Bert, Johan en Jelien beleefden zondagavond bijzonder angstige ogenblikken. Terwijl hun ouders bij vrienden elders waren, vermaakten de drie zich met televisie en computer. Plotseling zagen ze over het weidse land een donkere draaikolk op hun boerderij afkomen. Bert: „Ik was erg bang. De windhoos zag eruit als een enorme slurf die in een soort trechter naar beneden loopt. Ik moest meteen aan tornado’s in films denken. Ik kon niet geloven dat het waar was. De dakgoot van de buren vloog door de lucht.”
Jelien: „Er vloog van alles rond in die slurf. Hout, takken, je kunt het zo gek niet bedenken. Ik zag zelfs een schaap vliegen en dacht: Dit kan helemaal niet! Heel vreemd. Een stuk dak boven mijn slaapkamer is weggeslagen. Het is daar één grote rommel. Alle spullen zijn door elkaar gehusseld.”
Bert: „Een konijnenhok ligt 100 meter verderop in het land. En een onderdeel van een trampoline is ook honderden meters verder geslingerd.”
Toen de windhoos op de boerderij afstormde, wisten de drie zich geen raad. Bert: „Jelien rende door het huis en schreeuwde: Wat is dit?” Gedrieën kropen ze onder de tafel. Jelien: „Ik dacht: We gaan eraan. We hoorden later buren schreeuwen en janken.”
Afgelopen nacht hebben ze nauwelijks geslapen. Jelien: „Ik heb elk uur op de wekker gezien.” Bert: „Ik zie telkens alles weer gebeuren. Heel bedreigend hoe die donkere slurf op ons afkwam. Je weet echt niet wat je overkomt.”