Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

SGP zoekt kandidaten kieslijst 2011

 Als SGP-fractieleider Van der Vlies (l.) zich niet meer herkiesbaar stelt, schuiven dan de nummers 2, 3 en 4 van de lijst, Van der Staaij (tweede van links), Dijkgraaf (derde van links) en Leertouwer (vierde van links), automatisch een plaatsje naar boven?

Als SGP-fractieleider Van der Vlies (l.) zich niet meer herkiesbaar stelt, schuiven dan de nummers 2, 3 en 4 van de lijst, Van der Staaij (tweede van links), Dijkgraaf (derde van links) en Leertouwer (vierde van links), automatisch een plaatsje naar boven?

Behalve over de positie van vrouwen, kunnen SGP’ers mokken over kandidatenlijsten voor Tweede Kamerverkiezingen. Zal dat in de aanloop naar de verkiezingen van 2011 weer gebeuren?
SGP-fractievoorzitter Bas van der Vlies zal –ijs en weder dienende– na de verkiezingen van 11 mei 2011 waarschijnlijk niet terugkeren in de Tweede Kamer. De nestor van de Kamer wilde eigenlijk bij de tussentijdse verkiezingen van november 2006 al stoppen, maar de partijleiding deed een dringend beroep op hem om aan te blijven vanwege de onrust in de partij over de positie van de vrouw. Daar gaf de fractievoorzitter gehoor aan. In mei 2011 hoopt Van der Vlies bijna 69 te zijn. Hij zit sinds 1981 in de Kamer en sinds 1986 is hij fractievoorzitter.

Officieel zegt Van der Vlies „nog niet toe te zijn aan mededelingen hierover”, maar informeel zou hij al hebben aangegeven niet weer beschikbaar te zijn.

De verkiezingen zijn nog ver weg, maar het SGP-hoofdbestuur heeft de eerste stappen om te komen tot een nieuwe kandidatenlijst al gezet. Op de partijdag van volgend voorjaar moet de partij de lijstrekker voor de verkiezingen aanwijzen. Verder is er een commissie vanuit het hoofdbestuur ingesteld die een voorstel doet voor de plaatsen twee en volgend. Die commissie, die onder leiding staat van SGP-voorzitter Kolijn, is al bij elkaar geweest.

Het verleden leert dat de samenstelling van de kieslijst niet altijd van een leien dakje gaat. Soms bleven mensen mokkend achter (zie kader ”Niet zonder slag of stoot”).

Het meest logische is dat de nummer 2 van de SGP, Kamerlid Kees van der Staaij, doorschuift naar de eerste plaats. Dat is ook wat Van der Vlies steeds suggereert als het over zijn opvolging gaat: „We hebben voldoende geschikte kandidaten.”

De 41-jarige jurist zit ondertussen elf jaar in de Kamer. Ervaring telt binnen de SGP en het is niet gebruikelijk dat een nieuweling ook direct de lijsttrekker is.

Als Van der Staaij inderdaad lijsttrekker wordt, ligt het voor de hand dat de nummer 3 van de huidige lijst, de 39-jarige hoogleraar empirische economie van de publieke sector Elbert Dijkgraaf, doorschuift naar nummer 2 en daarmee verzekerd lijkt van een plek in de Tweede Kamer.

Dijkgraaf reageert wat afhoudend: „Ik weet dat het geen automatisme is. Ik ben pas benoemd tot hoogleraar en zit me hier in Rotterdam absoluut niet te vervelen. Ik wacht het rustig af en ga er pas over nadenken als de partij een verzoek bij mij neerlegt. Ik houd alle opties volledig open.”

Het is niet bij voorbaat zeker dat alle kandidaten van de vorige kieslijst een plaatsje opschuiven. Behalve logica spelen meer factoren een rol. Een van de doelstellingen die de SGP zich altijd heeft gesteld is dat de verschillende kerkgenootschappen waaruit de partij haar kiezers betrekt, duidelijk vertegenwoordigd moeten zijn op de kandidatenlijst.

Verder wil de partij graag een aansprekende vertegenwoordiger van de hervormd-gereformeerde richting uit de Protestantse Kerk in Nederland aantrekken. Daar zit groeipotentieel voor de partij. Immers: de SGP trok nooit zo veel stemmen als in de jaren zeventig van de vorige eeuw toen de hervormde ds. H. G. Abma de lijst aanvoerde. Overigens hebben veel hervormd-gereformeerden ondertussen de partij verlaten en is de richting ten prooi gevallen aan een kerkscheuring in 2004.

