Minister Plasterk onderschrijft de intentie van de motie. Volgens hem mogen orthodoxe scholen wel een eigen opvatting over homoseksualiteit uitdragen, maar het tekenen van een document door docenten waarin ze verklaren dat ze niet gaan samenwonen met iemand van andere of hetzelfde geslacht is volgens hem in strijd met de wet.
De Kamer vindt verder dat aandacht voor seksualiteit en seksuele diversiteit in de kerndoelen van het basis- en voortgezet onderwijs opgenomen moet worden. Een motie van D66-fractievoorzitter Pechtold daarover is donderdag ook aanvaard. De Kamer denkt dat hierdoor een veiliger schoolklimaat ontstaat en dat het een bijdrage levert aan de acceptatie van homoseksualiteit.
Plasterk vindt de gedachte achter deze motie ook sympathiek: scholen moeten uitdragen dat homoseksualiteit „geen ziekte is”, dat homo’s een relatie kunnen aangaan en een gezin kunnen stichten.
Toch ontraadde Plasterk de motie. Hij wees erop dat de Kamer vorig jaar het rapport van de PvdA’er Dijsselbloem heeft aanvaard waarin staat dat de school niet meer nieuwe taken moet krijgen. Uiteindelijk stemde de PvdA-fractie toch voor de motie, waardoor er een meerderheid voor was. Plasterk moet komend voorjaar laten weten hoe hij uitvoering aan de motie geeft.