Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Nooit meer thuis wonen

 Angela.

Angela.

Met behuilde ogen komt Angela (15) de woonkamer binnen van het behandelcentrum van Stichting Jeugdhulp Friesland. Ze heeft ‘ruzie’ met haar vriend. Pas als ze het een halfuurtje later hebben bijgelegd, is ze in staat een interview te geven. Want Rudy is haar steun en toeverlaat.
„Het grootste verschil met drie maanden geleden is dat ik vrolijker ben geworden”, zegt Angela als ze zich wat heeft opgeknapt. Haar koperkleurige paardenstaart glanst in de zon, terwijl ze op een houten bankje neerploft.

De oorzaak van die blijdschap is haar vriend. De twee ontmoetten elkaar zo’n vier maanden geleden in een zwembad. Later zagen ze elkaar terug in de schooltaxi. „Hij keek mij steeds aan. Toen we uitstapten heb ik hem verkering gevraagd. Hij geeft om mij en daar word ik gelukkig van.”

Angela kan zo’n portie geluk op dit moment best gebruiken. Juist twee weken geleden heeft ze te horen gekregen dat ze nooit meer thuis mag wonen. En dat terwijl ze een halfjaar geleden nog in de veronderstelling verkeerde dat deze eerste opname meteen de laatste zou zijn. „Een beetje verkeerd gehoopt”, zegt ze met gevoel voor understatement.

Even later: „Mijn moeder moest erom huilen.” Heftiger: „Ik wil gewoon naar huis, niet naar een nieuwe groep, waar ik weer aan andere mensen moet wennen.”

Er is echter geen ontkomen aan. Angela mag maar anderhalf jaar op de huidige groep blijven, zoals elke jongere die hier binnenkomt. En thuis loopt het nog steeds niet zoals het zou moeten. Slaan doet ze haar moeder niet meer als ze om het weekend thuiskomt, maar de relatie is nog niet vlekkeloos. „Af en toe hebben we woorden.”

Bij haar vader wonen kan ook niet. Het contact met hem is inmiddels dusdanig hersteld dat ze hem één keer in de twee maanden spreekt. „Maar ik mag niet eens bij mijn vader wonen”, zegt ze, doelend op de ruzies en daaropvolgende breuk die de twee eerder dit jaar meemaakten.

Glasscherven

Angela heeft nog meer problemen. Als ze zich verdrietig voelt, snijdt ze zichzelf soms in haar armen. „Dat voel ik toch niet als ik verdrietig ben”, zegt ze. „Maar ik doe het nu al minder dan in het begin. Iedereen helpt me te stoppen. Mijn vriend gooit de glasscherven weg als hij ziet dat ik ze in mijn tas heb.”

Haar neiging weg te lopen is een ander punt. Dat doet Angela al zolang ze bij Jeugdhulp Friesland zit. „Als ik verdrietig ben, verberg ik dat voor anderen. En soms ga ik ervandoor.” De vrijheid is nooit van lange duur: jeugdhulp schakelt altijd de politie in.

Ondanks deze moeilijkheden vindt Angela dat ze de afgelopen maanden vooruit is gegaan. „Ik kan al beter met mijn gevoelens omgaan dan toen ik hier kwam. Soms durf ik me te uiten. En ik heb een nieuwe beste vriendin hier, Yvonne. Ik ken haar nog niet zo goed. We moeten nog leren wat we wel en niet tegen elkaar kunnen zeggen. Maar ik vind haar heel aardig.”

En de toekomst? Angela ziet wel. Nog een halfjaar, dan moet ze naar een andere instelling. Nog een jaar, dan moet ze naar een andere school. Nog drie jaar, dan is ze 18 en mag ze op zichzelf gaan wonen. Geweldig, lijkt haar dat. En daarna? Wordt ze dierenartsassistente, zoals ze een halfjaar geleden al zei? „Ik wil nu paardentrainer worden.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels