Erik Mostert (27), Zwolle
„Zodra ik de bomen zie bewegen, begint het bij me te kriebelen. Dan wil ik gaan surfen. Windsurfers vormen toch wel een aparte groep mensen. Wat hun kleding betreft lijken ze op skaters, die hebben dezelfde board-lifestyle. Op zee draag ik uiteraard een surfpak, van neopreen. Een pak waarmee ik ook midden in de winter kan surfen. Alleen m’n gezicht en m’n handpalmen zijn dan bloot.

Surf ik niet, dan draag ik altijd sportieve kleding. Een spijkerbroek (van Kuyichi, omdat die gemaakt is zonder kinderarbeid) en een T-shirt of sweater. Om andere windsurfers bekend te maken met het christelijk geloof heb ik samen met wat vrienden een christelijke windsurfclub opgericht, Rots. We doen elke week Bijbelstudie met elkaar. En we evangeliseren onder meer door onze kleding. Daar hebben we teksten op laten zetten waarin we tot uiting laten komen dat God macht heeft over de wind en de zee. Zoals op de sweater die ik vandaag aan heb. Daar staan teksten op uit Psalm 68, uit psalm 135 en uit Romeinen 11. Als laatste staat in echte surftaal: ”Follow Him and join the ride to eternity”. Als ik deze sweater aan heb, krijg ik er altijd reactie op. Jongens vragen wat het betekent. Dat is zo cool.
M’n schoenen zijn standaard van All Star. Een beetje versleten dragen ze het lekkerst. Als ze vies zijn, gooi ik ze in de wasmachine. Zijn ze echt kapot, dan koop ik nieuwe. Zelfde maat, zelfde kleur.”
Gerrie ten Hove (49), Elburg
„Als ik Erik in de stad zou zien lopen, zou ik niet denken dat het een christelijke jongen was. Nu ik hem hoor vertellen over de manier waarop hij probeert te evangeliseren vind ik dat toch wel mooi. Je kunt dus niet altijd op het uiterlijk afgaan, blijkt maar weer.
Ik heb zelf niet zo veel met kleding. Ik vind het wel belangrijk er verzorgd uit te zien, maar ik geef er niet veel geld aan uit. 
Als er kleren gekocht moeten worden, gaan m’n kinderen voor. Voor mezelf kan ik er met minder gewoon goed uit zien. Dat is zelfs een soort sport voor me. Laatst zag ik een rok die ik te duur vond. Toen heb ik gewacht op de uitverkoop. Daar kocht ik hem zowat voor de helft van de prijs. Dat geeft echt wel een soort kick. Net als de rok die ik nu aan heb. Die was maar 5 euro. Leuk toch? Dan kun je nog eens iets extra’s doen.
Ik doe vrijwilligerswerk voor ZOA-Vluchtelingenzorg, voor mensen die als vluchteling bijna niks meer hebben. Dan besef je weer eens hoe goed wij het hier hebben. Je kunt je geld maar één keer uitgeven. En er zijn zo veel goede doelen waar je het aan kunt geven. Mooi om te horen dat Erik een fair trade spijkerbroek draagt. Ik let er zelf eerlijk gezegd niet zo op of kleding eerlijk is gemaakt. Ik koop kleding gewoon bij M&S, bij de C&A of bij de Wedo in Elburg. Niet dat ik eerlijke kleding niet belangrijk vind, maar ik zou gewoon niet weten waar ik in de winkel op zou moeten letten.”