Met die opstelling kwam het Zeeuwse Kamerlid („Ik zie de Zeeuwen zitten op de publieke tribune”) al snel in botsting met ChristenUnie-Kamerlid Cramer. Die is van opvatting dat, nu alternatieve vormen van natuurherstel na een uitspraak van de Raad van State onmogelijk blijken, „deel twee van het dubbelbesluit van april dit jaar in werking moet treden”, te weten het onder water zetten van de Hedwigepolder.
Koppejan: „Ik ben volksvertegenwoordiger en kom op voor alle burgers die hun polder willen behouden. Als u, meneer Cramer, al zo snel het hoofd in de schoot legt, is dát misschien net het verschil tussen de ChristenUnie en het CDA.”
Maar ook CDA en PvdA kozen duidelijk voor een verschillende koers. PvdA-Kamerlid Roefs erkende er weinig fiducie meer in te hebben dat het kabinet een goed alternatief voor ontpoldering kan uitwerken. Volgens haar moet het kabinet morgen aantonen dat het „én gaat verdiepen, én gaat herstellen, én dat dit alles op tijd plaatsvindt.” Roefs heeft er „een hard hoofd in” dat het kabinet hierin slaagt.
Net als het CDA gaf ook de SGP aan nog steeds achter het „uitstekende kabinetsbesluit” van april te staan, waarin het kabinet beloofde alles in het werk te zullen stellen om tot alternatief natuurherstel te komen.