Het kabinet discussieert al maanden over de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) en de uitzonderingsbepaling die daarin is opgenomen voor het bijzonder onderwijs. Door de adviesaanvraag zal het nog zeker een halfjaar duren voor het kabinetsstandpunt naar de Kamer gaat.
Naar verluidt wil minister Plasterk van Onderwijs, die politiek verantwoordelijk is voor homo-emancipatie, af van de uitzonderingsbepaling. Die is volgens hem te onduidelijk omdat sommigen eruit afleiden dat onderwijsinstellingen praktiserende homoseksuele leerkrachten wel mogen ontslaan, terwijl anderen zeggen dat ontslag niet mogelijk is. De bewindsman, die lid is van de PvdA, vindt dat ontslag op grond van de wet niet mogelijk is. Vanwege de onduidelijkheid wil hij van de uitzonderingsbepaling af.
In de AWGB staat dat ongelijke behandeling in principe niet is toegestaan, dus ook niet op grond van een homoseksuele leefwijze. Het bijzonder onderwijs mag echter wel aanvullende eisen stellen als die nodig zijn voor het verwezenlijken van haar grondslag. Maar het „enkele feit” dat iemand homoseksueel is of ongehuwd samenwoont, mag geen reden zijn om onderscheid te maken. Hieruit is altijd afgeleid dat scholen leerkrachten vanwege zijn of haar homoseksuele leefwijze of ongehuwd samenwonen wel mogen weigeren. Een dergelijke leefwijze in namelijk in strijd met de grondslag en staat verwezenlijking van die grondslag in de weg.
CDA en ChristenUnie willen onder geen beding dat dit recht van het bijzonder onderwijs wordt ingeperkt. De coalitie heeft elkaar voorlopig gevonden in de constatering dat de balans die in de Algemene Wet gelijke behandeling gevonden is tussen de klassieke grondrechten van godsdienst, onderwijs en vereniging enerzijds en het recht op gelijke behandeling anderzijds, gehandhaafd moet blijven.
Omdat de discussie al maanden voortduurt, heeft het kabinet besloten de discussie te depolitiseren en de Raad van State om een advies te vragen. Binnen het CDA en de ChristenUnie houdt men er rekening mee dat de raad, het hoogste adviesorgaan van de regering, mogelijk ook kan voorstellen om de uitzonderingsbepaling duidelijker te formuleren. Dat zou nodig kunnen zijn als het kabinet onverkort vasthoudt aan het uitgangspunt dat de bestaande balans tussen de grondrechten gehandhaafd moet blijven.
Ondertussen gaat het kabinet door om homo-emancipatie te bevorderen. Minister Plasterk en staatssecretaris Bussemaker, die verantwoordelijk is voor het sportbeleid, gaven gisteren het startsein voor de vorming van een speciaal netwet van sportende homoseksuelen. Die moeten daar hun verhaal kwijt kunnen. Tot 2011 is daar jaarlijks bijna 1 miljoen euro voor beschikbaar.
De oprichting van het netwerk komt voort uit de vorig jaar november goedgekeurde homo-emancipatienota ”Gewoon homo zijn” van dit kabinet.