Op dit punt scoort Van der Staaij minder goed. Hij is lid van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland, een relatief klein kerkgenootschap waarvan de leden sowieso toch op de SGP zullen stemmen. Dijkgraaf is lid van de Gereformeerde Gemeenten synodaal, en dat is in dit verband een pluspunt omdat veel SGP-kiezers van hetzelfde kerkgenootschap lid zijn.

De combinatie van Van der Staaij/Dijkgraaf kan echter ook voor problemen zorgen. Gezien de peilingen moet de SGP er niet op rekenen dat ze drie zetels behaalt. Als het duo Van der Staaij/Dijkgraaf in de Kamer komt, ontstaat er een breuk in een jarenlange SGP-traditie. Sinds 1925 stelt de partij een kandidaat vanuit hervormd-gereformeerde richting op een verkiesbare plaats. Een- en andermaal heeft partijvoorzitter Kolijn aangegeven dat dit voor hem een belangrijk punt is.

De SGP-jongeren hebben ook zo hun wensen. Hoewel Dijkgraaf van 1999 tot 2003 voorzitter was van de SGP-jongerenorganisatie kennen veel jongeren hem niet. Enthousiast is de jeugd over dr. R. Bisschop (53), directeur van het Wartburg College te Rotterdam (locatie Revius), tevens Statenlid in Utrecht. Hij is een populair en boeiend spreker. Zo liet hij onlangs in Gorinchem de directeur van het wetenschappelijk instituut van de VVD, Patrick van Schie, alle hoeken van de zaal zien toen deze had gepleit voor afschaffing van het bijzonder onderwijs. „Die mag wel in de Tweede Kamer” en: „Die moet lijsttrekker worden”, zeiden de jongeren na afloop in de wandelgangen. Bisschop is hersteld hervormd.

De huidige nummer 4 op de lijst, de hervormd-gereformeerde drs. H. G. Leertouwer, verwacht niet dat hij weer voor een hoge plaats wordt gevraagd. „Drie jaar geleden ben ik op de lijst gekomen omdat ze toen iemand zochten die de hervormd-gereformeerde richting vertegenwoordigde. Ze zochten eigenlijk een jonger iemand, maar konden geen jongere van die denominatie vinden die ook voldoende ervaring had. Vandaar dat ze toen bij mij zijn uitgekomen. Mijn plek op de lijst was tijdelijk. Ik verwacht niet dat ik er nu weer voor word gevraagd”, aldus de oud-fractievoorzitter van de CU/SGP-combinatie in Krimpen aan den IJssel.

Hij vindt het wel verstandig als de SGP iemand van de hervormd-gereformeerde denominatie hoog op de lijst zet: „Uit die kring komen veel SGP-kiezers. Overigens is de denominatie op zichzelf niet voldoende, je moet ook letten op de kwaliteit van de kandidaat.”

Hervormd-gereformeerde SGP’ers die in aanmerking zouden kunnen komen voor een plaats op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen lijken overigens niet dik gezaaid. Een belrondje langs kopstukken uit de hervormde hoek levert pas na herhaalde pogingen enkele namen op.

Genoemd wordt dan drs. H. F. Massink, werkzaam op het ministerie van Landbouw. Ook valt de naam van dr. A. Goudriaan, universitair docent patristiek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Getipt wordt verder ir. H. J. A. Ruissen, oud-Eurofractiemedewerker en tegenwoordig fractievoorzitter van de SGP in Krimpen aan den IJssel.

De algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, drs. P. J. Vergunst, zou graag zien dat er een herkenbare hervormd-gereformeerde kandidaat hoog op de SGP-lijst komt te staan, bijvoorbeeld bij de eerste vijf. Als voorbeeld noemt hij de 38-jarige dr. H. van den Belt uit Woudenberg, bijzonder universitair docent aan de faculteit der godgeleerdheid in Utrecht. „Een geschikte kandidaat, al zeg ik er direct bij dat de Gereformeerde Bond hem niet kwijt wil als docent.” Andere namen van geschikte kandidaten wil hij graag doorgeven aan de SGP, „maar niet via de krant.”

Vergunst denkt dat onder de jongere generatie de vraag van welke kerk welke kandidaat is, veel minder speelt dan onder de ouderen. „Kiezers letten tegenwoordig meer op capaciteiten van de politicus dan op zijn kerkelijke afkomst. In deze tijd van secularisatie is het vooral belangrijk om in de Kamer en via de media gedegen en in begrijpelijke taal Bijbels genormeerde politiek te bedrijven en zo de tijdgeest te weerstaan. Vanuit dat oogpunt is voor hervormd-gereformeerde SGP-stemmers het zittend Kamerlid Van der Staaij een goede kandidaat.” De hervormd-gereformeerden zullen dus niet gaan mokken.

