Toch heeft het genre ook voordelen. In archieven en bibliotheken liggen de prachtigste verhalen te wachten op de schrijver die ze ontdekken wil. Zo’n schrijver hoeft niet vanuit het niets te beginnen, hij kan zich volop laten inspireren door wat hij leest. Maar wee het verhaal dat in de verkeerde handen valt. Hoeveel potentie het ook mag hebben, als een onervaren schrijver ermee aan de slag gaat, wordt het de nek omgedraaid. Dat kan door een clichématige stijl, een te zware thematiek, een sentimentele toon, te veel opgeklopte spanning of een blijven steken in voortkabbelende historische beschrijvingen. De meeste verhalen onderscheiden zich immers óf door een goede stijl, óf door een originele plot – maar zelden door allebei tegelijk.
Veel bewondering was er zaterdag dan ook voor de inzenders van de historische verhalenwedstrijd, die zich door alle problemen niet lieten weerhouden. Zij smaakten in elk geval de voldoening dat de jury de kwaliteit van hun verhalen gemiddeld erg goed vond. Veel beter dan wat dagelijks op het gemiddelde uitgeversbureau terechtkomt.
Dat laatste kwam misschien juist door de moeilijke opdracht. Het thema ”liefde” had waarschijnlijk veel meer inzendingen opgeleverd dan het thema ”geschiedenis”, want liefde, daar kan iedereen over meepraten. Positief of negatief. Zoals onlangs bleek bij de gedichtenwedstrijd voor jongeren rond dat thema: de bijdragen stroomden bij honderden binnen. Helaas stelde het meeste niet al te veel voor. Je ziet het voor je, hoe iemand gauw even op het laatste moment aan een hoekje van de keukentafel gaat zitten, op de achterkant van zijn pen kluift en denkt: Laten we eens kijken. Wat voel ik? En hoe schrijf ik dat op? Niet rijmen, dat is te veel werk. Gewoon op onverwachte momenten de regel afbreken. „Jij,/ jij bent/ zo anders/ dan een ander./ Jij,/ jij laat/ mijn hart/ op hol slaan.” Enzovoort.
Uit de volheid van het gemoed is het niet moeilijk schrijven, de ene regel na de andere vloeit vanzelf op papier. Binnen vijf minuten is het gedicht klaar. Snel overtikken en insturen maar.
Maar zo ging het dus niet met de historische verhalen. Daar konden inzenders immers niet volstaan met binnen een uurtje de eigen zielenroerselen op papier te krabbelen. Ze moesten aan het werk: zich inlezen en inleven in de historische periode van hun keuze. Kennismaken met een andere wereld, een andere tijd. Kijken naar iets búíten zichzelf.
Dat laatste is heel cruciaal. Zowel bij het schrijven als in het leven. In de eeuw waarin wij ons bevinden is ”zelfexpressie” een kernwoord geworden. Jezelf zijn, jezelf uiten, op jezelf reflecteren, aan jezelf werken – daar gaat het om. Op zich niet verkeerd, maar wél als het te veel aandacht vraagt.
Christelijke schrijvers, en christenen in het algemeen, zouden niet moeten zwelgen in bespiegelingen over zichzelf, maar zich laten aanraken door de objectieve waarheid en werkelijkheid daarbuiten.
Het merkwaardige is dan, dat je daardoor ongedacht en onbewust veel meer blijkt te groeien dan door alle bewuste en geconcentreerde inspanningen tot verbetering van het eigen ik. Zo’n historische verhalenwedstrijd illustreert heel fijntjes dat de beste resultaten juist komen als je jezelf even vergeet en je –noodgedwongen– je op andere dingen en mensen concentreert.
Enny de Bruijn
Reageren aan scribent? beeldenstorm@refdag.nl.