Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Religie als scheidslijn in het debat

 HIRSCH BALLIN...vreedzame samenleving...Foto ANP
 1 van 2  

HIRSCH BALLIN...vreedzame samenleving...Foto ANP

DEN HAAG - Het Kamerdebat donderdag over het verbod op godslastering speelde zich af langs de lijnen van geloof en ongeloof. Net als in 1932. Minister Hirsch Ballin ziet in handhaving van artikel 147 een kans om gespannen verhoudingen iets te normaliseren.
„Uitbraakselen van de hel”, noemde ARP-minister Donner van Justitie het in 1932. Hij doelde op antichristelijke propaganda in het communistische blad De Tribune. Reden voor de gereformeerde minister om een verbod op godslastering, artikel 147, in te voeren. En er was meer. Donner wilde voorkomen dat mensen die zich gekwetst voelden het recht in eigen hand zouden nemen.

Het parlementaire debat dat volgde liet een opvallende tweedeling zien. De communisten, socialisten, sociaaldemocraten en liberalen stemden tegen. De gereformeerden, hervormden en rooms-katholieken waren voor, met uitzondering van de SGP, die het artikel niet ver genoeg vond gaan. Donderdag waren de verhoudingen nagenoeg gelijk.

Hebben gelovigen recht op bescherming van hun diepste gevoelens, meer dan ongelovigen? Over die vraag ging het tijdens het Kamerdebat. PvdA, SP, GroenLinks, D66 en VVD vinden een verbod op smalende godslastering achterhaald en willen artikel 147 schrappen.

SP-Kamerlid De Wit ging het verst. „Voor de wet is iedereen gelijk. Maar artikel 147 stelt gelovigen ten onrechte boven niet-gelovigen. God hoort niet in het recht en de politiek”, stelde hij. „Geloof is een privézaak.”

„Dat is harde taal”, reageerde CDA-Kamerlid Van Haersma Buma. „Natuurlijk hoort God wel in de politiek thuis, namelijk als inspiratiebron. Geloof en politiek zijn niet te scheiden.”

SGP-Kamerlid Van der Staaij: „God hoort niet thuis in het recht en de politiek? De Socialistische Partij lijkt de samenleving een verplicht atheïsme op te willen dringen.”

D66 en GroenLinks wilden van CDA, ChristenUnie en SGP weten waarom gelovigen gekwetst konden worden door bepaalde opmerkingen. „God staat daar boven”, zei D66-Kamerlid Van der Ham. Hij noemde als voorbeeld de kruisigingsact van de Amerikaanse popster Madonna. „Madonna verwees in haar optreden toch gewoon naar een Bijbelgedeelte? Ik snap niet dat u daardoor gekwetst bent.”

ChristenUnie-Kamerlid Anker: „Voor mij als gelovige is dat heel duidelijk. Opzettelijke bespotten van God, dat raakt mij tot in het diepst van mijn gevoel. Ongelijke gevallen mogen ongelijk worden behandeld.” Van der Staaij maakte een vergelijking met de kinderbijslag. „Mensen zonder kinderen krijgen geen kinderbijslag. Dat is geen discriminatie, maar een gerechtvaardigd onderscheid tussen ongelijke gevallen, tussen mensen met kinderen en mensen zonder kinderen.”

Minister Hirsch Ballin van Justitie probeerde een brug te slaan tussen ongelovigen en gelovigen, tussen radicale verlichtingsdenkers en moslims en christenen. Zijn eerste zin in het debat luidde: „Wij willen naar artikel 147 kijken met de ogen van 2008: we leven in een veelvormige samenleving met verschillende levensbeschouwelijke groeperingen.”

En even later zei hij: „Het gaat niet om het lasteren of krenken van God, Die zorgt wel voor Zichzelf. Maar het gaat erom dat de verhoudingen in het land niet worden verstoord, dat we vreedzaam met elkaar samenleven. Daarom is het zinvol om gelovigen te beschermen tegen kwetsende uitlatingen.”

Het ging ARP-minister Donner destijds, in 1932, om de God van de Bijbel. Hirsch Ballin wil nu onderzoeken of artikel 147 kan worden uitgebreid naar andere levensbeschouwingen. Maar de achterliggende reden is dezelfde: voorkomen dat mensen die zich gekwetst voelen door godslasterlijke uitlatingen, het recht in eigen hand nemen.

Daarmee lijkt de rooms-katholiek Hirsch Ballin niet eens zo heel ver van de oude gereformeerde Donner vandaan te staan.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek