Ter Horst: „Voor mij voerde indertijd een andere overweging de boventoon, namelijk: dat Irak een wrede dictatuur was, en dat er dus alle reden bestond om in te grijpen in dat land”. Maar met de PvdA–fractie zegt ze nu wel „oprecht” te vinden „dat we een stevig debat moeten hebben over de inhoud van het rapport–Davids. Daarover geen misverstand”.
De zogeheten commissie–Davids maakte eerder deze maand bekend dat voor een optreden als de Amerikaanse inval in Irak „een adequater volkenrechtelijk mandaat nodig zou zijn geweest”. Daarop ontstond een crisis in het kabinet. De PvdA–fractie in de Tweede Kamer was kwaad, omdat premier Balkenende de suggestie zou hebben gewekt de conclusies van Davids terzijde te schuiven.
Volgens fractievoorzitter Hamer kon de premier niet namens de PvdA in het kabinet hebben gesproken. Ze vond dat Balkenende te veel als premier sprak van het toenmalige kabinet, dat besloot over de steun aan de inval in Irak, en niet als leider van het huidige kabinet. Onder druk van de Kamer kwam dezelfde avond nog een nieuwe verklaring van het kabinet, waarmee de sociaaldemocraten wel konden leven.
Ter Horst oordeelt ook milder over Balkenende: „Burgers begrijpen denk ik wel dat onze minister–president na het verschijnen van het rapport–Davids in een lastige situatie zat, omdat hij eveneens premier was in 2002. Ik veronderstel dat burgers óók begrip hebben voor de woorden die uiteindelijk zijn gekozen”.