Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Koenders: Niet elke Afrikaan hoeft homo te worden

 Minister Koenders brengt discriminatie van homo’s waar mogelijk ter sprake.

Minister Koenders brengt discriminatie van homo’s waar mogelijk ter sprake.

Een moderne kolonisator die Afrikanen homoseksualiteit opdringt? Minister Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking werpt die beschuldiging verre van zich. Dat andere landen zich verzetten tegen zijn homo-emancipatiebeleid begrijpt hij best. Maar hij gaat wel de discussie aan. „Het is niet zo dat iemand gelijk heeft omdat hij uit Afrika komt, of dat ik gelijk heb omdat ik uit Nederland kom.”
Homoseksualiteit is in veel andere landen „een groot taboe”, schreef Koenders in 2007 aan de Kamer, en „een zeer gevoelig onderwerp.” Desondanks kaarten hij en zijn ambassademedewerkers het onderwerp waar mogelijk aan. Het kabinet probeert wereldwijd andere landen zover te krijgen de strafbaarstelling van homoseksualiteit af te schaffen. Nu riskeren in meer dan tachtig landen homoseksuelen de cel of zelfs de doodstraf. Aan zeventien van die landen geeft Nederland ontwikkelingssamenwerking.

Een continent als Afrika gaat gebukt onder armoede, honger, droogte, corruptie en oorlogsgeweld. Waarom heeft u dan uitgerekend de bestrijding van homodiscriminatie tot een van de zes prioriteiten in uw mensenrechtenbeleid verheven?
„Ik ben 90 procent van mijn tijd bezig met armoedebestrijding. Maar daarnaast zien we dat homoseksuelen wereldwijd veel problemen ondervinden. Ze leven vaak in de marge van de samenleving, zijn bovengemiddeld vaak slachtoffer van de aidsepidemie, hebben geen toegang tot medische zorg, kunnen geen baan vinden en krijgen geen respect. Voor hen wil ik mijn nek uitsteken.”

Hoe krijgt uw homo-emancipatiebeleid in de praktijk handen en voeten?
„Dat beleid vergt een behoedzame aanpak. We willen niets doen dat contraproductief werkt of homo’s in gevaar brengt. Ik ga landen daarnaast ook niet dreigen met intrekken van subsidie als ze homodiscriminatie niet heel snel beëindigen.

We spreken ons uit over discriminatie van homoseksuelen, als het moet fors. Vanzelfsprekend houden we daarbij rekening met de lokale context, met de culturele waarden en normen in een ander land. Die staan overigens niet voor eens en voor altijd vast.”

Maar sommige andere landen zitten helemaal niet te wachten op uw homo-emancipatiebeleid.
„Die landen hebben hun handtekening gezet onder de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en soortgelijke verklaringen. Die verbieden discriminatie wegens seksuele geaardheid. Daar wijzen we hen op. Mensenrechtenbeleid is universeel beleid, dat is niet iets westers.”

Andere landen associëren homoseksualiteit met darkrooms, gay prides en seksorgiëen. Wilt u die uitingen van homoseksualiteit met uw beleid ook bevorderen?
„Nee. Andere landen moeten helemaal zelf weten of ze ook gay prides of iets dergelijks willen organiseren.”

En het homohuwelijk?
„Wij willen andere landen niet voorhouden dat ze het homohuwelijk moeten invoeren.”

Eigen manier
De Adviesraad Internationale Vraagstukken adviseerde het kabinet eind vorig jaar dat Nederland zijn kijk op mensenrechten niet aan andere landen moet opdringen, maar diversiteit moet respecteren. Landen moeten, zei de raad, tot op zekere hoogte de ruimte hebben om de universele mensenrechten op hun eigen manier in te vullen, die past bij hun religie, cultuur of politieke traditie.

Veel landen kijken anders aan tegen homoseksualiteit dan Nederland. In hoeverre respecteert u hun visie?
„Sommige landen hangen homo’s op. Zoiets is voor mij niet bespreekbaar. Dat mag gewoon niet. Dat geldt ook voor discriminatie van homo’s. Als zij bijvoorbeeld vanwege hun seksuele geaardheid geen baan krijgen, dan is dat overduidelijk een inbreuk op de mensenrechten. In die zin is universaliteit voor mij vrij hard.

Natuurlijk zijn er verschillende visies op homoseksualiteit. Dat is in ons eigen land zo en dat geldt net zo goed voor Afrika.

Wij willen vanuit het Westen niets opdringen of propageren. Dat werkt alleen maar averechts. Ook willen we ons geld niet gebruiken om anderen als een moderne kolonisator iets op te leggen. Daar moeten we zeer alert op zijn. Anderzijds moeten wij wel durven staan voor onze principes. Nederland wil een actief mensenrechtenbeleid voeren.

Landen zijn overigens ook veel zelfbewuster geworden. Ze zullen zich eerder tegen ons verzetten. Prima, dat mag ook.”

Onnatuurlijk
De Ugandese staatssecretaris van Ethiek Nsaba Buturo noemde homoseksualiteit in 2007 „on-Afrikaans, onnatuurlijk en onacceptabel.” Hij riep Nederland op te stoppen met de niet-aflatende aanmoediging ervan.

Doet u in dat geval een stapje terug, of er juist een schepje bovenop?
„Ik vind dat vooral aanleiding om iemand daar juist op aan te spreken. De tijd dat landen zich niet met elkaar bemoeiden, ligt ver achter ons.”

U vindt niet dat u terughoudendheid of bescheidenheid past als iemand zich zo duidelijk uitlaat?
„Ik vind het goed als mensen zaken volstrekt anders zien. Maar ik ben voor het debat, dus dat ga ik dan niet uit de weg. Het is niet zo dat iemand gelijk heeft omdat hij uit Afrika komt, of dat ik gelijk heb omdat ik uit Nederland kom. Bovendien denken Afrikanen heel verschillend over homoseksualiteit. Meestal is het taboe, maar informeel wordt het dan toch gedoogd.”

Seksualiteit hoort, vinden Afrikanen, thuis tussen mannen en vrouwen en staat in het teken van gezinsvorming. Waarom wilt u hun een hun wezensvreemd concept als homoseksualiteit voorhouden?
„Gezinsverhoudingen zijn belangrijk in Afrika, maar dat neemt niet weg dat er grote diversiteit is. Er zijn matriarchale samenlevingen en patriarchale. Bovendien verandert Afrika door modernisering, urbanisering en individualisering.

Ik geloof ook niet dat wij de gezinsstructuur in Afrika ondergraven. Wij zeggen niet: Iedereen in Afrika moet homo worden. Wij komen op voor mensen die zelf willen kiezen hoe ze hun leven willen vormgeven. Dat ze niet hoeven onder te duiken, dat ze geen extra gezondheidsrisico’s lopen.”

Uitzonderingsgevallen
Ontwikkelingswerkers in Afrika zien dat arme Afrikaanse jongens zich homo gaan noemen om ook te kunnen profiteren van subsidies voor homoclubs. Anderen sluiten homovriendschappen met rijke westerse mannen om uit hun armoede te ontsnappen. Weer anderen noemen zich homo om in Europa gemakkelijker asiel te kunnen krijgen.

„Ik heb er nooit enig bericht over gehoord”, reageert Koenders. In „uitzonderingsgevallen” zal het voorkomen, vermoedt de bewindsman, „maar dat is bij meer projecten het geval.” In Nederland maken ook mensen misbruik van de sociale zekerheid, stelt hij. Wel vindt de minister dat misbruik van geld voor homo’s aangepakt moet worden. „Zeker als dat op grote schaal gebeurt, maar daar heb ik nogmaals geen enkele aanwijzing voor.”

De Australische -lesbische- wetenschapper dr. Shannon Woodcock, stelde vorige week in deze krant dat westerse landen Oost-Europese homo’s en lesbiennes aanmoedigen vrijmoedig uit te komen voor hun geaardheid en zich openlijk te organiseren op basis van hun seksuele oriëntatie. Met als gevolg dat ze meer in het zicht lopen en de onderdrukking van andersgeaarde mannen en vrouwen toeneemt.

Koenders weerspreekt dat. „De homohaat in die landen is er niet opeens gekomen omdat mensen zich nu openlijk als homo organiseren. Die was er al.”

Uit recente EU-rapporten blijkt echter dat de homohaat in Oost-Europa is toegenomen, vermoedelijk als gevolg van de westerse campagnes.
„De oorzaak daarvan ligt niet bij het Westen of bij de homo-organisaties, maar bij de homohaters. Die zijn daarvoor verantwoordelijk.

Overigens vind ik dat mensen zelf moeten weten hoe ze zich organiseren. Wij gaan hun niet voorschrijven dat ze dat openlijk moeten doen.”

Als homo’s zich niet expliciet op basis van hun geaardheid organiseren, dan krijgen ze geen geld uit Den Haag of Brussel. Homobelangengroepen, stelt Woodstock, moeten de doelen van westerse donoren dienen als ze in aanmerking willen komen voor subsidie.
„Dat is niet de bedoeling. Als daar problemen mee zijn, ben ik altijd bereid kritisch te kijken naar de manier waarop wij geld verstrekken. Tegelijkertijd moet ik wel verantwoorden hoe ik mijn geld verdeel. Het is logisch dat je dan alleen geld geeft aan organisaties die zich ook duidelijk inzetten voor homo’s.”

Dit is de laatste aflevering in een serie over homo-emancipatie in de derde wereld.


Levensloop drs. A. G. Koenders

1958: Geboren in Arnhem.
1983: Medewerker Tweede Kamerfractie PvdA.
1984: Parttime Europees directeur van Parliamentarians for Global Action in New York.
1993: Politiek adviseur van de VN in Mozambique, Zuid Afrika en Mexico.
1995: Medewerker directoraat generaal buitenlandse politiek, conflictpreventie en uitbreiding van de EU van de Europese Commissie.
1997: Tweede Kamerlid voor de PvdA.
2007: Minister voor Ontwikkelingssamenwerking.


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek