Aan de VU hangt volgens Van Nieuw Amerongen vrijwel iedereen het evolutionisme aan. Het is daardoor ook geen punt van bespreking meer. Wel waren er momenten tijdens zijn loopbaan dat het onderwerp ineens opdook.
„Ik herinner me een gesprek met de voorzitter van de benoemingscommissie in het kader van mijn aanstaande hoogleraarschap. Hij was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, die op mijn vakgebied samenwerkt met de VU. Tijdens de procedure was er geen vuiltje aan de lucht, maar later viel hij me op een keer ineens fel aan. Recht voor zijn raap. „Ik geloof als atheïst alleen in evolutie”, poneerde hij. Wij hebben elkaar toen gedurende anderhalf uur diep in de ogen gekeken. Daarna zijn we altijd met elkaar in contact gebleven, maar wel met behoud van onze eigen principes. Dat heeft me één ding geleerd: bij dit onderwerp is geen synthese mogelijk. Dat kán niet. Maar als je een persoonlijk getuigenis mag afgeven, kun je elkaar als mens toch blijven waarderen. Al wordt er wel op je gelet: wat je zegt en niet zegt, wat je doet en laat.”
Van Nieuw Amerongen zegt juist door zijn vak meer onder de indruk te zijn gekomen van Gods majesteit in de schepping. Zijn werk met speekseleiwitten droeg bij aan die gelovige verwondering. „Eiwitten zijn zo complex en mooi. Een beroemde hoogleraar uit Californië was er zo van onder de indruk dat hij in een interview zei dat je daardoor haast in God zou gaan geloven. Wat hij overigens niet deed; die stap kon hij niet maken. Wanneer je niet vanuit je hart overtuigd bent, overheerst het verstand. Geen wonder uit de Bijbel kán immers, rationeel gezien, verklaard worden.”
Nog niet zo lang geleden was Van Nieuw Amerongen voor de Hersteld Hervormde Kerk in Malawi. „Ik heb daar prachtige kleine dieren gefotografeerd, waaronder een tor van 7 centimeter. Zo’n schepsel is een waar kunstwerk.”
Dit is deel twee in een serie van zeven artikelen over de mate waarin het evolutiedenken in de maatschappij is doorgedrongen.