Maakt het christelijk geloof mensen bekrompen?
Er bestaat onder seculiere mensen een vooroordeel over christenen: ze zouden bekrompen zijn. Ze lopen achter en houden er meningen op na die niet van deze tijd zijn.
Het gaat hier om een vooroordeel. Allereerst al omdat er tal van christenen zijn die wel ”met hun tijd meegaan”. Helaas komt het nogal eens voor dat de kerken proberen in de smaak te vallen door opvallend mee te doen met de laatste mode. Men past zich aan, omdat men de verwachting heeft op die manier aan te spreken. Terwijl men niet in de gaten heeft dat de kracht van de christelijke verkondiging juist wel eens kon liggen in het niet ”met haar tijd meegaan”, in het weerstand bieden aan de geest van de tijd.
Maar om het genoemde vooroordeel te ontzenuwen, is het misschien veel beter en vruchtbaarder om te wijzen op het feit dat tal van christenen hun tijd juist vooruit waren en vormden. Ik hoef maar te wijzen op Augustinus, van wie wel gezegd wordt dat hij de eerste ”moderne mens” is. Zijn boeken hebben iets tijdloos. Eeuwenlang heeft men eruit geput, en nog steeds vindt men in de hele wereldliteratuur geen beschouwing over de tijd en over het geheugen als bij hem. Ik zou kunnen wijzen op Luther, Pascal en Kierkegaard.
Subcultuur
We hebben hier dus te maken met een apert vooroordeel. En toch, hebben degenen die zo denken niet enigszins recht van spreken? Lijkt het er niet op dat juist behoudende christenen een subcultuurvormen, met allerlei verschijnselen die daar eigen aan zijn, tot en met kleine dingen waarop gelet wordt en die een sjibbolet gaan vormen, een relict uit een ver verleden, waarin geen werkelijke inspiratie meer zit?
Wat is daar de oorzaak van? Wellicht moeten we die vooral hierin zoeken dat men de tijd waarin men leeft niet echt kent, niet kan duiden. Het gevolg daarvan is dat men niet weet hoe men in en tegenover de eigen tijd en cultuur moet staan. Hoe komt dat? Van Groen van Prinsterer is de uitspraak dat elke tijd zijn eigen speerpunt heeft met betrekking tot het uitkomen voor de waarheid. Het is dat punt waar de leugen binnen wil dringen.
In de eerste tijd van de kerkgeschiedenis was er het geding rond het God-zijn van Christus. In de periode die daarop volgde, was het de kwestie van de vrije wil (Pelagius), in de tijd van de Reformatie de rechtvaardiging door het geloof en in de 17e eeuw de rationalisering van het heil. In de tijd van Groen van Prinsteren zelf was het de geest van het ongeloof, die de geschiedenis dreigde te annexeren en het vooruitgangsgeloof propageerde.
Politicofobie
Groen, die de geest van de tijd bestreed, deed daarover een opmerkelijke uitspraak. Hij noemde zichzelf een veldheer zonder leger en sprak zijn teleurstelling uit over predikanten en het kerkvolk. Wat hij in hen laakte was wat hij wel noemde ”politicofobie”. Wat hij daarmee bedoelde, maakt het volgende duidelijk. Hij hoorde eens een preek, waar zelfs voor de meest rechtzinnige keurmeester geen woord in te ontdekken viel dat zijn wenkbrauwen deed fronsen. En toch zegt hij, was de preek laf en zouteloos. Hij stond niet in betrekking tot de aard van de tijd. De predikant leek op een soldaat die overal te vinden was in een belegerde stad en zijn wapenuitrusting vol trots aan iedereen laat zien, maar niet daar is waar de vijand de aanval inzet. Diep vanbinnen voelt men wel aan dat men niet in staat is om aan het front weerbaar te zijn. Om die reden kruipt men weg, totdat met overrompeld wordt.
Ligt de reden voor een dergelijk vluchtgedrag niet daarin dat we vandaag de dag te maken hebben met vragen die anders zijn dan in de zestiende eeuw, terwijl velen daar niet op ingesteld zijn? Wij staan voor vragen die men in de zestiende eeuw zó niet kende: de moderne ideologieën die in de twintigste eeuw een ravage hebben aangericht; de secularisatie, die om zich heengrijpt en het aperte ongeloof dat zich voordoet. Daarna de tijd van het relativisme en het postmodernisme, waarin men het opgegeven heeft om nog een eenheid in de geschiedenis te ontdekken.
Koninkrijk der hemelen
Waar dan te rade te gaan om weerstand te bieden aan deze tendens, ja om zelfs een boodschap te hebben voor deze tijd? Waar anders dan in de Bijbel? Zoals men in de vorige tijdperken een antwoord vond op de specifieke vragen van toen, zo moet er nu een antwoord gevonden worden op de vraag van de moderne tijd: waartoe dient dit alles en waar gaat het heen? Het is een basisvraag van de mensheid, waar veel mensen vaak onbewust aan lijden. Wie eenmaal met deze vraag voor ogen de Bijbel leest, ontdekt hoezeer de Schrift op deze vragen toegesneden is.
Dat is al in het Oude Testament, maar zeker in het Nieuwe Testament het geval: de inzet van Christus’ prediking is dat het Koninkrijk der hemelen is aangebroken en de heilstijd is ingegaan. Op grond daarvan zendt Hij de discipelen de wereld in, waarbij Hij hun Zijn macht en glorie openbaart: „Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde.”
Authentiek geloof
Uit dit gerealiseerde heil te leven, is authentiek nieuwtestamentisch geloof. Het stelde de eerste christenen in staat om met moed en kracht de Naam van Christus te belijden en verdrukking te aanvaarden. We vinden dit bij Stefanus, bij Paulus, in de Hebreeënbrief en vooral bij Johannes op Patmos, die Jezus’ glorie zag en er vervoerd van raakte. Het stelde hem in staat de geschiedenis te duiden en het nieuwe Jeruzalem voor ogen te hebben.
Deze ”openbaring”, die volop in de Bijbel te vinden is, hebben wij nodig om in de geschiedenis staande te blijven. Daarom hoeven we in een tijd waarin verachtelijk gedaan wordt over het christelijk geloof niet schuw en teruggetrokken te leven. Het geworteld zijn in de openbaring van Christus maakt dat we niet angstvallig wegkruipen in een subcultuur, onze kinderen bijvoorbeeld overal vandaan houden en onszelf op allerlei manieren afschermen. Op den duur is dat niet vol te houden. Wie iets voor ogen heeft van Christus’ heerlijkheid vergaat het als Luther, die in een moeilijke periode zijn aangeslagen en angstvallige vriend Melanchthon in alle toonaarden opmonterde om, met het oog op Christus, alle muizenissen te laten varen en fier het geloof te belijden.
Dr. H. Klink, hervormd predikant te Hoornaar. Hebt u een vraag voor deze rubriek of wilt u reageren? weerwoord@refdag.nl