De brief leidt tot onrust en ongenoegen onder CDA, ChristenUnie en SGP. De christelijke partijen hebben zowel een principieel als een procedureel bezwaar. Principieel, omdat bijzondere scholen de ruimte hebben voor een eigen personeels- en toelatingsbeleid. Procedureel, omdat de Tweede Kamer pas in juni met de bewindsman in discussie gaat over de vrijheden van bijzondere scholen, als er een advies van de Raad van State over de kwestie verschijnt.
CDA-Kamerlid Van Dijk heeft inmiddels schriftelijke vragen aan Plasterk gesteld. „Het verhaal van de minister is incompleet. Er kunnen ”bijkomende omstandigheden” zijn waardoor christelijke scholen sollicitanten met een homoseksuele relatie mogen weigeren. Dat verzuimt Plasterk in de brief te melden”, aldus Van Dijk.
Net als het CDA wil de ChristenUnie opheldering van het kabinet. „De brief laat veel ruimte voor onduidelijkheid”, aldus een woordvoerder van de ChristenUnie. Kamerlid Anker heeft aan vier ministers vragen gesteld.
SGP-Kamerlid Van der Vlies is zeer verbaasd over de brief. „We weten hoe minister Plasterk hier persoonlijk in staat. Maar hij spreekt namens het kabinet. Bij CDA en ChristenUnie moeten nu alle alarmbellen gaan rinkelen.”
Van der Vlies benadrukt dat bijzondere scholen het „authentieke recht” hebben om docenten „met een andere levensstijl” niet aan te nemen. „Die ruimte is er, en laten we hopen dat die er blijft.”
De VGS heeft geschrokken gereageerd op de brief. Ook de Besturenraad benadrukt dat scholen een personeelsbeleid moeten kunnen voeren dat in overeenstemming is met hun eigen grondslag.