SGP-partijvoorzitter Kolijn deelt de overtuiging van Vergunst dat de kerkelijke richting van de kandidaten minder een rol speelt dan vroeger, maar de kerkelijke kleur is daarmee niet onbelangrijk. „Voor de SGP geldt: Iemand moet bekwaam en beginselvast zijn. Daarnaast proberen we bij de eerste acht à negen plaatsen de volle breedte van de partij zichtbaar te laten zijn.”

Staat uw wens van een hervormd-gereformeerde kandidaat nog hoog op de agenda?

Kolijn: „Een herkenbare hervormd-gereformeerde kandidaat is altijd een punt van aandacht geweest. Vanuit een ongedeelde Hervormde kerk tot 2004 was dat al niet gemakkelijk omdat we altijd meer kiezers dan leden uit die kring hadden, na de scheuring van vijf jaar geleden is dat alleen maar lastiger.”

Zegt u daarmee dat het duo Van der Staaij/Dijkgraaf niet de ideale combinatie is vanuit het oogpunt van representativiteit?

„Daar kan ik niets over zeggen. De selectiecommissie is nog maar één keer bij elkaar geweest. Maar de partij zegt altijd tegen degenen die bewilligen op de kandidatenlijst: „Een hoge plaats nu is geen garantie voor een nog hogere plaats bij de volgende verkiezingen.” Dat hebben we in 2006 gezegd tegen Van der Staaij en ook tegen Dijkgraaf.”

Is het wenselijk dat een lijsttrekker van buiten komt?

„Je weet natuurlijk nooit welk talent er opstaat, maar ervaring is uiteraard een belangrijke factor. Je weet dan wat je aan iemand hebt.”

Dat geldt niet voor Dijkgraaf.

„Hij staat op nummer 3 en daar staat hij niet voor de eerste keer. Maar de selectiecommissie gaat een geheel nieuwe afweging maken.”

Dijkgraaf is ook niet zo zichtbaar.

„Hij zit ook niet in de Kamer.”

De jongeren zijn nogal geporteerd van dr. R. Bisschop.

„Dat is een man met een behoorlijke bagage. Binnenkort krijgen de kiesverenigingen de gelegenheid om namen in te dienen. We wachten dat af.”

Voorzitter Jacques Rozendaal van de SGP-jongeren bevestigt dat Bisschop goed ligt bij de SGP-jeugd. „Hij is in staat het SGP-verhaal stevig neer te zetten op een manier die jongeren aanspreekt. Concreet en op het juiste niveau. En in debatten weet hij tegenstanders volwaardig en stevig weerwerk te bieden.”

De SGP-jongeren hebben formeel geen vinger in de pap bij de samenstelling van de kandidatenlijst, maar oefenen er wel invloed op uit. „Wij dragen namen aan bij de commissie die de lijst opstelt”, aldus Rozendaal. „Er wordt goed naar ons geluisterd. Of we nu al namen hebben doorgegeven? Nee, nog niet. We hebben nog geen concrete lijst.”

Onder de SGP-jongeren is ook veel sympathie voor de conservatieve publicist Bart Jan Spruyt. Toch vindt Rozendaal hem niet het eerstaangewezen SGP-kandidaat-Kamerlid. „Spruyt heeft scherpe analyses en trekt veel mensen, maar hij heeft in het verleden ook een aantal dingen gezegd die niet passen bij iemand die hoog op de SGP-kandidatenlijst staat. Daarnaast is hij nog maar enkele jaren geleden al eens met de PVV van Wilders in zee gegaan.”

Spruyt wil niet ingaan op de vraag of hij eventueel beschikbaar is om Kamerlid te worden voor de SGP: „Ik heb helemaal geen zin in dit soort spelletjes, goedemiddag.”

Jongerenvoorzitter Rozendaal vindt dat de kwaliteit van de kandidaten leidend moet zijn en belangrijker is dan hun kerkelijke achtergrond. „De SGP moet zoeken naar aansprekende mensen die de boodschap goed kunnen verwoorden. Daar vraagt deze tijd om.”

De kandidatenlijst van de SGP zou moeten worden aangevoerd door een „fris en jong iemand.” Huidig Kamerlid Van der Staaij is daarvoor volgens Rozendaal „de meest logische keus.”

