„Het aantal gevallen van kindermishandeling, de hierdoor veroorzaakte gezondheidsschade en de gevolgen voor het maatschappelijk functionerenzijn vergelijkbaar met die van kanker. Een groot probleem dus, zeker omdat de jonge slachtoffers van langdurige mishandeling een vroegkinderlijk chronisch trauma (vct) ontwikkelen.” De situatie op de foto is in scène gezet. Foto FBF.nl
Het is zaak om deze kinderen zo vroeg mogelijk te behandelen en de zorg niet tot later uit te stellen. Niet alleen vanuit welzijnsoogpunt, maar ook omwille van toekomstige financiële consequenties van late behandeling. Die gevolgen lopen namelijk op tot 3 miljard euro per jaar. Een overheid die hierin niet investeert, heeft last van blikvernauwing als het om de kosten gaat en zorgt niet goed voor haar burgers.
Het aantal gevallen van kindermishandeling, de hierdoor veroorzaakte gezondheidsschade en de gevolgen voor het maatschappelijk functioneren zijn vergelijkbaar met die van kanker, zo blijkt uit onderzoek. Een groot probleem dus, zeker omdat de jonge slachtoffers van langdurige mishandeling een vroegkinderlijk chronisch trauma (vct) ontwikkelen. Dit type trauma vraagt om gespecialiseerde behandeling.
Extreem hoog
Door een veelheid aan problemen op verschillende levensgebieden zijn de kosten veroorzaakt door chronische traumatisering in de kindertijd extreem hoog. Op basis van Amerikaanse gezondheidsgegevens worden de kosten van de gevolgen van kindermishandeling in Nederland geschat op 2 tot 3 miljard euro per jaar. In dit bedrag zitten kosten voor psychiatrie maar ook posten als medische behandelingen, arbeidsuitval en werkloosheid, alcohol- en drugsmisbruik, criminaliteit en delinquentie, juridische kosten, jeugdzorg en speciaal onderwijs.
Met name werkverzuim is een hoge kostenpost. Onderzoek naar werkgerelateerde problemen en werkverzuim onder 9633 volwassen leden van een verzekeringsmaatschappij geeft wat dat betreft significante cijfers. Bij slachtoffers van kindermishandeling is in vergelijking tot mensen die opgroeiden in een gezonde gezinssituatie sprake van een twee tot drie maal hogere kans op depressie, drie tot twaalf keer meer kans op zelfmoord, een viermaal hogere kans op zelfbeschadiging, een verhoogde kans op hart- en vaatziekten, hepatitis, type 2 diabetes, chronische longziekten, osteoporose, kanker en andere ziektes, en een gemiddeld aanmerkelijk lagere levensverwachting.
Op sociaal vlak is er een verhoogde kans op alcohol- en drugsmisbruik, criminaliteit en delinquent gedrag. Ook is er vaker sprake van arbeidsongeschiktheid en werkloosheid en lagere schoolprestaties en carrièrekansen.
Therapeutische hulp
Problemen veroorzaakt door kindermishandeling verdwijnen niet vanzelf met het volwassen worden, zoals wel wordt verondersteld. Ze worden ook niet ondervangen door de aandacht alleen te richten op preventie of het voorkomen van escalatie binnen het gezin; iets wat naar aanleiding van bovengenoemde onderzoeken nu veel gebeurt.
Nee, getraumatiseerde kinderen hebben vaak ook therapeutische hulp nodig. Zonder goede behandeling bepalen de slechte jeugdervaringen zelfs vijftig jaar later nog het alledaagse leven van slachtoffers. Hoe zwaarder en langduriger de mishandeling en hoe vroeger begonnen, hoe complexer de daardoor veroorzaakte problematiek en hoe langduriger de behandeling om op volwassenen leeftijd met het trauma om te leren gaan. Chronisch getraumatiseerde kinderen zijn de belangrijkste ’gebruikers’ van de gezondheidszorg als ze volwassen zijn.
Als de huidige onderdiagnostiek en onderbehandeling en het gebrek aan goede behandelplaatsen blijven bestaan, is de consequentie dat chronische stoornissen ontstaan die op volwassen leeftijd vragen om langdurige, intensieve en dus kostbare zorg.
Vroege behandeling van vct leidt tot een significante afname van kosten op meerdere gezondheids- en maatschappelijke terreinen. Deze vroege behandeling vraagt nu om forse investeringen vanuit de overheid. Er moeten meer behandelmogelijkheden voor kinderen gerealiseerd worden, terwijl de behandeling van volwassenen onverminderd doorgaat. Omdat de behandeling van kinderen doorgaans korter duurt, is deze goedkoper dan de veelal langdurige en kostbare behandeling van volwassenen.
Bovendien verdienen de investeringen zich zoals boven geschetst op termijn terug. Nadat een inhaalslag heeft plaatsgevonden, is het te verwachten dat minder volwassenen met vct-problematiek een beroep doen op intensieve en dure psychiatrische zorg, zij minder gezondheidsproblemen hebben en minder afhankelijk zijn van sociale zekerheid.
Plicht
Investeren in vroege behandeling van vct’s is een maatschappelijke plicht. Net zoals de investering in behandeling van ernstige ziektes een plicht is. In Nederland is ieder ziekenhuis (al dan niet gespecialiseerd of universitair) aangesloten bij een Integraal Kankercentrum (IKC). Deze centra ontvangen van het ministerie van VWS structureel geld voor onderzoek en organisatie. Eenzelfde financiering en ondersteuning als bij ernstige ziekten zouden bij vct’s op hun plaats zijn.
De beschikbare middelen voor behandeling en onderzoek zijn echter nog schrikbarend laag. De eerste stap is gezet door het vergoeden van de eerste gespecialiseerde behandelingen. De capaciteit om cliënten te behandelen blijft echter ruim onvoldoende. Voor noodzakelijk onderzoek, innovatie en richtlijnontwikkeling om betere behandelmethoden te ontwikkelen is nog geen geld beschikbaar. Voor betere vroegdiagnostiek en opleiding en kennisoverdracht ook niet.
Binnen de verslavingszorg, waar een hoog percentage van de cliënten een vct heeft, is geen gerichte aandacht voor deze problematiek, laat staan dat er behandelcapaciteit beschikbaar is. En justitie, waar veel jongeren in de jeugdgevangenissen zwaar getraumatiseerd zijn, sluit jeugdigen en volwassenen met vct-problematiek wel op, maar behandelt hen niet of nauwelijks. De overheidsinvestering kan dus naast VWS-gelden ook bestaan uit financiën van de ministeries van Justitie en Sociale Zaken en Werkgelegenheid! Een interdepartementaal onderzoek is dringend nodig.
Inspanning
Niet alleen de overheid moet meer investeren in de behandeling van vct, ook van de betrokken beroepsgroep wordt een inspanning verwacht. Zij moet consequenties trekken uit het gebrek aan kennis en capaciteit. Heel concreet: investeren in veldonderzoek (bijvoorbeeld door data te verzamelen), wetenschappelijk onderzoek opstarten en afspraken maken over uniforme behandeling en diagnostiek.
Samen met meer geld van de overheid is het heel goed mogelijk om mensen met een vct te behandelen en zo een beter leven te geven en tegelijkertijd kosten te besparen. En precies dat is de bedoeling van de inspanningen van alle betrokken.
De auteur is directeur van het Landelijk Centrum voor Vroegkinderlijke chronische Traumatisering (LCVT).