Het is alsof de beeltenis van de vissersvrouw op het monument meeluistert naar het betoog van Van Loosen. Op de omringende zwarte platen staan de namen van op zee omgekomen vissers. De voorman van Urk Briest maakt met zijn arm een gebaar naar rechts. Naar de plek waar, als het aan de plannenmakers ligt, straks windmolens te zien zullen zijn, die met 200 meter hoger reiken dan de Euromast.
Van Loosen: „Zulke hoge windturbines op niet meer dan ruim 1 kilometer uit de kustlijn is belachelijk. Op de Noordzee krijgen soortgelijke parken hun plek op meer dan 30 kilometer uit de kust om horizonvervuiling te beperken.”
Het steekt hem dat Urk in zijn ogen het kind van de rekening dreigt te worden. „De windmolens komen op het grondgebied van de gemeente Noordoostpolder, maar in het zicht van Urk te staan. Net als tijdens de inpoldering –toen het voormalige eiland bewust buiten de Noordoostpolder werd gehouden– worden we opnieuw monddood gemaakt en buitenspel gezet.”
De voorman van Urk Briest geeft de moed niet op. Hij weet 18.000 Urkers achter zich. Zoals de in Urk geboren en getogen fietser –hij wil niet met zijn naam in de krant– die bij een waterig zonnetje het monument bezoekt. „Ik kom hier elke dag even om te genieten van het fraaie uitzicht over het IJsselmeer. Dit monument met zicht op zee is een gedenkplek, zowel voor mij als voor veel andere Urkers.”
Hij knikt richting de zwarte borden met namen van omgekomen vissers. „Daar staan kameraden van me tussen. Verdwenen op zee en nooit meer teruggevonden. Die windmolens maken inbreuk op deze plek, die onlosmakelijk met Urk is verbonden. Ik betwijfel of het goed afloopt voor ons dorp. In de politiek kan het alle kanten op gaan.”