Het omgekeerde geldt eveneens: een goede ervaring geeft een betere relatie met de baby, een positieve beleving van het moederschap en gevoelens van zelfvertrouwen en trots die lang aanhouden.
De onderzoekster –afgestudeerd als arts– is daarom uitgesproken voorstander van de thuisbevalling. „Als een vrouw de mogelijkheid heeft om te bevallen in een prettige omgeving die niet is gemedicaliseerd, moet ze dat doen.” Gisteren sprak ze haar oratie uit aan de Universiteit van Amsterdam en aanvaardde daarmee de leerstoel ”Eerstelijns Verloskunde en Ketenzorg”.
Toen artsen in de vorige eeuw in bijna alle westerse landen de ziekenhuisbevalling promootten, baseerden zich veelal op simpele aannames, niet op feiten, aldus Buitendijk. „Ze stelden vaak dat de aanwezige techniek de situatie veiliger en prettiger zouden maken. Maar hier ging geen goed onderzoek aan vooraf dat aantoonde dat de sterfte inderdaad lager was in het ziekenhuis en dat vrouwen de bevalling daar ook daadwerkelijk prettiger vonden.”
Ze wijst erop dat de verloskundige vaak moet bewijzen dat de thuisbevalling veiliger is dan het ziekenhuis, terwijl de gynaecoloog niet hoeft te bewijzen dat zijn interventies –zoals inleiding van de bevalling, vacuümverlossing en keizersnede– veiliger zijn. „Het idee dat ingrijpen altijd beter is, is niet terecht. Aan een ruggenprik zijn bijvoorbeeld net zo goed risico’s verbonden.”
De medicalisering van de geboorte en het toenemend aantal ingrepen –een vrouw die voor een ziekenhuisbevalling kiest, heeft 30 procent meer kans op een kunstverlossing en krijgt anderhalf keer vaker een keizersnee– baart de onderzoekster zorgen. „Het ‘zekere’ van het ziekenhuis is helemaal niet zo zeker. Onnodige ingrepen kunnen zelfs meer ongewenste bijwerkingen hebben.”
Graag zou Buitendijk meer zicht krijgen op de factoren die belangrijk zijn voor een positieve ervaring van de bevalling, want daarover is eigenlijk weinig bekend. Wat in haar optiek duidelijk beter kan, is de samenwerking tussen verloskundigen en gynaecologen. „Verloopt die niet goed, dan is de zwangere daarvan de dupe.”
Zo zou ze willen onderzoeken of een vrouw meer op haar gemak is wanneer de verloskundige meegaat naar het ziekenhuis, als dat gedurende de baring nodig blijkt. „Nu verdwijnt de verloskundige uit beeld zodra ze iemand overdraagt aan de gynaecoloog. Ik denk echter dat dit niet verstandig is.”
Tijdens de geboorte is het belangrijk dat de zwangere een gevoel van controle houdt over de situatie, weet Buitendijk. „Thuis ervaart ze het eerder als háár bevalling. In het ziekenhuis nemen anderen sneller de regie over en krijgt de vrouw het gevoel een nummer te zijn.”
Verder zou de onderzoekster zou graag pijnbestrijding thuis mogelijk maken. Zo loopt er in Groot-Brittannië een proef met toediening van entonox (een mengsel van lachgas en zuurstof). „Wanneer iemand bang is voor de pijn, wordt dat nu per definitie een ziekenhuisbevalling.”
Gynaecologen en journalisten die kritiek uiten op de thuisgeboorte, bedienen zich vaak van ongenuanceerde en onwetenschappelijke argumenten, vindt Buitendijk. „Er wordt nogal eens gesteld dat de hoge perinatale sterfte in Nederland hieraan te wijten is.” Van de 1700 baby’s die jaarlijks rond de geboorte overlijden, komen er slechts ongeveer 50 ter wereld bij de verloskundige in de eerste lijn. „Er zit dus heel weinig winst in het verplaatsen van alle bevallingen naar de gynaecoloog. In 85 procent van de gevallen betreft het kinderen met groeiachterstand, aangeboren afwijkingen of vroeggeboorte.”
Wat Buitendijk vooral stoort, is dat vrouwen onnodig bang worden gemaakt voor de thuisbevalling. „Bijna een kwart van de Nederlandse vrouwen die bij de verloskundige bevalt, vreest op enig moment tijdens de baring dat haar eigen leven of dat van de baby in gevaar is. Dat is een overschatting van de risico’s met een factor vierhonderd. Velen hebben het gevoel te moeten kiezen tussen een prettige bevalling en de veiligheid van hun baby. In Nederland kun je thuis allebei krijgen.”
Unieke situatie
Hoe komt het dat de thuisbevalling in Nederland is blijven bestaan, terwijl die in de meeste westerse landen niet meer bestaat, en soms zelfs verboden is? Meerdere factoren hebben daarbij een rol gespeeld, meent Simone Buitendijk.
Als een van de belangrijkste noemt ze de houding van de politiek. In ons land werd namelijk al vroeg –in 1818– wettelijk werd vastgelegd dat een vroedvrouw de normale bevalling mocht begeleiden, terwijl het gebruik van instrumenten, zoals de verlostang, was voorbehouden aan een chirurgijn, later de gynaecoloog. „In andere landen liepen dit meer door elkaar.”
In de loop van de negentiende eeuw ontstaan in veel Europese landen grote kraamklinieken voor arme vrouwen, geleid door artsen. De hygiëne is er vaak slecht. De Nederlanders hebben het niet zo op die ziekenhuisbevallingen. Zo ziet de gemeente Rotterdam af van de bouw van zo’n kraamkliniek, ”omdat het niet past bij de volksaard.”
Toch bevallen in ons land steeds minder vrouwen thuis. Het aandeel daalde de afgelopen decennia van 70 procent in 1960, naar 35 procent in 2000, tot 29 procent nu.
Buitendijk mist wat dat betreft rolmodellen, die uitleggen hoe prettig het is om normaal te bevallen.
Ook ziet ze een taak voor een patiëntenvereniging. „Engeland kent twee actieve groepen. Die laten de stem van de achterban horen, spelen een belangrijke rol in het politieke debat en geven zwangeren voorlichting.”
Of de thuisbevalling in Nederland blijft bestaan, is voor Buitendijk allerminst zeker. „Er zijn wel degelijk mogelijkheden om het huidige systeem beter te laten functioneren. Maar of het op tijd is...?”