Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Bij christelijk onderwijs hoort nadenken over schepping en evolutie

 "Oog krijgen voor de schoonheid van de schepping, betekent met de neus op de verschijnselen zitten." Foto Wikimedia

"Oog krijgen voor de schoonheid van de schepping, betekent met de neus op de verschijnselen zitten." Foto Wikimedia

Als het didactisch handelen van docenten niet wordt bepaald door de lesmethode maar door identiteit, bieden lessen over evolutietheorie op de christelijke basisschool onverwachte kansen, betoogt Bert Kalkman.

Menige leraar zal met de ogen hebben geknipperd bij het lezen van de krantenkop ”Kleuters krijgen straks evolutieles” (RD 28-2). De suggestie dat de evolutietheorie verplicht zou worden gesteld in het basisonderwijs neigt naar staatspedagogiek, iets waar niemand op zit te wachten.

Het is echter terecht dat Van Moolenbroek de krantenkop nuanceert en op de feiten wijst (RD 15-3). Het advies van de Commissie vernieuwing biologieonderwijs (CVBO) is een serieuze poging om meer samenhang binnen het biologieonderwijs te brengen en overladenheid van het onderwijsprogramma tegen te gaan. Dat is winst. Feit is wel dat de evolutietheorie prominent in het advies aanwezig is.

Toch biedt het CVBO-advies kansen. Ook om aandacht te geven aan de evolutietheorie in het basisonderwijs. Deze kansen zijn veel groter dan scholen en leraren denken. Van Moolenbroek heeft gelijk wanneer hij concludeert dat uitgevers de inhoud van de methode bepalen. Zijn optimisme dat de docent het onderwijs bepaalt, deel ik niet. Te vaak wordt het didactisch handelen van de leraar gestuurd door wat methoden aanreiken. Terwijl didactisch handelen juist een afspiegeling moet zijn van de achterliggende opvattingen over identiteit, opvoeding en onderwijs. We hoeven ons wat dat betreft geen illusies te maken over de achterliggende wereld- en mensbeelden in methoden voor natuuronderwijs. Als het al geëxpliciteerd wordt, en dat is zeldzaam, is het in de meeste gevallen niet christelijk.

Daarom moeten we zoals Van Moolenbroek schrijft juist gebruikmaken van de ruimte die het CVBO-advies biedt. Wij leven op Gods aarde en kunnen dagelijks waarnemen hoe de schepping zich manifesteert in de elementen, de dieren, de planten en de wetmatigheden die het leven op aarde mogelijk maken. Gods trouwe zorg is iedere morgen nieuw. Tegelijkertijd is er het gevolg van de zonde. Er heerst gebrokenheid, het is eten en gegeten worden, rampen voltrekken zich. Zowel de grootsheid enerzijds als de gebrokenheid anderzijds maken bescheiden.

Hier moeten leraren de ogen van de leerlingen al jong voor openen. Vanaf het begin moeten ze leren dat het een wereld van verschil maakt of je met gelovige of met ongelovige ogen naar de scheppingswerkelijkheid kijkt. Dat betekent kijken naar het karakteristieke bij dieren en planten. Hoe wonderlijk ze toegerust en aangepast zijn. Maar ook leren dat diversiteit niet vanzelfsprekend vitaliteit betekent. Hier oog voor krijgen betekent samen met de neus op de verschijnselen zitten.

Dat dit in onze opbrengstgerichte onderwijscultuur te weinig gebeurt, is het christelijk onderwijs onwaardig. Daarmee doen we tekort aan onze Schepper. Ook onthoudt de school zich hiermee de gelegenheid oefenplaats te zijn voor goed rentmeesterschap. Bij christelijk onderwijs hoort dus ook nadenken over schepping en evolutie. Niet vooringenomen maar bescheiden en vanuit een eerbiedige houding.

Hier wordt Van Moolenbroek op de wenken bediend. Samen met de Erdee Media Groep en Stichting Creaton ontwikkelt het lectoraat exemplarisch onderwijs het exempel over schepping en evolutie ”Oog in oog met Darwin”. Dit exempel wordt het sluitstuk van de nieuw ontwikkelde leerlijn natuur en techniek voor groep 1 tot en met 8. De leerlijn reikt vanuit een christelijke visie op de werkelijkheid inhouden aan, waarbij verwondering, verantwoordelijkheid en kritisch denken over morele en ethische vragen centraal staan.

Dat is ook wat gebeurt bij ”Oog in oog met Darwin”. Leerlingen maken kennis met Darwin, zijn reis, zijn vondsten en het denken van zijn hedendaagse navolgers. Leerlingen onderzoeken bijvoorbeeld fossielen en denken over vragen hoe ze in het gesteente terecht zijn gekomen. Zo leren ze dat deze berusten op interpretatie.

De confrontatie met de ouderdom van verschillende aardlagen en de geologische kolom roept de vraag op of er sprake is van miljoenen jaren of een catastrofe zoals de zondvloed. Of de verrassing dat er zogenaamde archetypen in de ark aanwezig waren die zich over de aarde verspreid hebben. De diversiteit die hieruit is ontstaan is fascinerend, evenals de binnen bepaalde soorten intact gebleven overeenkomsten.

Behalve fascinatie is er ook ontzetting over alles wat met de aarde gebeurd is en nog zal gebeuren. Dat richt de ogen van de leerlingen ook omhoog, in het besef dat God alles eenmaal nieuw zal maken. Evolutie in de basisschool? Wat ons betreft, ja dus! Maar wel vanuit een gelovige grondhouding. Wanneer het voortgezet onderwijs er vervolgens soepel op aansluit is er zeker sprak van (r)evolutie.

De auteur is lector aan Driestar Hogeschool.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
 
Reacties
@Timon.
1) Zolang er sprake is van een hypothese, worden meningen naast elkaar gezet. Zodra er consensus is binnen natuurwetenschappelijke kringen spreken we van een leer. We gaan echt niet meer in discussie over de vraag of de aarde wel of niet om de zon draait. Zo heeft evolutie inmiddels ook al heel lang de status van een leer.

2) Ik vind het pijnlijk dat U suggereert dat evolutionisten er primair op uit zouden zijn om God te ontkennen. Welke redenen zouden we hiervoor hebben? Ik kan me niet voorstellen dat natuurwetenschappers zich storen aan dat wat anderen geloven, zo ken ik ze niet. Laten we elkaar a.u.b. helemaal vrij laten in wat hij/zij gelooft, geloof is een persoonlijke zaak. Natuurwetenschap gaat niet over geloof.

3) De connectie die U maakt met Karl Marx en Nazi-Duitsland is onterecht. Natuurwetenschap is waardenvrij. Zoals we in de natuurkunde zeggen: wat eruit komt komt eruit. Ook als het ons niet bevalt.

4) "Als de evolutie echt waar is dan kan ze toch wel tegen een stootje? Of niet? Ik krijg de indruk dat evolutionisten de krachtmeting niet aandurven."
Over krachtmeting gesproken: kijk eens naar Nobelprijswinnaars in de natuurwetenschappen. Hoeveel creationisten hebben deze prijs gekregen?

5) Wat betreft het zondvloed-verhaal: Zelfs als alle vochtigheid in de dampkring op aarde zou neerslaan dan krijg je nog op geen stukken na de aarde onder water.
We lezen er ook over het ontstaan van de regenboog. Dus voor de zondvloed bestond de regenboog niet? Dat kan alleen als er iets gebeurd moet zijn met de de brekingswetten van licht, die trouwens weer volgen uit de Maxwell-vergelijkingen. Hoe geloofwaardig vindt U dat?

6) Alleen al in de sterrenkunde zijn tientallen bewijzen te vinden dat het heelal miljarden jaren bestaat. De zon bereikt een leeftijd van 10 miljard jaar. De berekeningen ken ik.


Paul Dirac | Heerlen | 29 mrt 2011 - 17:18
 
Weet u wat een eerlijke voorlichting is:
beide hypotheses naast elkaar in een boek schrijven door beide mensen die daar overtuigt van zijn. Dan kunnen kinderen kiezen wat heb het meest logische lijkt.
Dit heeft niks te maken met het feit dat er feiten "gevonden" zijn maar dat als het creationisme waar is er noodzakelijkerwijs een God moet bestaan. En aangezien het bestaan van God door veel mensen liever niet waar geacht wordt is de enige optie, de evolutie. Dit heeft alles te maken met filosofische voorkeur. Telt u maar eens na, hoeveel atheïsten hebben hun geloof vaarwel gezegd basis van gevoelens? "Ik geloof niet meer omdat ik niet kan geloven dat God zoiets toelaat" of "Er is zo veel ellende in de wereld dat ik niet kan geloven dat God bestaat". Dit heeft meer met haat en afkeer te maken dan met het feit dat de evolutie waar is. En dat 7% van de wereldbevolking zegt dat iets waar is hoeft nog niet te betekenen dat het ook waar is(denk aan nazi-Duitsland). Dus zet beide theorieën maar naast elkaar. De waarheid is hard en breekt niet zo gauw. Maar waarom durven evolutionisten dit dan niet...? Enig idee...?
Timon van Doleweerd | Driebergen | 24 mrt 2011 - 15:16
 
