GroenLinks-Kamerlid Heemelaar vroeg Plasterk zijn afkeuring uit te spreken over de handelwijze van het bestuur van de christelijke school in Emst. Die stelde vorige week een leerkracht op non-actief nadat deze had aangegeven samen te gaan wonen met een vriend. Volgens het schoolbestuur staat dat op gespannen voet met de grondslag van de school.
Plasterk stelde dat in zijn algemeenheid het enkele feit dat iemand een homoseksuele relatie heeft, geen reden mag zijn voor ontslag: dat staat zo in de Algemene wet gelijke behandeling. In het specifieke geval van Emst wilde hij geen uitspraak doen. „Dat oordeel past mij niet”, aldus de bewindsman. In concrete gevallen moet de Commissie gelijke behandeling (CGB) of de rechter moeten uitspreken of er sprake zou zijn van discriminatie. De betrokken leerkracht of de school kunnen de commissie ook een uitspraak vragen.
Plasterk denkt dat er in de brief van het schoolbestuur aan de ouders over de kwestie, een handvat kan zitten op grond waarvan een belangenorganisatie een oordeel kan vragen aan de CGB. Dat kan als uit de brief van het schoolbestuur blijkt dat ze in zijn algemeenheid geen praktiserende homoseksuele leerkrachten wil. Als dat zo is, kan een algemene belangenorganisatie, zoals het COC, een vakbond of een meldpunt discriminatie ook naar de commissie stappen.