Ook voor Nederlandse jongeren is die stap naar de stad nog altijd een grote. Op Papoea trekken jongeren ook weg om te gaan studeren. Niet als ze 18 zijn, zoals bij ons, maar 13 of 14. Uit afgelegen dorpen komen ze om in Wamena, de hoofdstad van de Baliemvallei in het centrale bergland, de mavo of de havo te volgen. Bij Potikalek kom je hen tegen. Sjouwend met palen en balen gras om er hun ’kamer’ mee te bouwen.
Dagen, soms weken lopen hebben ze achter de rug om hier te komen. Hun ouders zijn weliswaar overgegaan tot het christelijk geloof, maar worstelen nog volop met hun heidense komaf, of met de zorgen die een leven in armoede met zich meebrengt. En daarom heeft het steigerwerk van zorg en opvoeding rond déze jongeren nooit gestaan. Zelfs nu ze jaren van huis zijn, zijn ze op zichzelf en op elkaar aangewezen.
Komt dat wel goed? Jawel, dat komt goed. Als wij onze taak verstaan en deze jongelui helpen aan gééstelijk onderdak. En dat kan door de plaatselijke kerk die hen bijstaat en onderwijst te steunen.