De bijna 1800 kinderen die aan het onderzoek deelnamen, hadden een ouder, een tweelingzus of -broer met diabetes type 1 of zij hadden een genetische mutatie die in verband wordt gebracht met diabetes type 1. Aan de ouders werd gevraagd hoe vaak de kinderen vis aten en welke oliën werden gebruikt voor de maaltijdbereiding. De consumptie van omega-3-vetzuren werd gemeten op 3-, 5-, 7- en 9-jarige leeftijd. Daaruit bleek dat de meeste omega-3-vetzuren die de kinderen gebruikten afkomstig waren uit plantaardige bronnen.
Al eerder was overigens uit onderzoek naar voren gekomen dat Noorse kinderen die regelmatig levertraan slikten, een lager risico hadden op diabetes type 1. Levertraan is rijk aan omega-3-vetzuren en vitamine D.
Dr. Stuart Weiss, als endocrinoloog werkzaam in het universitair medisch centrum van New York, stelt in een commentaar dat het nog onduidelijk is of de omega-3-vetzuren zorgen voor een permanent beschermend effect of dat ze alleen leiden tot uitstel van de vernietiging van de insulineproducerende cellen. „Maar zelfs al gaat het alleen om uitstel, hoe langer deze cellen goed werken, hoe beter.”
Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte waarbij het eigen afweerapparaat de insulineproducerende cellen in de alvleesklier uitschakelt. Insuline speelt een onmisbare rol in de suikerstofwisseling.
Omega-3-vetzuren zijn docosahexaeenzuur (DHA) en eicosapentaeenzuur (EPA). Bronnen die rijk zijn aan DHA en EPA zijn vis en visolie. Vissen maken DHA en EPA aan uit alfalinoleenzuur dat rijkelijk aanwezig is in algen. Ook walnoten, raapzaad- en lijnzaadolie bevatten alfalinoleenzuur, maar de mens is minder goed dan een vis in staat dit om te vormen tot EPA en DHA.