Kolijn: Hoge plaats op kieslijst geen garantie voor een nog hogere plaats bij volgende verkiezingen


Prodedure vaststelling kandidatenlijst SGP

De SGP maakt in de kandidaatstelling voor de verkiezingslijst van de Tweede Kamer onderscheid tussen de lijstrekker en de overige kandidaten.

Wat de lijsttrekker betreft moet de partij in het jaar voorafgaand aan de verkiezingen op de partijdag bij vrije stemming de lijsttrekker aanwijzen. Concreet betekent het dat voor de Kamerverkiezingen van 11 mei 2011 de partij op de partijdag in maart 2010 de lijsttrekker aanwijst. Het hoofdbestuur van de partij doet een aanbeveling. Die aanbeveling hoeft slechts één naam te bevatten, maar het mogen er ook meer zijn. Meestal laat het hoofdbestuur het bij één naam.

Voor de overige kandidaten van de lijst stelt het SGP-hoofdbestuur een selectieadviescommissie in. Deze bestaat voor een deel uit hoofdbestuursleden. Van de commissie die voor de verkiezingen van 2011 is ingesteld, is algemeen voorzitter Kolijn de voorzitter.

Deze selectieadviescommissie moet een gemotiveerd advies opstellen voor het hoofdbestuur. Dat gebeurt overigens pas nadat de kiesverenigingen in de gelegenheid zijn gesteld namen in te dienen van mannen die zij beginselvast en geschikt achten om als lid van de Tweede Kamer op te treden. Binnenkort krijgen de plaatselijke kiesverenigingen een uitnodiging om namen in te dienen. Dat mogen zij overigens pas doen nadat zij daarover een ledenvergadering hebben gehouden.

Als het hoofdbestuur op basis van het advies van de selectieadviescommissie een conceptkandidatenlijst heeft opgesteld, wordt de raad van advies van de partij daarover geconsulteerd. Die consultatie kan leiden tot wijzigingen in de conceptkandidatenlijst. Vervolgens stuurt de partij de na raadpleging van de raad van advies voorlopig vastgestelde conceptkandidatenlijst voor advies naar de kiesverenigingen. Die mogen dan hun commentaar leveren. Als dat hout snijdt, kijkt het hoofdbestuur er nogmaals naar en raadpleegt over mogelijke wijzigingen van de lijst opnieuw de raad van advies. Uiteindelijk stelt het hoofdbestuur de lijst vast.

Bij tussentijdse Kamerverkiezingen handelt het hoofdbestuur (na consultatie van de raad van advies) naar bevind van zaken omdat er dan meestal korte termijnen zijn voor onder meer de kandidaatstelling.


Niet zonder slag of stoot

De geschiedenis heeft geleerd dat de kandidatenlijst van de SGP de laatste veertig jaar niet altijd zonder slag of stoot tot stand komt en zonder morren door de achterban wordt aanvaard.

Zo komt ir. H. van Rossum in 1967 op een verkiesbare plaats nadat predikanten van overwegend Gereformeerde Gemeenten rond de verkiezingen van 1963 een voorkeursactie op touw zetten.

In 1981 zet het hoofdbestuur de huidige partijleider, Van der Vlies, op nummer 3 van de lijst. Dat was tegen de zin van de toen terugtredende fractievoorzitter, ds. H. G. Abma. Van der Vlies zou de hervormd-gereformeerde richting niet goed kunnen vertegenwoordigen. Een voorkeursactie om mr. G. Holdijk, nummer 4 op de lijst, via voorkeurstemmen in de Kamer te krijgen, mislukt.

In de laatste decennia kwam het nogal eens voor dat mensen die (al jaren) een redelijk hoge plaats op de lijst hadden, worden afgevoerd. Zo was de aan de huidige SGP-senator G. van den Berg door het hoofdbestuur een verkiesbare plaats toegezegd bij verkiezingen in de jaren tachtig. Zijn plek werd echter plotseling ingenomen door mr. dr. J. T. van den Berg uit Nunspeet, destijds een grote onbekende in de SGP.

G. R. J. van Heukelom, die in 1994 nog op nummer 3 stond, moet in 1998 zijn plaats afstaan aan de jongere Elbert Dijkgraaf.

In 2006 wordt de Soester burgemeester A. Noordergraaf van nummer 5 van de lijst afgevoerd omdat hij volgens het hoofdbestuur een „te scherpe scheiding maakt tussen zijn privémening en zijn opvattingen als burgemeester.” In zijn hoedanigheid als toekomstig burgemeester van Soest had Noordergraaf onder meer een rooms-katholieke mis bezocht.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek