Het Comité Nederlandse Ereschulden spreekt schande van de weigering om met de weduwen te spreken. Het comité hoopt dat de delegatie later deze week wel zal luisteren naar zijn Indonesische vertegenwoordiger, mr. Johnson Panjaitan.
De negen weduwen en een indertijd jonge man overleefden op 9 december 1947 de bloedige aanval van het Nederlandse leger op het plaatsje op West–Java. Volgens het Comité Nederlandse Ereschulden kwamen door de aanval 431 dorpelingen om het leven. Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties noemde het optreden in 1948 „opzettelijk en meedogenloos” was.
De Nederlandse Excessennota uit 1969 spreekt van 150 doden. In „ongeveer twintig” gevallen zou er sprake zijn van executie. Nederland stelde later dat vervolging van die misdrijven niet mogelijk was en dat nader onderzoek niet nodig was.
Maar uit een aantekening van een medewerker van de procureur–generaal van het Hooggerechtshof Nederlands–Indië in Batavia, blijkt nu dat er acht tot negen keer een groep van ongeveer twaalf mensen is geëxecuteerd. Daarna zou nog een groepje van zeven tot tien mensen zijn geëxecuteerd. Dat schreef De Groene Amsterdammer eerder deze maand op basis van stukken uit het Nationaal Archief die tot nu toe achter slot en grendel lagen.