De dieren hebben het blijkbaar goed naar hun zin in het moerasgebied. Volgens Breeveld zijn het redelijk ’luie’ vogels. „Ze laten zich uit de boom naar beneden vallen om hun prooi te slaan".
In het voorjaar zijn er genoeg pulletjes (jonge ganzen) om hun jong(en) mee te voeden en in de winter verschalken zij voor zichzelf regelmatig een volwassen gans, aldus Breeveld. In de zomer, als het waterpeil zakt, komen zij gemakkelijk bij de karpers en snoekbaarzen die in de plassen leven.
Zeearenden zijn ook aaseters. Ze doen zich tegoed aan de kadavers van edelherten die in het natuurgebied aan hun einde zijn gekomen.
Het paartje zeearenden dat de Oostvaardersplassen heeft uitgezocht om hun jongen te krijgen, is het enige broedende paar in Nederland. Elders komen wel zeearenden voor, maar ze zijn nog niet tot broeden gekomen. De boswachters hopen dat meer zeearenden ’hun’ natuurgebied uitkiezen om er jongen te krijgen en op te voeden.