@Paul Dirac
Beste men. Dirac,

Uw reactie verbaast mij, zeker vanwege het feit dat u een natuurkundig docent bent.
Ik wil graag even reageren op uw bericht:
Ten eerste is het scheppingsverhaal uit de Bijbel niet overgenomen van het Gilgamesj-epos.
Hoewel het oudste zondvloed verhaal afkomstig is van kleitabletten uit Babylonië zin er toch een aantal opmerkelijke vragen te stellen bij het Gilgamesj-epos.
Ten eerste moeten we bedenken dat Babyloniërs in die tijd samen met de Egyptenaren de centra van beschaving waren en de bloei van de wetenschap.
Ten tweede moeten we bedenken dat de Israëlieten geen kennis hadden op het gebied van scheepsbouwkunde, natuurkunde en biologie.
Op het eerste gezicht hebben beide verhalen heel veel overeenkomsten maar er zijn enkele verschillen die het verschil maken:
1) In het Gilgamesj-epos is de afmeting van de ark 60 x 60 x 60, een kubus. Een kubus lijkt het meest stabiele vaartuig te zijn als je geen verstand hebt van scheepbouwkunde. Daarom is het zeer opmerkelijk dat in de Babylonische geschriften de ark een vorm van een kubus is want:
- Een bootmodel in de vorm van een kubus is juist het minst zeewaardige bootmodel dat er bestaat. Uta-napisjtim zou de zondvloed helemaal niet hebben overleefd, want als je een kubus volstouwt met voedsel en dieren dan kapseist de boot binnen de kortste keren en bij de geringste golfbewegingen.
- Als je alleen de onderste helft van de kubus gebruikt voor je lading, dan is hij nog steeds vreselijk onstabiel en vangt onnodig veel wind, waardoor hij voortdurend overhelt en binnen de kortste keren ondersteboven wordt geblazen.
- Omdat de lengte en breedte gelijk zijn, zijn de druk- en trekkrachten van het water en de wind overal gelijk en tolt de kubus voortdurend in het rond, zolang hij nog niet omgekieperd is.
- De constructie van een kubus is veel zwakker dan van een lange platte boot. Hij zou door de werking van wind en golven in de kortste keren uit zijn verband wordt gerukt en zinken, en zeker bij zwaar weer.
2) In het Gilgamesj-epos regende het maar regende het maar twee weken, een onmogelijk korte tijd
3) In het Gilgamesj-epos duurde de vloed maar twee weken
Daarentegen
1) De afmetingen van de ark van Noach zijn 150m x 25m x 15m, een verhouding van 6:1. Let op: de Israëlieten waren in de verste verte geen experts op het gebied van scheepsbouwkunde en toch heeft Noach het meest stabiele bootmodel voor een schip dat niet aangedreven wordt door een motor of een zeil. Hoe kon Noach dit weten…
2) Bij Noach regende het 40 dagen en nachten, ong 6 weken onophoudelijk. Dit is veel aannemelijker en wetenschappelijker verantwoord dan maar 14 dagen onophoudelijk.
3) Bij Noach duurde de vloed 1 heel jaar. Veel overtuigender dan maar twee weken.
De hier op volgende conclusie is dat het verhaal van Noach veel wetenschappelijker verantwoord is dan het Gilgamesj-epos. Als Mozes het verhaal inderdaad overgeschreven heeft dan had hij deze blunders ook gemaakt. Toevallig(?) niet.
De Bijbelse verhalen over de zondvloed zijn geen verzinsels die overgenomen zijn van de andere volken. Ze hebben dezelfde bron. Waarom niet overgenomen:
1) Alleen de verhalen uit de Bijbel zijn ook echt wetenschappelijk verantwoord
2) Veel Hebreeuwse woorden en uitdrukkingen die in het zondvloedverhaal worden gebruikt verschillen soms fundamenteel van de Soemerische en Babylonische verhalen. Andere Soemerische en Babylonische woorden komen we wel verder(!)/later(!) in Genesis tegen, en bij andere verhalen maar juist niet bij de zondvloed(en de schepping). Dat betekent dat die verhalen onafhankelijk van – en dus voor – de Soemerische en Babylonische verhalen zijn ontstaan.

Vervolgens nog even een reactie op de biologie. Zonder de evolutie heb je geen basis voor de biologie. Nu is de vraag wat u onder “evolutie” verstaat. Letterlijk is evolutie verandering van bepaalde organismen door middel van mutaties(fouten in het kopiëren van genen) naar een compleet ander organisme. Dit, en dat weet u waarschijnlijk wel, noemen we macro-evolutie. Macro-evolutie is nog nooit bewezen. Ook de fossielen die er voor handen zijn geven een heel ander beeld of zijn zo interpreteerbaar dat iedereen ze voor zijn eigen veronderstellingen kan gebruiken. Wat wel bewezen is, is de zogenaamde micro-evolutie. De term is eigenlijk fout want het zijn veranderingen binnen bepaalde basisgrenzen. Hoe denkt u anders alle dieren in de ark van Noach pasten.
1) Noach nam alle dieren naar hun aard, d.w.z. basistypes mee in de ark. In de ark hebben min. 1400 dieren en max. 16000 dieren gezeten. Dit kan gewoon kloppen want:
- Landdieren zijn gemiddeld zo groot als een rat
- Een standaard kooi voor een rat is 50cm x 50cm x 50cm = 1200 m3. De dieren konden geherbergd worden in minder dan 5 % van de totale beschikbare ruimte in de ark.
2) Noach nam alleen de dieren mee die een watervloed niet konden overleven. Waterdieren en amfibieën vallen dus al af en daarmee de grootste soorten onder de dieren. Tevens de reden dat we, heel zeldzaam, fossielen vinden van dieren die we niet thuis kunnen brengen. Maar deze dieren vertonen niet de kenmerken van overgangsfossielen die wij bij bosjes zouden moeten vinden.
De Bijbel onderschrijft het principe van variatie binnen, let op, bestaande basisgrenzen. Het probleem is dat zelfs met heel veel geld en intelligentie men niet over de basisgrenzen heen kan wat evolutie wel verondersteld.
Tenslotte, iedereen mag een mening hebben, maar waarom doen evolutionisten zo moeilijk om de echte feiten in lesboeken of een andere mening naast de evolutie te zetten. Als de evolutie echt waar is dan kan ze toch wel tegen een stootje? Of niet? Ik krijg de indruk dat evolutionisten de krachtmeting niet aandurven. Waarom niet eigenlijk? Heeft u zich dat wel eens afgevraagd? Bovendien was/is evolutie de basis van Karl Marx, Hitler, Stalin, Lenin, enz. Het doden van joden was puur om de goede genen te bewaren. Bovendien haalt de evolutie de basis van de Bijbel weg, want als wij Jezus en God niet met de aardse dingen kunnen vertrouwen waarom dan wel met de Hemelse?


Timon van Doleweerd | Driebergen | 24 mrt 2011 - 15:05
 
<i>Of de verrassing dat er zogenaamde archetypen in de ark aanwezig waren die zich over de aarde verspreid hebben</i>
De Bijbel zegt niets over archetypen in de ark. Er zijn alleen te veel soorten om in de ark te hebben, daarom is deze smoes uitgevonden.
Zondvloedgeologie en basistypenbiologie doen kinderen onrecht: kinderen hebben recht op goed onderwijs. Dat wordt zo niet gegeven.
Gerdien | Utrecht | 23 mrt 2011 - 11:04
 
Kinderen hebben recht op eerlijke voorlichting. De evolutietheorie is de basis van de biologie, geen zinnige bioloog die daar nog aan twijfelt. Dat heeft niets met staatspedagogiek te maken, integendeel, de staat moet erop toezien dat er geen opzettelijke leugens verteld worden in de lessen biologie, natuurkunde, scheikunde. Het zondvloedverhaal is een gejat verhaal, afkomstig uit de Gilgamesh-epos. De bijbelverhalen zijn niet serieus te nemen.

Dirac,
Docent natuurkunde



Paul Dirac | Heerlen | 22 mrt 2011 - 21:10
 
Plaats een reactie
Naam
Woonplaats
E-mail
Bericht
 
Captcha
Verificatiecode

Hiermee wordt voorkomen dat via geautomatiseerde programma's reacties worden gemaakt en spam wordt verstuurd.

Door te reageren gaat u akkoord met de algemene voorwaarden.

 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek