Het geplande windpark bij het voormalige eiland Urk bestaat uit tachtig tot honderd windmolens met een masthoogte tussen de 70 en de 135 meter. Veertig windmolens komen in het water te staan, de overige op het land.
De molens komen in zes lijnopstellingen langs de dijken van de Noordoostpolder te staan. Door de nieuwste technieken kan een vermogen van 6 megawatt per molen worden gerealiseerd, waardoor met minder molens veel meer stroom kan worden opgewekt.
De gemeente Urk is geen voorstander van het plan. Zij is van mening dat het uitzicht vanaf het water op het vissersdorp wordt bedorven door de torenhoge molens. De windturbines komen 1,6 kilometer van Urk af te staan.
Doordat ze niet op het grondgebied van het dorp komen te staan, lijkt het er op dat de gemeente weinig heeft in te brengen. Volgens projectdirecteur Louter kan Urk via bestuurlijk overleg wel invloed uitoefenen.
Urk meldde gisteren zonne-energie een goed alternatief te vinden voor het windmolenpark. Volgens de gemeente gaat de ontwikkeling van zonnepanelen zeer snel, terwijl de ontwikkelingen op het gebied van windenergie nagenoeg stilstaan.
Urk reageerde daarmee op uitspraken van gedeputeerde A. Bliek van Flevoland, die stelt dat 21 vierkante kilometer aan zonnepanelen nodig is om het geplande windmolenpark te vervangen. Volgens Urk is dat achterhaald.
Tegen de tijd dat het megawindmolenpark gerealiseerd zou moeten worden, is volgens Urk de techniek op het gebied van zonne-energie verder ontwikkeld. „Volgens berekeningen zal de benodigde capaciteit aan vierkante meters voor zonnepanelen niet meer bedragen dan de oppervlakte van het geplande megawindmolenpark”, aldus een woordvoerder van de gemeente.
Verwacht wordt dat het windmolenpark tussen de 500 miljoen en de 1 miljard euro gaat kosten en ongeveer 200 banen oplevert. Momenteel wordt onderzocht welk effect het windpark op de natuur heeft en hoe het is gesteld met de veiligheid voor watersporters en bootpassanten.
Het windmolenpark is een initiatief van de Koepel Windenergie Noordoostpolder.
Het project wordt voorbereid met de gemeente Noordoostpolder en de provincie Flevoland, maar valt onder de verantwoording van het Rijk. De initiatiefnemers verwachten dat de bouw op zijn vroegst in 2012 start.