mannelijk zou zijn. De feministische theologe Mary Daly stelt bijvoorbeeld: „Als God mannelijk is, dan is het mannelijke God.”
In de oude oosterse wereld wemelt het van de godinnen. Dat merken we ook bij het lezen van het Oude Testament. Naast de mannelijke Baäl is er bijvoorbeeld de vrouwelijke Astarte (Asjera). Samen zorgen ze voor de vruchtbaarheid. Ook de Griekse mythologie telt naast vele mannelijke evenzoveel vrouwelijke godengestalten en kent allerlei pikante verhalen over liefdesaffaires tussen deze goden en godinnen. Er zijn aanwijzingen dat in bepaalde perioden kringen binnen het volk van Israël naast Jahwe, de HEERE, daadwerkelijk een godin vereerden als Zijn echtgenote. Daarvoor laten de getrouwe profeten echter geen enkele ruimte. De fundamentele belijdenis van Israël is dat de Heere één is, er is niemand en niets naast Hem.
Geen vrouwelijke tegenhanger
Het zou echter een grote vergissing zijn hieruit te concluderen dat de God van de Bijbel dus mannelijk is. De volstrekte eenheid van God snijdt dit misverstand juist bij de wortel af. Wanneer er inderdaad een godin aan de zijde van de Ene zou staan, zou de hoogste God fungeren als mannelijke tegenhanger van een vrouwelijke pendant. En als deze godin aan Hem ondergeschikt zou zijn (wat meestal het geval is, denk aan Zeus als mannelijke oppergod), zouden vrouwen de mindere moeten zijn van mannen! Terzijde zij overigens opgemerkt dat oude culturen waarin de oppergod als ”Moeder” werd aangesproken, daar veelal niet minder patriarchaal om waren.
Nu er in de Bijbel geen sprake is van een godin naast God, is duidelijk dat de levende God het mannelijke en het vrouwelijke overstijgt. Op Hem is niet het geslachtelijk onderscheid van toepassing dat bij mensen wél geldt. Op de eerste bladzijde van de Bijbel is dit al duidelijk aangegeven in Genesis 1:27. De mens wordt mannelijk én vrouwelijk geschapen naar het beeld van God. Juist in deze tweezijdigheid weerspiegelt de mens Zijn volheid. Er staat hier uitdrukkelijk niet dat alleen de man wordt geschapen naar het beeld van God.
Metaforisch spreken
Het is ontegenzeggelijk waar dat in de Bijbel vrijwel altijd in de mannelijke vorm over God wordt gesproken. De Geest van Pinksteren leert gelovig roepen: „Abba, Vader!” (Rom. 8:15). Hartverwarmend is het beeld in Psalm 103:13: „Zoals een vader zich ontfermt over Zijn kinderen, ontfermt de Heere Zich over wie Hem vrezen.” Hierbij moeten we bedenken dat het om metaforen gaat, om beelden die aan de ons bekende werkelijkheid zijn ontleend en tegelijkertijd naar een andere werkelijkheid verwijzen. Wanneer aardse vaders –als het goed is– in zeker opzicht lijken op God als hemelse Vader, blijven er nog vele aspecten over waarin ze helemaal niet op Hem lijken. In hun seksuele diversiteit ten opzichte van de vrouw bijvoorbeeld lijken ze niet op Hem bij Wie het geslachtelijk aspect totaal niet in beeld is.
Er zijn trouwens uitzonderingen op de regel van mannelijk taalgebruik ten aanzien van God. Zo lezen we in Jesaja 66:12 en 13: „Dan zult u zuigen, u zult op de heup gedragen worden. Zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ik u troosten.” En in Jesaja 49:15 zegt God: „Kan een vrouw haar zuigeling vergeten, zich niet ontfermen over het kind van haar schoot? Zelfs al zouden die het vergeten, Ik zal u niet vergeten.” In Deuteronomium 32:18 wordt in één adem gesproken over God als „de Rots die u verwekt heeft” en „de God die u gebaard heeft.” Een man kan niet baren en een vrouw kan niet verwekken. God doet beide op Zijn eigen unieke, niet-geslachtelijke wijze. Het Hebreeuwse woord voor ”barmhartigheid” hangt samen met het woord voor baarmoeder. Gods betoon van barmhartigheid komt op uit Zijn ‘baarmoeder’ vol innerlijke ontferming.
We zouden kunnen zeggen dat de Heere vader en moeder tegelijk is en wel in volmaakte zin. Als een vergevende vader, als een troostende moeder – zó wordt God door het geloof ervaren. Aardse ouders kunnen een zwakke afschaduwing zijn van Wie de Heere is voor Zijn volk.
Dat het Oude Testament toch terughoudend blijft in het spreken over God als Vader hangt samen met het volstrekte onderscheid dat er tussen God en mens bestaat. In veel religies wordt uitgegaan van een natuurlijke (ontologische) verwantschap tussen goden en mensen. De Bijbel maakt duidelijk dat er geen mengvormen zijn tussen God en mens, geen halfgoden en geen vergoddelijkte mensen. God is in de hemel en de mens is op de aarde. Hoe nauw de verbondsverhouding ook mag zijn, er blijft een niet op te heffen onderscheid tussen de gans Andere en ons mensenkinderen.
Heilige Geest
Wanneer we ons verre houden van het misverstand dat God mannelijk zou zijn, hoeven we niet met de feministische theologie mee te gaan die nadrukkelijk in vrouwelijke termen over God spreekt (”God de Moeder”) of in sekseneutrale termen over ”God as Friend” (het Engelse ”friend” kan zowel vriend als vriendin betekenen). Met name de Heilige Geest wordt in hedendaagse beschouwingen en liederen vaak als vrouwelijk voorgesteld. Het is dan goed te bedenken dat het Hebreeuwse woord ”ruach” (geest) inderdaad vrouwelijk is. Tegelijkertijd is echter de aanduiding van de Heilige Geest in het Grieks als ”Paraklètos” (meestal vertaald als Trooster of Advocaat) mannelijk, terwijl het Griekse woord voor geest (”pneuma”) onzijdig is. Dit is een prachtige illustratie van de wijze waarop God geslachtelijke diversiteit ten enenmale overstijgt.
We mogen concluderen dat er geen grond is voor de beschuldiging dat het christendom een mannelijk godsbeeld zou hebben en dat daardoor onderdrukking van de vrouw is en wordt bevorderd. Als dat gebeurd is en nog gebeurt in naam van de God van de Bijbel, en helaas valt dat niet te ontkennen, dan is dit te wijten aan een ernstig en hardnekkig misverstand.
Prof. dr. J. Hoek, bijzonder hoogleraar gereformeerde spiritualiteit aan de Protestantse Theologische Universiteit. Heeft u een vraag voor deze rubriek of wilt u reageren? weerwoord@refdag.nl
Verder lezen over dit onderwerp:
Alister McGrath, Christelijke Theologie. Een introductie, Kampen 2008, 311-313.