Plasterk wil uitgaan van de „bestaande wettelijke kaders ten aanzien van de gelijke behandeling.” Daarvan maakt volgens de minister ook een bepaling in de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) deel uit die zegt dat bijzondere scholen eisen mogen stellen aan leerkrachten die verband houden met de grondslag. De bewindsman heeft met zijn brief niet beoogd iets te wijzigen aan de wettelijke kaders of aan de balans tussen de vrijheid van onderwijs en godsdienst enerzijds en het verbod op discriminatie anderzijds, zo schrijft hij.
De bewindsman voegt er wel direct aan toe dat deze bepaling onverlet laat dat onderwijsinstellingen medewerkers niet mogen weigeren vanwege het enkele feit van hun seksuele gerichtheid. Onder die gerichtheid valt volgens de bewindsman ook het hebben van een homoseksuele relatie of het samenwonen met een partner van hetzelfde geslacht.
Plasterk is echter niet van plan de inhoud van de brief aan de schoolbesturen aan te passen. Volgens hem is in zijn brief het evenwicht tussen de grondrechten „niet in het geding”.
Begin mei onstond er bij de christelijke fracties in de Tweede Kamer en bij diverse belangenorganisaties in het bijzonder onderwijs beroering over een brief van Plasterk aan alle schoolbesturen waarin staat dat zij leerkrachten niet mogen weren of ontslaan vanwege een homoseksuele relatie of vanwege samenwonen.
De bewindsman ‘vergat’ daarbij te vermelden dat de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) een uitzonderingsbepaling kent die zegt dat scholen ruimte hebben om maatregelen te nemen als (de leefwijze van) de leerkracht verwezenlijking van de grondslag in de weg staat.
In de brief aan de schoolbesturen van begin mei maakte de bewindsman ook melding van een nieuw advies van de Commissie gelijke behandeling, de instelling die uitspraken doet over de vraag of er sprake is van ongerechtvaardigd onderscheid.
In het advies staat dat schoolbesturen van hun personeel geen ondertekening van een verklaring mogen vragen waarin ze het een homoseksuele relatie en het samenwonen van mensen van hetzelfde geslacht afwijzen. Volgens de bewindsman is er dan sprake van het maken van onderscheid op grond van het enkele feit dat iemand homoseksueel is of een homoseksuele relatie onderhoudt.
ChristenUnieKamerlid Anker stelde daarover kritische vragen. Volgens het Kamerlid is deze passage strijdig met de AWGB omdat de Commissie gelijke behandeling alleen op grond van individuele feiten en omstandigheden kan vaststellen of er sprake is van ongerechtvaardigd onderscheid. Daarbij past geen algeheel verbod op het ondertekenen van een verklaring.
In antwoord daarop stelt Plasterk dat hij in zijn brief aan de scholen niet ingaat op individuele gevallen. Hij houdt echter staande dat een dergelijke verklaring leidt tot onderscheid op grond van het enkele feit van homoseksuele gerichtheid en burgerlijke staat. En dat is verboden. De bewindsman is niet bereid een mening te geven over de nieuwe visie van de CGB: „Het is niet aan mij om een oordeel te geven over de oordelen van de Commissie gelijke behandeling.”