Ieder heeft zijn gedachten. Is er zoiets als een ziel? Mensen twijfelen daaraan voornamelijk omdat het bestaan van de ziel nooit natuurwetenschappelijk bewezen is. Mijn tegenvraag is: is dat bewijs dan nodig? Neem de ervaring van de schoonheid van een klassiek concert. Die is niet meetbaar, maar wel reëel. Ook de ziel is niet meetbaar, maar daaruit volgt niet dat de ziel niet bestaat.
Zijn er argumenten aan te voeren vóór het bestaan van de ziel? Jazeker. Het duidelijkst is dit bij het overlijden van een mens. Bij het aanschouwen van het stoffelijk overschot zien we dat er ”iets” weg is. En dat iets gaf de persoon zijn levenskracht, dat ’iets’ maakte de persoon wie hij was. Dat iets noemen we de ziel.
Maar dan hebben dieren toch ook een ziel? Inderdaad, maar anders dan een mens. Nu het EK voetbal gaande is, komt de dierlijke kant in de mens soms duidelijker naar boven. Toch zie je dat mensen bijzonder met hun instincten omgaan: ze zijn creatief in hun uitingen, ze rationaliseren en interpreteren veel.
De natuurwetenschapper, filosoof en theoloog Mariano Artigas schrijft in zijn prachtige boek ”The Mind of the Universe” (Templeton Foundation Press, 2001) dat creativiteit, rationaliteit en interpretatie ook kernelementen van de wetenschappelijke praktijk zijn. En juist die elementen helpen een mens van een dier te onderscheiden. Een simpele, creatieve, rationele en interpretatieve taak als het schrijven, versturen en lezen van een brief is elk dier te veel.
Levenskracht
Zullen dieren dit over een paar miljard jaar wel kunnen? De evolutietheorie doet geen voorspellingen, dus we kunnen daar niets over zeggen. We constateren wél dat de mens bijzonder is, dus is het zeker niet onredelijk te denken dat de mens een geestelijke ziel heeft.
Wanneer komt de ziel in het lichaam? Bij het overlijden zien we dat met de ziel de levenskracht vertrekt. Levenskracht is dus een eigenschap van de ziel. Het embryo bezit die levenskracht. Het is dan alleen nog mogelijk dat het embryo deze kracht aan de ziel van de moeder ontleent, en niets méér is dan wat cellen van haar lichaam.
De vraag die overblijft is biologie. Hoe weten we de identiteit van een cel? Door het genetisch materiaal. En dat verschilt tussen het embryo en de moeder. Precies bij de conceptie smelten de genomen van de vader en de moeder samen. Hier ontstaat dan ook de nieuwe identiteit.
Het is dus zeer redelijk te denken dat de ziel bij de conceptie wordt geschonken, ook voor niet-gelovigen.
voetnoot (u17(De auteur is promovendus bij het Leiden/Amsterdam Center for Drug Research en bij TNO Kwaliteit van Leven.